Amsterdamse School (bouwstijl)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Beurs van Berlage; voorloper, maar zelf geen Amsterdamse School
Brug 283: Waalseilandsgracht / Buiten Bantammerstraat (1913).
Amsterdam: Het Schip
(Michel de Klerk).
Laddervensters.
Huisnummers in Amsterdamse School-stijl.

In de geschiedenis van de bouwkunst vindt men de Amsterdamse School terug in de periode van de Moderne Bouwkunst, waartoe ook onder meer De Stijl, het Nieuwe Bouwen, de Chicago School en het Expressionisme gerekend worden.

Deze stijl in de bouwkunst is als het ware een reactie op de zogenaamde neostijlen. De eigen stijl van H.P. Berlage kan gezien worden als de basis van de Amsterdamse School, hoewel deze soberder van karakter is dan hetgeen wij nu in deze stijl classificeren. Daarom is de Amsterdamse School in zekere zin ook weer een reactie op het rationele werk van Berlage, en dan in het bijzonder op de Beurs van Berlage, omdat het uitgaat van expressieve en fantastische vormen, verwant aan het Expressionisme. De Beurs van Berlage behoort dus uitdrukkelijk niet tot de Amsterdamse School, in weerwil van wat veel mensen denken. De Beurs van Berlage kan onder andere gezien worden als het begin van het Nederlandse Traditionalisme, dat tot de 1950er jaren bestond. In 1916 bekritiseerde Michel de Klerk de stijl van Berlage en gaf aan hoe de nieuwe stijl van de Amsterdamse School eruit zou moeten zien (Bouwkundig Weekblad 45/1916).

Inhoud

[bewerken] Voornaamste architecten

De belangrijkste architecten van de Amsterdamse School waren J.M. van der Mey, M. de Klerk en P.L. Kramer, die allen gewerkt hebben op het bureau van Eduard Cuypers in Amsterdam. Rond 1910 begonnen zij voor zichzelf en ontwikkelden samen een nieuwe bouwstijl. In 1923 overleed De Klerk. De Amsterdamse School verloor hiermee haar belangrijkste boegbeeld, al zou de bouwstijl nog meer dan een decennium blijven voortbestaan. Zo werd op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1925 (Exposition Internationale des Art Decoratifs et Industriels Modernes, later kortweg Art Deco) het Hollands Paviljoen in Amsterdamse school architectuur uitgevoerd naar een ontwerp van Jan Frederik Staal. Ook de inrichting van dit paviljoen was geheel in de stijl van de nieuwe kunst waaronder ook de Amsterdamse school nog werd gerekend. Ook de architect Jan Gratama heeft gebouwen in de Amsterdamse School stijl gebouwd en was de eerste bouwkundige die deze term gebruikt heeft.

[bewerken] Kenmerken

Hoofdkenmerk van de Amsterdamse School is het gebruik van veel baksteen en het toepassen van versieringen in de gevels, in baksteen of gebeeldhouwd natuursteen. De vaak plastische gevels zijn meestal gevuld met laddervensters en worden bekroond met steile daken en soms met torentjes versierd. Het plastische karakter en de soms zelfs symbolisch aangebrachte draagconstructie veroorzaakte soms problemen bij het aanbrengen van de werkelijke draagconstructie.

H. Th. Wijdeveld gaf destijds een mooie omschrijving: "De verschijning der fantasievollen, die argeloos spelen met de schatten van het rationalisme". "Opofferend de praktische indeling en de belangstelling voor het constructieve element voor een ver doorgevoerd principe, namelijk het principe van de tevoren vastgestelde vorm".

Gebouwen uit de Amsterdamse School-periode zijn met name grote (sociale) woningbouwprojecten, scholen en enkele utilitaire werken. Door de plastische gevels en de speelse indeling hiervan is er binnen deze stijl zelden sprake van massiviteit in de gebouwen. Zij zijn wel groot, maar ogen toch menselijk.

Het absolute tegenovergestelde van het expressionisme en de Amsterdamse school was het Nieuwe Bouwen. Hundertwasser was zeker geen fan van het Nieuwe Bouwen getuige zijn citaat: “Deze bouwstijl (het Nieuwe Bouwen) kun je omschrijven als: gevoel en emotieloos, dictatoriaal, harteloos, agressief, glas, steriel, zonder ornamenten, koud, onpoëtisch, onromantisch, anoniem en gapende leegte. Een drogbeeld van functionaliteit. Huizen waarin mensen wonen, mogen niet worden overgelaten aan een tegen een cultuurpolitiek agerende architectuurmaffia die nihilistisch esthetische spelletjes met de mensen speelt.(...) als die intellectuele, natuur- en mensvijandige maffia mensen dwingt generaties lang in pervers modernistisch geconcipieerde en zielloos gebouwde huizen te wonen, dan is dat een permanente misdaad. Deze gedwongen acceptatie van dictatoriale huizen door bewoners legt precies de basis voor de algemene geestelijke en lichamelijke nood waaronder onze westerse beschaving, de staat, de natuur en wij allemaal lijden.”

[bewerken] Voorbeelden

De concentratie van Amsterdamse School-gebouwen vindt men in Amsterdam, zoals het Plan Zuid naar ontwerp van Berlage, het Olympisch Stadion (naast Plan-Zuid) van Jan Wils, het Scheepvaarthuis van Johan Melchior van der Mey, de woningbouw in de Spaarndammerbuurt van Michel de Klerk en schoolgebouwen van onder andere Cornelis Kruyswijk en Nicolaas Lansdorp. In Tuindorp Oostzaan en Tuindorp Nieuwendam in Amsterdam-Noord van onder andere B.T. Boeyinga manifesteert de Amsterdamse School zich in een landelijke variant. Boeyinga bouwde ook een aantal gereformeerde kerken in deze stijl.

In Amsterdam zijn ook veel bruggen uitgevoerd in de stijl van de Amsterdamse School. Veel van deze Amsterdamse bruggen zijn ontworpen door Piet Kramer.

Sinds 2001 is in een woningblok van Michel de Klerk aan het Spaarndammerplantsoen op nr. 140 'Museum Het Schip' gevestigd, waarin veel informatie te vinden is over de Amsterdamse School. Hier is ook een collectie Amsterdams straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School te bezichtigen.

[bewerken] Voorbeelden buiten Amsterdam

Buiten Amsterdam is de invloed van de Amsterdamse School onder meer te zien aan enkele gebouwen van Willem Marinus Dudok in Hilversum, Park Meerwijk in Bergen (Noord-Holland) (Jan Frederik Staal, C.J. Blaauw, Piet Kramer, Margaret Staal-Kropholler, Ad van der Steur in Rotterdam en Guillaume Frédéric La Croix), enkele laboratoria in Wageningen (Blaauw; Het Schip van Blaauw). In de Overijsselse plaats Kuinre is de watertoren gedeeltelijk in deze stijl gebouwd. De Bijenkorf in Den Haag van Piet Kramer uit 1924–1926 wordt beschouwd als het laatste grote voorbeeld van deze stijl.

[bewerken] 'Wendingen'

K.P.C. de Bazel. Omslag januarinummer 1919.

Een belangrijke rol binnen de Amsterdamse School speelde het maandblad Wendingen. Het ontstond in januari 1918 op initiatief van enkele leden van het genootschap Architectura et Amicitia (een vereniging van architecten, beeldend kunstenaars, bouwkundigen etc.), die, in tegenstelling tot het meer vaktechnische Bouwkundig Weekblad, meer aandacht wilden besteden aan de volgens hen verwaarloosde esthetische aspecten van de architectuur. Eén der oprichters was H. Th. Wijdeveld, die tot 1925 de leiding had en tevens de typografie verzorgde, totdat het blad eind 1931 werd opgeheven. Erg veel zorg werd besteed aan typografie en vormgeving. Het ontwerp voor het vierkante omslag werd steeds door een andere kunstenaar verzorgd. De redactie wisselde vaak van leden. In de eerste redactie zaten onder anderen C.J. Blaauw, P.L. Kramer, J.L.M. Lauweriks en Richard Roland Holst. Wendingen was geenszins alleen een architectuurtijdschrift. Er werd aandacht besteed aan vele vormen van kunst, zoals bouwsculptuur, negerplastiek, muurschilderingen, vroeg-Italiaanse schilderkunst, boekverluchting, affiches, toneel en dans, maskers, marionetten, interieurs, grafiek en schelpen. Ook beperkte het blad zich niet tot de Amsterdamse School: verschillende stromingen in binnen- en buitenland kregen ruimschoots aandacht.

[bewerken] Overzicht van bouwwerken van de Amsterdamse school

Detail van Het Schip, zijde Zaanstraat
De Vierde Ambachtsschool. Foto: bma.amsterdam.nl.
Het Berlage Lyceum, kort na de bouw in de jaren twintig. Foto: bmz.amsterdam.nl.
Olympisch Stadion. Foto: bmz.amsterdam.nl.
Bergen (NH): Huize Meerhoek.
(C.J. Blaauw).
Het 'Schip van Blaauw' te Wageningen

Aalsmeer

  • Centraal Veilinggebouw (1928; J.F. Staal)
  • Woonhuis A. Barendsen (1922; M. de Klerk)

Amsterdam-Centrum

Amsterdam-Spaarndammerbuurt

  • 1e woonblok Hille**** (1915; M. de Klerk), Spaarndammerplantsoen
  • 2e woonblok Eigen Haard**** (1918; M. de Klerk), Spaarndammerplantsoen
  • Het Schip Eigen Haard***** (1920; M. de Klerk), Zaanstraat

Amsterdam-West

Amsterdam-Zuid

  • Hillehuis** (1912; M. de Klerk), Johannes Vermeerplein
  • Woningbouw** (1920; P.L. Kramer), Van der Helstplein
  • Woningbouw De Dageraad***** (1923; M. de Klerk / P.L. Kramer), P.L. Takstraat
  • Woningbouw De Dageraad***** (1923; M. de Klerk) Henriëtte Ronnerplein
  • Woningbouw**** (1923; M. de Klerk), Vrijheidslaan
  • Woningbouw*** (1923; J. Zietsma), Vrijheidslaan
  • Woningbouw*** (1923; J. Kropholler), Holendrechtstraat
  • Woningbouw** (1925; J.C. van Epen), Amsteldijk
  • Woningbouw*** (1925; J.C. van Epen), Jozef Israëlskade
  • Woningbouw** (1924; J.F. Staal), Bartholomeus Roelofsstraat
  • Huize Lydia*** (1927; J. Boterenbrood), Roelof Hartplein
  • Olympisch Stadion*** (1928; J. Wils), Stadionplein
  • Woningbouw** (1924; Jan Gratama), Olympiakade

Bergen (Noord-Holland)

  • Villa (J.F. Staal)
  • Villa (P.L. Kramer)
  • Villa (J.F. la Croix)
  • Villa (M. Kropholler)
  • Huize Meerhoek (C.J. Blaauw)

Bilthoven

Den Haag

Delfzijl

  • Woningbouw (?,?), wijk Oud-West
  • Zeevaartschool Abel Tasman (?,?), Abel Tasmanplein

Groningen

Gouda

  • Kadeschool (1930; H. de Meer), Elizabeth Wolffstraat

Haarlem

  • Post en Telegraaf gebouw** (1920; J. Crouwel), De Raaks

Kootwijk

Leiden

  • Voormalige Politiebureau, Zonneveldstraat

Lemmer bij Tacozijl

Oostvoorne

Ter Apel

  • Regionale Scholengemeenschap Ter Apel

Utrecht

Velp

  • Landhuis Maliehoeve (1923; G.L. van Straaten)

Wageningen

  • Laboratorium Plantenfysiologie**** (1922; C.J. Blaauw), Generaal Foulkesweg

Weesp

  • Roeivereniging

Zwolle

  • ABN Amro bankgebouw, Geldersche Credietvereeniging (1926; G.L. van Straaten), Melkmarkt


[bewerken] Straatmeubilair in Amsterdam

Verschillende soorten straatmeubilair in de gemeente Amsterdam zijn ontworpen in de stijl van de Amsterdamse school, veel hiervan eind jaren twintig door P.L. Marnette. Met name van de elektrische verdeelkasten en splitskasten staat er nog een groot aantal verspreid door Amsterdam: deze zijn gedurende zeker dertig jaar in nagenoeg dezelfde vorm geplaatst. Een collectie straatmeubilair in de stijl van de Amsterdamse School is te bezichtigen bij 'Museum Het Schip' aan het Spaarndammerplantsoen.

[bewerken] Literatuur

  • De Amsterdamse School. Maristella Casciato. Uitgeverij 010, Rotterdam, 1991. ISBN 90-6450-116-5
  • Amsterdamse School. Architectura & Natura, Amsterdam, 1991. ISBN 90-71570-06-1
  • Straatmeubilair Amsterdamse School 1911-1940. Kasper van Ommen. Stadsuitgeverij Amsterdam, 1992. ISBN 90-5366-050-X
  • Amsterdamse bruggen. 1910-1950. Wim de Boer en Peter Evers. Uitgave Amsterdamse Raad voor de Stedebouw, 1983. ISBN 90-70665-02-6
  • De Amsterdamse school. Annuska Pronkhorst en Sophie van Ginneken, Atrium, 2003. ISBN 90-5947-014-1
  • Wendingen 1918-1932. Martijn F. Le Coultre, 280 pagina's Librero 2009, isbn 978-90-5764-441-2

[bewerken] Externe links

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken