Amsterdamse School (bouwstijl)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Schip in Amsterdam, 1917-1920 (Michel de Klerk)

De Amsterdamse School is een stijl in de bouwkunst, te plaatsen in de periode van de Moderne Bouwkunst, waartoe ook onder meer De Stijl, het Nieuwe Bouwen, de Chicago School en het Expressionisme gerekend worden, die als reactie op de zogenaamde neostijlen te zien zijn.

De Amsterdamse School gaat uit van expressieve en fantastische vormen, verwant aan het Expressionisme. Ze is in zekere zin ook een reactie op het rationele werk van H.P. Berlage en dan in het bijzonder op de Beurs van Berlage, die dus uitdrukkelijk niet tot de Amsterdamse School behoort maar gezien kan worden als het begin van het Nederlandse Traditionalisme. In 1916 bekritiseerde Michel de Klerk de werkmethodiek van Berlage en beschreef daarmee indirect op welke manier de nieuwe beweging zich hiervan distantieerde.[1]

Inhoud

Voornaamste architecten [bewerken]

De belangrijkste architecten van de Amsterdamse School waren Michel de Klerk, Jan van der Mey en Piet Kramer, die allen gewerkt hebben op het bureau van Eduard Cuypers in Amsterdam. Rond 1910 begonnen zij voor zichzelf en ontwikkelden samen een nieuwe bouwstijl. In 1923 overleed De Klerk. De Amsterdamse School verloor hiermee haar belangrijkste boegbeeld, al zou de bouwstijl nog meer dan een decennium blijven voortbestaan.

Zo werd in 1925 op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes wereldtentoonstelling in Parijs het Nederlands Paviljoen in Amsterdamse school architectuur uitgevoerd naar een ontwerp van Jan Frederik Staal. Ook de inrichting van dit paviljoen was geheel in de stijl van de nieuwe kunst waaronder ook de Amsterdamse school nog werd gerekend. Ook de architect Jan Gratama heeft gebouwen in de Amsterdamse School stijl gebouwd en was de eerste bouwkundige die deze term gebruikt heeft.

Kenmerken [bewerken]

De Bijenkorf in Den Haag, 1924-26 (Piet Kramer)

Kenmerkend voor de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels zijn meestal gevuld met laddervensters en worden bekroond met steile daken en soms met torentjes versierd. Het plastische karakter en de soms zelfs symbolisch aangebrachte draagconstructie veroorzaakten soms problemen bij het aanbrengen van de werkelijke draagconstructie.

Hendrik Wijdeveld gaf destijds de volgende omschrijving:

"De verschijning der Fantasievollen, die argeloos spelen met de schatten van het rationalisme. Opofferend de praktische indeling en de belangstelling voor het constructieve element voor een ver doorgevoerd principe, namelijk het principe van de tevoren vastgestelde vorm."

Gebouwen uit de Amsterdamse School-periode zijn met name grote (sociale) woningbouwprojecten, scholen en enkele utilitaire werken. Door de plastische gevels en de speelse indeling hiervan is er binnen deze stijl zelden sprake van massiviteit in de gebouwen. Zij zijn wel groot, maar ogen toch menselijk.

Het expressionisme van de Amsterdamse school was de tegenpool van het Nieuwe Bouwen. Ook Hundertwasser was zeker geen liefhebber van het Nieuwe Bouwen, getuige zijn citaat:

"Deze bouwstijl [het Nieuwe Bouwen] kun je omschrijven als: gevoel en emotieloos, dictatoriaal, harteloos, agressief, glas, steriel, zonder ornamenten, koud, onpoëtisch, onromantisch, anoniem en gapende leegte. Een drogbeeld van functionaliteit. Huizen waarin mensen wonen, mogen niet worden overgelaten aan een tegen een cultuurpolitiek agerende architectuurmaffia die nihilistisch esthetische spelletjes met de mensen speelt.(...) als die intellectuele, natuur- en mensvijandige maffia mensen dwingt generaties lang in pervers modernistisch geconcipieerde en zielloos gebouwde huizen te wonen, dan is dat een permanente misdaad. Deze gedwongen acceptatie van dictatoriale huizen door bewoners legt precies de basis voor de algemene geestelijke en lichamelijke nood waaronder onze westerse beschaving, de staat, de natuur en wij allemaal lijden."

Hoe verschillend architectuurcritici soms denken, blijkt uit het boek Bouwkunst in de 20e eeuw (1953), waarin de traditionalistische architect A.J. Kropholler schreef over de Amsterdamse School:

"Voor het merendeel getuigen de straten uit deze periode van een rammelende wansmaak."

Wendingen [bewerken]

Karel de Bazel. Omslag januarinummer 1919.

