Hr. Ms. Colombia
| Hr. Ms. Colombia | ||||
| Tewaterlating | 1930[1] | |||
| In dienst gesteld | 20 mei 1941[1] | |||
| Uit dienst gesteld | 27 februari 1943[1] | |||
| Waterverplaatsing | 14.600 ton[1] | |||
| Afmetingen | 139,3 x 18,7 x 8,1 meter[1] | |||
| Machinevermogen | 2 x 8.000 pk[1] | |||
| Snelheid | 15,5 knopen[1] | |||
| Bemanning | 273 koppen[1] | |||
| Bewapening | 4 x 7,6 cm kanon[1] 8 x 20 mm mitrailleur[1] 6 x 12,7 mm mitrailleur[1] 4 x 7,9 mm mitrailleur[1] |
|||
|
||||
Hr. Ms. Colombia was het, door de Nederlandse marine op 8 november 1940 gevorderd, passagiersschip Colombia. Het schip was oorspronkelijk het vlaggenschip van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij. Bij de Nederlandse marine moest dit schip de rol van onderzeebootmoederschip gaan vervullen. Het ombouwen van de Colombia van passagiersschip tot onderzeebootmoederschip gebeurde in Dundee en duurde van 1 mei tot 18 september 1941.[1]
Op 5 januari 1942 begon de Colombia aan haar overtocht naar Nederlands-Indië. Omdat tijdens haar overtocht Nederlands-Indië in Japanse handen viel, werd besloten de Colombia in Colombo te stationeren. De Nederlandse onderzeeboten K XIV, K XI en O 19 die naar Colombo waren gevlucht hadden onderhoud nodig dat uitgevoerd zou worden in Bombay. Ter ondersteuning van de Nederlandse onderzeeboten werd de Colombia ook overgeplaatst naar Bombay, maar lang zou de Colombia niet in Bombay blijven.[2]
Inhoud |
[bewerken] De Colombia in Zuid-Afrika
Omdat een groot deel van de Britse Eastern Fleet in het Keniaanse Kilindini lag, en er bij de Eastern Fleet een tekort was aan moederschepen werd de Colombia overgeplaatst naar Afrika. Het schip werd niet gestationeerd in Kilidini maar in het Zuid-Afrikaanse Oost-Londen. Hier ondersteunde het schip onderzeeboten die op weg waren naar Oost-Indië of naar Verenigd Koninkrijk/Verenigde Staten. Ook werden lokale oppervlakteschepen ondersteund.[2]
Op 17 september 1942 kreeg de Colombia een verzoek van één van de officieren van de Orissa. Het verzoek was om de Orissa over te nemen en onder Nederlands bevel te plaatsen. Aan boord van de Orissa was een muiterij uitgebroken nadat het bericht was binnengekomen dat Gandhi door de Britten was gevangengenomen. Een landingsdivisie bestaand uit 18 man van de Colombia en 10 man van de Nigella wisten zonder veel tegenstand het schip te heroveren.[2]
[bewerken] Het verlies van de Colombia
Op verzoek van Admiraal Helfrich zou de Colombia weer terugkeren naar Colombo, maar de overtocht moest ze eerst voor onderhoud naar Simonstad.[2] Op 27 februari 1943 rond 11:45 werd de Colombia op weg van Oost-Londen naar Simonstad ter hoogte van Simonstad door de Duitse onderzeeboot U 516 onder commando van Gerhard Wiebe.[2][3] getorpedeerd, waarbij acht opvarenden omkwamen. Bij het zinken moet 1 matroos bij naam worden genoemd,de Kaap Verdiaanse Matroos der 2e klasse Manuel Avelino,die bij de verlaatrol zijn plaats had ingenomen in reddingsboot no.2.Hij verliet deze echter weer op een kritiek moment op eigen initiatief om zorg te dragen dat deze behouden te water kwam,vervolgens nadat zijn sloepcommandant hem toeriep in de sloep te komen antwoordde hij "gaat U maar vast,ik kom er nog wel af".Hierna heeft hij nog geholpen bij het te water laten van 3 andere reddingsboten,voordat hij bij het zinken van het schip uit het water kon worden gered. Manuel Avelino,Portugees staatsburger,heeft voor deze moedige daad het Kruis van Verdienste gekregen op 3 mei 1943.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties: