Scheepvaarthuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Scheepvaarthuis

Het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam werd gebouwd als gemeenschappelijk kantoorgebouw van zes Amsterdamse rederijen. Het gebouw, dat op de westpunt van het Waalseiland staat, wordt algemeen gezien als het eerste gebouw dat geheel in de stijl van de Amsterdamse School is opgetrokken.

Opdracht[bewerken]

De opdrachtgevers voor het nieuwe kantoor waren zes Amsterdamse rederijen: de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM), de Java-China-Japan Lijn (JCJL) en de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij (KNSM) met dochtermaatschappij Nieuwe Rijnvaart Maatschappij (NRM) en de in 1912 overgenomen Koninklijke West-Indische Maildienst (KWIM). Voor de bouw richtten zij een naamloze vennootschap op, de NV Kantoorgebouw ‘Het Scheepvaarthuis’, met een kapitaal van 1.000.000 gulden. Het gebouw was gepland op een perceel van 1400 vierkante meter op de hoek van de Prins Hendrikkade en de Binnenkant. Hier moesten dertien panden worden gesloopt, op de Prins Hendrikkade de nummers 108 t/m 114 en op de Binnenkant de nummers 1 t/m 6.

Ontwerp[bewerken]

Het ontwerp en de uitvoering van het pand werd toevertrouwd aan de gebroeders J.G. en A.D.N. van Gendt van Van Gendt A.Lzn. De gebroeders Van Gendt waren verantwoordelijk voor de technische uitvoering en voor het ontwerp van het betonskelet. De architectonische vormgeving lieten zij over aan de toen vrij onbekende architect J.M. van der Mey. Ook de latere Amsterdamse School-architecten M. de Klerk en P.L. Kramer werden aangetrokken. Daarnaast heeft een grote groep kunstenaars meegewerkt aan de talrijke decoraties van zowel exterieur als interieur van het gebouw. Het pand moest dienen als een praktisch, modern en functioneel kantoorgebouw en tevens verwijzen naar de rijke scheepvaarttraditie van Nederland. In en aan het gebouw - verrezen op de plek waar in 1595 Cornelis Houtman de eerste reis naar Oost-Indië was begonnen - zijn daarom talloze symbolen te vinden die getuigen van dit bewustzijn.

Bouw[bewerken]

Bij de eerste bouwfase (1913/16) werd reeds voorzien in de twaalf jaar later voltooide uitbreiding (1926/28); voor beide bouwfasen werden de bakstenen tegelijkertijd gebakken om kleurafwijkingen te voorkomen. Diverse soorten baksteen, siersmeedwerk, glas-in-lood, exotisch hardhout en textiel werden in grote hoeveelheden verwerkt. De toegepaste materialen waren uitermate kostbaar: diverse typen baksteen en ook mallen voor profiel - of vormstenen werden speciaal ontworpen. Naast terracotta werd ook veel kostbaar natuursteen toegepast, zoals graniet, diverse marmersoorten en diorietporfier. De voormalige hoofdingang op de hoek Prins Hendrikkade/Binnenkant wordt bekroond door een afgeknotte torenopbouw, bekleed met koperkleurige Engelse leisteen. De loden dakrand is uitgevoerd in de vorm van scheepstouwen, golven en vissenkopjes.

Interieur[bewerken]

Trappenhuis

Bijzonder zijn het rijk gedecoreerde centrale trappenhuis, de directievertrekken op de verdiepingen op de hoek van de Prins Hendrikkade en de Binnenkant en de grote vergader- of beraadzaal op de derde verdieping aan de kant van de Prins Hendrikkade.

Het smeedwerk in het centrale trappenhuis vormt een verbindende schakel tussen de verdiepingen en wekt de suggestie de vloeren te stutten. Het trappenhuis wordt afgesloten door een glas-in-loodkap, uitgevoerd en mogelijk ontworpen - evenals nagenoeg al het overige glas-in-loodwerk in het gebouw - door de glazenier W. Bogtman.

Grote vergaderzaal derde verdieping[bewerken]

De grote vergader- of beraadzaal werd geheel ontworpen door de binnenhuisarchitect T. Nieuwenhuis. De betimmeringen zijn uitgevoerd in donkere tropische houtsoorten als mahonie, ebben en coromandel. Tijdens een verbouwing in 1972 werden ten behoeve van een betere lichttoetreding de glas-in-loodramen ingekort, de originele wandbespanning in een lichtere tint vernieuwd en de oorspronkelijke wandlampen, plafonnières en lichtkroon verwijderd. De originele, in opengewerkt messing uitgevoerde, lichtkroon werd in 1974 herplaatst. Dat gold niet voor de overige oorspronkelijke verlichting.