Een belangrijke rol binnen de Amsterdamse School speelde het maandblad Wendingen. Het ontstond in januari 1918 op initiatief van enkele leden van het genootschap Architectura et Amicitia, een vereniging van architecten, beeldend kunstenaars, bouwkundigen etc, die, in tegenstelling tot het meer vaktechnische Bouwkundig Weekblad, meer aandacht wilden besteden aan de volgens hen verwaarloosde esthetische aspecten van de architectuur.

Een van de oprichters was Hendrik Wijdeveld, die tot 1925 de leiding had en tevens de typografie verzorgde, totdat het blad eind 1931 werd opgeheven. Erg veel zorg werd besteed aan typografie en vormgeving. Het ontwerp voor het vierkante omslag werd steeds door een andere kunstenaar verzorgd. De redactie wisselde vaak van leden. In de eerste redactie zaten onder anderen C.J. Blaauw, Piet Kramer, Mathieu Lauweriks en Richard Roland Holst.

Wendingen was geenszins alleen een architectuurtijdschrift. Er werd aandacht besteed aan vele vormen van kunst, zoals bouwsculptuur, uitheemse kunstuitingen, muurschilderingen, vroeg-Italiaanse schilderkunst, boekverluchting, affiches, toneel en dans, maskers, marionetten, interieurs, grafiek en schelpen. Ook beperkte het blad zich niet tot de Amsterdamse School: verschillende stromingen in binnen- en buitenland kregen ruimschoots aandacht.

Voorbeelden [bewerken]

De grootste concentratie van Amsterdamse School-gebouwen vindt men in Amsterdam, zoals het Plan Zuid naar ontwerp van Berlage, het Olympisch Stadion (naast Plan-Zuid) van Jan Wils, het Scheepvaarthuis van Jan van der Mey, de woningbouw in de Spaarndammerbuurt van Michel de Klerk en schoolgebouwen van onder andere Cornelis Kruyswijk en Nicolaas Lansdorp. In Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam in Amsterdam-Noord manifesteert de Amsterdamse School zich in een landelijke variant van onder andere B.T. Boeyinga. Boeyinga bouwde ook een aantal gereformeerde kerken in deze stijl.

In Amsterdam zijn ook veel bruggen uitgevoerd in de stijl van de Amsterdamse School. Veel van deze Amsterdamse bruggen zijn ontworpen door Piet Kramer.

Sinds 2001 is in een woningblok van Michel de Klerk aan het Spaarndammerplantsoen op nr. 140 Museum Het Schip gevestigd, waarin veel informatie te vinden is over de Amsterdamse School. Hier is ook een collectie Amsterdams straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School te bezichtigen.

Buiten Amsterdam [bewerken]

Ook buiten Amsterdam werd in de stijl van de Amsterdamse School gebouwd. Dit is onder meer te zien aan gebouwen van Willem Dudok in Hilversum, Park Meerwijk in Bergen (Noord-Holland) (Jan Frederik Staal, Cornelis Blaauw met het Schip van Blaauw in Wageningen, Piet Kramer, Margaret Staal-Kropholler, Ad van der Steur in Rotterdam, Guillaume la Croix), en het werk van Siebe Jan Bouma in Groningen.

In de Overijsselse plaats Kuinre is de watertoren gedeeltelijk in deze stijl gebouwd. De Bijenkorf in Den Haag van Piet Kramer uit 1924-1926 wordt beschouwd als het laatste grote voorbeeld van deze stijl.

Amsterdamse School in andere toepassingen [bewerken]

Huisnummers in Amsterdamse School-stijl

Niet alleen de architectuur was stijlbepalend voor de Amsterdamse School maar ook in andere toepassingen werd deze stijl gebruikt. Bekende ontwerpers zoals W. Retera Wzn, J.J. Zijffers, K.P.C. De Bazel, Paul Bromberg en Anton Kurvers -om maar enkele te noemen-, ontwierpen ook meubelen zoals tafels, stoelen, fauteuils, klokken, lampen, behang, boekbanden en textiel. Een belangrijk verkoopadres voor sommige van de genoemde producten was Metz & Co in Amsterdam.

Straatmeubilair in Amsterdam [bewerken]

Verschillende soorten straatmeubilair in de gemeente Amsterdam zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse school, veel hiervan sinds 1918 door Pieter Lucas Marnette, zoals de staande blauwe Gemeentegiro-bus, brandmeldpalen (de "rode wachter") en lantaarnpalen (de "frontsoldaat"). Van de elektrische verdeelkasten en splitskasten staat er nog een groot aantal verspreid door Amsterdam: deze zijn gedurende zeker dertig jaar in nagenoeg dezelfde vorm geplaatst. De hangende brievenbussen van de Gemeentegiro werden ontworpen door Anton Kurvers. Een collectie straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School is te bezichtigen bij Museum Het Schip aan het Spaarndammerplantsoen.

Overzicht van bouwwerken van de Amsterdamse school [bewerken]

Aalsmeer [bewerken]

  • Centraal Veilinggebouw (1928, J.F. Staal)
  • Woonhuis A. Barendsen (1922, M. de Klerk)

Amsterdam-Centrum [bewerken]

Amsterdam-Noord [bewerken]

Tuindorp Nieuwendam

Amsterdam-West [bewerken]

Spaarndammerbuurt

  • 1e woonblok Hille (1915, M. de Klerk), Spaarndammerplantsoen
  • 2e woonblok Eigen Haard (1918, M. de Klerk), Spaarndammerplantsoen
  • Het Schip, Eigen Haard (1920, M. de Klerk), Zaanstraat-Spaarndammerplantsoen 140, huidige functie: museum

Amsterdam-Zuid [bewerken]

De Pijp

  • Woningbouw (1920, Piet Kramer), Van der Helstplein
  • Woningbouw De Dageraad (1923, M. de Klerk / Piet Kramer), P.L. Takstraat
  • Woningbouw De Dageraad (1923, M. de Klerk), Henriëtte Ronnerplein
  • Dageraad-complex, Burgemeester Tellegenstraat 128
  • Woningbouw (1925, J.C. van Epen), Saffierstraat, Jozef Israëlskade en Amsteldijk
  • Woningbouw en leeszaal (1927, Piet Kramer), Coöperatiehof
    Klokkentoren op de leeszaal te Coöperatiehof 16
  • Berlage Lyceum (1923, A.J. Westerman), Jozef Israëlskade-P.L. Takstraat 33
  • Brug 400 (1917, Amsteldijk / Amstelkanaal)

Rivierenbuurt

Bergen (Noord-Holland) [bewerken]

Park Meerwijk

  • Villa (J.F. Staal)
  • Villa (Piet Kramer)
  • Villa (J.F. la Croix)
  • Villa (M. Kropholler)
  • Huize Meerhoek (C.J. Blaauw)

Bergen op Zoom [bewerken]

Bilthoven [bewerken]

Breda [bewerken]

  • Watertoren (1934, Ir. P.A.H. Hornix), Speelhuislaan 158, huidige functie: kantoor

Den Haag [bewerken]

Delfzijl [bewerken]

Deventer [bewerken]

  • Bioscoop Luxor/Luxor Theater (1918, J.D. Postma en B. Hoogstraten), Brink 20

Enschede [bewerken]

  • Synagoge (1919, K.P.C. de Bazel), Prinsestraat 18)

Groningen (stad) [bewerken]

Gouda [bewerken]

Grijpskerk [bewerken]

Haarlem [bewerken]

  • Post en Telegraaf-gebouw (1920, J. Crouwel), De Raaks
  • Het Eerste Christelijk Lyceeum
  • Voormalige broodbakkerij "Coöperatie Haarlem UA", Mr. Corneliszstraat

Hilversum [bewerken]

  • Politiepost Kleine Drift

Kuinre (Steenwijkerland) [bewerken]

Leiden [bewerken]

  • Voormalig Politiebureau, Zonneveldstraat (1927, Jan Neisingh)

Nieuw-Amsterdam [bewerken]

Oostvoorne [bewerken]

Radio Kootwijk [bewerken]

Schimmert [bewerken]

Sneek [bewerken]

Ter Apel [bewerken]

  • Regionale Scholengemeenschap Ter Apel

Utrecht (stad) [bewerken]

Velp (Gelderland) [bewerken]

  • Landhuis Maliehoeve (1923, G.L. van Straaten)

Wageningen [bewerken]

Weesp [bewerken]

  • Roeivereniging

Zwolle [bewerken]

  • ABN Amro bankgebouw, Geldersche Credietvereeniging (1926, G.L. van Straaten), Melkmarkt

Literatuur [bewerken]

  • De Amsterdamse School. Maristella Casciato. Uitgeverij 010, Rotterdam, 1991. ISBN 90-6450-116-5
  • Amsterdamse School. Architectura & Natura, Amsterdam, 1991. ISBN 90-71570-06-1
  • Straatmeubilair Amsterdamse School 1911-1940. Kasper van Ommen. Stadsuitgeverij Amsterdam, 1992. ISBN 90-5366-050-X
  • Amsterdamse bruggen. 1910-1950. Wim de Boer en Peter Evers. Uitgave Amsterdamse Raad voor de Stedebouw, 1983. ISBN 90-70665-02-6
  • De Amsterdamse school. Annuska Pronkhorst en Sophie van Ginneken, Atrium, 2003. ISBN 90-5947-014-1
  • Wendingen 1918-1932. Martijn F. Le Coultre, 280 pagina's Librero 2009, isbn 978-90-5764-441-2
  • Versteende welvaart, (Amsterdamse School op het Groninger Hoogeland) 2007. Anja Reenders. ISBN 978-90-330-0653-1
  • De Amsterdamse School verbeelde idealen, Museum het Schip 2011, 223 Pagina's ISBN 978-90-814397-0-1
Bronnen en noten
  1. Bouwkundig Weekblad 45/1916