Historisch Overzicht[bewerken]

  • 1912 Opdracht aan Johan Melchior van der Mey voor een ontwerp van het Scheepvaarthuis, onder auspiciën van de NV Kantoorgebouw Het Scheepvaarthuis, met als aandeelhouders zes toonaangevende Amsterdamse rederijen, waaronder de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij en de Stoomvaart Maatschappij Nederland
  • 1913 Start bouw
  • 1914/1916 Opening eerste gedeelte met als gebruikers/eigenaren de zes Amsterdamse rederijen
  • 1926/1928 Uitbreiding resulterend in opening tweede gedeelte
  • 1942 Het Scheepvaarthuis wordt gevorderd ten behoeve van de Duitse Soziale Verwaltung. De rederijen moeten hun huisvesting inperken tot de derde en vierde verdieping
  • 1945 De rederijen nemen elk hun eigen etage weer in en beginnen met het herstel van hun vloot
  • 1953 De rederijen overwegen een definitieve voltooiing van het gebouw; een derde afsluitende wand van de driehoek
  • 1972 Het Scheepvaarthuis wordt rijksmonument
  • 1979 Het Scheepvaarthuis wordt verkocht aan Caransa, die het in 1983 weer doorverkoopt aan de gemeente voor NLG 14.000.000,00
  • 1983 Het Scheepvaarthuis wordt door het Gemeente Vervoer Bedrijf Amsterdam in gebruik genomen
  • 1998 Het Scheepvaarthuis wordt eigendom van de familie Van Eijl, onder meer eigenaar en directievoerend over Amrâth Hôtels & Restaurants. Inmiddels is in samenwerking met Bureau Monumentzorg en Architectuur onder leiding van Van Hoogevest Architecten de gevel inclusief het smeedwerk gerestaureerd
  • 2005 Start activiteiten voor de ombouw naar vijfsterren deluxe Grand Hotel Amrâth Amsterdam
  • 2007 Opening Grand Hotel Amrâth Amsterdam

Hotel[bewerken]

Nadat de laatste rederij in 1981 het gebouw had verlaten, werd het Scheepvaarthuis in augustus 1983 betrokken door het Gemeentevervoerbedrijf. In 2004 is het GVB naar elders vertrokken. Op 8 juni 2007 werd het gebouw na een ingrijpende verbouwing een 5 sterren deluxe hotel/restaurant/zalencentrum, genaamd Grand Hotel Amrâth Amsterdam. Het hotel heeft 165 hotelkamers, waarvan 22 suites, acht banquet- en vergaderzalen, restaurant Seven Seas, een bar/lounge en een wellness centre.

Ray Kentie, een Amsterdamse architect, heeft in 2005 met succes de uitdaging om Het Scheepvaarthuis om te bouwen aangenomen. In zijn ontwerp van het interieur liet Ray Kentie zich inspireren door het oorspronkelijke luxueuze Art Nouveau-stijl. In overeenstemming met de traditie van het Gesamtkunstwerk, nodigde hij kunstenaars als Gerti Bierenbroodspot en Christie van der Haak uit om de renovatie te voltooien.

Bierenbroodspots schilderijen en beelden van schelpen, vissen, zeemeerminnen en zeemonsters kunnen worden bekeken in alle kamers en gangen, en er zijn zelfs met de hand beschilderd Delfts Blauwe Dolfijnen op de bodem van het zwembad. Gerti ontwierp ook het porselein dat gebruikt wordt in het restaurant.

Christie van der Haak ontwierp de stoffering van het interieur in de kamers, het restaurant en de bar, en ze liet zich daarbij inspireren door patronen van Van Nieuwenhuis. De damasten servetten werden met de hand geweven in de werkplaatsen van het Nationaal Nederlands Textielmuseum. Een enorme schitterende bronzen zeemeermin gebeeldhouwd door Luigi Galligani verwelkomt de gasten in het restaurant Seven Seas.

Literatuur[bewerken]

  • Aan 't schipryk Y. Oude en jonge monumenten rond de historische oevers van het IJ. 1995, Open Monumentendag. Gemeentelijk Bureau Monumentenzorg Amsterdam. ISBN 90-6274-090-1

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties