Erich Mendelsohn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Erich Mendelsohn
Warenhuis Schocken in Chemnitz
Warenhuis Petersdorff in Wrocław
Het De La Warr Pavilion in Bexhill

Erich Mendelsohn (Allenstein (Oost-Pruisen), 21 maart 1887 - San Francisco, 15 september 1953) was een Duits architect, die tot belangrijkste architecten van de 20e eeuw wordt gerekend. Het meest bekend zijn zijn werken uit de jaren '20, waarvan de oudste als expressionistisch en organisch worden omschreven en waarvan de Einsteintoren in Potsdam het markantste voorbeeld is. Later bouwde hij een groot aantal modernistische warenhuizen.

Mendelsohn was van joodse afkomst en zag zich daardoor in 1933 gedwongen om Duitsland te verlaten. Hij emigreerde via Nederland naar Londen, woonde en werkte enige tijd in Brits Palestina en vestigde zich in 1941 in de Verenigde Staten.

Leven en werk[bewerken]

Mendelsohn was de vijfde van zes kinderen van een koopman uit het Oost-Pruisische Allenstein (thans Olsztyn in Polen). Hij studeerde aanvankelijk economie in München en studeerde vervolgens architectuur aan de technische hogescholen van Berlijn (1908-1910) en München (1910-1912). Tijdens de Eerste Wereldoorlog trouwde hij met de celliste Luise Maas (1915), waarna hij als onderofficier diende aan het Russische front. In 1918 opende hij in Berlijn zijn eigen architectenbureau.

Zijn eerste grote opdrachten waren die voor een hoedenfabriek en die voor de Einsteintoren. De eerste kreeg hij van zijn vriend Gustav Herrmann, een van de eigenaren van een hoedenfabriek in Luckenwalde, voor wie hij een nieuw complex ontwierp met een opvallend, aan een hoed herinnerend dak. De tweede had hij te danken aan de astronoom Erwin Freundlich, die als cellist Luise Mendelsohn kende: de astronoom liet Mendelsohn in Potsdam een sterrenwacht bouwen waarmee Einsteins relativiteitstheorie onderzocht kon worden. De eerste schetsen ervoor maakte Mendelsohn in 1917 aan het front en het was in 1921 voltooid. Met dit revolutionaire bouwwerk was Mendelsohns naam gevestigd. Tot zijn medewerkers behoorde in deze periode de Oostenrijker Richard Neutra, die tot een invloedrijk modernist zou uitgroeien.

Tussen de functionalisten en de traditionelere architecten nam Mendelsohn een gematigde positie in. Zo sprak hij in 1923 een verzoenend oordeel uit in het heftige Amsterdams-Rotterdamse debat tussen de Amsterdamse School en de architecten rond De Stijl: Gewiß, das primäre Element ist die Funktion, aber Funktion ohne sinnlichen Beistrom bleibt Konstruktion. Mehr als je stehe ich zu meinem Versöhnungsprogramm. Beide sind notwendig, beide müssen sich finden.[1]

In 1926 sloot Mendelsohn zich aan bij Der Ring, de vereniging van progressieve architecten rond Ludwig Mies van der Rohe. Later bouwde of verbouwde hij een groot aantal warenhuizen, waaronder een drietal voor de gebroeders Schocken, achtereenvolgens in Neurenberg (1926), Stuttgart (1928) en Chemnitz (1930). Van dit drietal werd de eerste in de oorlog verwoest en de tweede in de jaren zestig afgebroken. Een ander bekend warenhuis bouwde hij in Breslau (thans Wrocław) voor Rudolf Petersdorff.

Mendelsohn onderhield niet alleen goede contacten met kooplieden en industriëlen, maar ook met het revolutionaire sovjetbewind. Als lid van de Gesellschaft der Freunde des Neuen Rußland nam hij de opdracht aan voor een textielfabriek in Leningrad, de Rode Banier (Krasnoje Znamja). Het complex werd slechts ten dele volgens Mendelsohns plannen uitgevoerd, maar het zou een grote invloed hebben op de architectuur van Leningrad[2]. Het ketelhuis had een effect dat vergelijkbaar was met dat van de hoedenfabriek in Luckenwalde. Hij omschreef het beeld als ein Schiff, das die ganze Fabrik hinter sich herzieht. [3]

In maart 1933 weken de Mendelsohns uit naar Amsterdam, waar ze hun intrek namen bij het bevriende echtpaar Wijdeveld: Hendrik Wijdeveld had al in 1920, nog voordat de Einsteintoren was voltooid, een nummer van zijn tijdschrift Wendingen aan Mendelsohn besteed. Gezamenlijk trachtten Wijdeveld en Mendelsohn een Académie Européenne Méditerranée van de grond te krijgen, een plan dat onuitgevoerd bleef, omdat Mendelsohn al spoedig besloot zich in Londen te vestigen. Daar associeerde hij zich met de Russisch-Britse architect Serge Chermayeff[4].

Mendelsohns voornaamste creatie in Engeland was het De La Warr Pavilion (1935) in de Zuid-Engelse badplaats Bexhill-on-Sea, dat hij samen met Chermayeff ontwierp. Het wordt wel beschouwd als het eerste modernistische openbare gebouw in Engeland[5]. In 1935 vestigde Mendelsohn, die al jong een overtuigd zionist was, zich in Palestina, dat destijds door de Britten werd bestuurd. Hij zou er tot 1941 blijven wonen en werken. Hij bouwde er opnieuw voor Salman Schocken en voorts onder meer een villa voor Chaim Weizmann, die later president van Israël zou worden, en twee ziekenhuizen. In 1938 kreeg hij het Britse staatsburgerschap en heette hij Eric Mendelsohn.

In 1941 vestigde hij zich in de Verenigde Staten, waar hij tot zijn dood in 1953 opnieuw ziekenhuizen en verder vooral synagoges bouwde.

Lijst van werken (selectie)[bewerken]

  • 1919-1921: Einsteinturm, Potsdam
  • 1921-1923: Hutfabrik Luckenwalde, Luckenwalde
  • 1925-1926: Kaufhaus Schocken, Neurenberg
  • 1925-1930: Textielfabriek de Rode Banier (Trikotazjnaja fabrika "Krasnoje Znamja"), Leningrad (thans Sint-Petersburg)
  • 1926-1928: Kaufhaus Schocken, Stuttgart
  • 1927-1928: Kaufhaus Petersdorff Breslau (thans Wrocław)
  • 1927-1930: Kaufhaus Schocken, Chemnitz
  • 1928-1930: Eigen woonhuis, Berlijn
  • 1932-1934: Warenhuis Bachner (Obchodní dům Bachner), Moravská Ostrava (thans Ostrava), Tsjechoslowakije
  • 1935: De La Warr Pavilion, Bexhill-on-Sea (samen met Serge Chermayeff)
  • 1935-1936: Cohen House, Chelsea, Londen (samen met Serge Chermayeff)
  • 1935-1936: Villa Weizmann, Rehovot
  • 1935-1938: Universitair ziekenhuis Hadassah, Jeruzalem
  • 1936-1939: Anglo-Palestine Bank, Jeruzalem
  • 1946: Maimonides Hospital, San Francisco

Publicatie[bewerken]

  • Erich Mendelsohn (2 februari 1924) ‘Die internationale Uebereinstimmung des neuen Baugedankens oder Dynamik und Function. Voordracht gehouden door Erich Mendelsohn op 6 November 1923’, Architectura, 28e jaargang, nummer 2, pp. 5–8. Zie [1], [2] en [3].
  • Erich Mendelsohn (9 februari 1924) ‘Die internationale Uebereinstimmung des neuen Baugedankens oder Dynamik und Function. (Vervolg en slot van No. 2.)’, Architectura, 28e jaargang, nummer 3, pp. 9–13. Zie [4], [5] en [6].
Bronnen, noten en/of referenties
  1. "Zeker, het primaire element in de functie, maar functie zonder zinnelijke component blijft constructie. Meer dan ooit sta ik achter mijn verzoeningsprogramma. Beide zijn noodzakelijk, beide moeten aanwezig zijn." Geciteerd in Eberhard Syring (2002): Vom Jugendstil zu den Blobmeistern – Organische Formenbezüge in der Architektur des 20. Jahrhunderts. Netzversion eines Dia-Vortrags, gehalten am 21. 3. 2002 im Überseemuseum Bremen anlässlich der Ausstellung „nestWerk – Architektur und Lebewesen".
  2. Margarita Shtiglits (2008): Erich Mendelsohn's Red Banner Factory and Saint Petersburg's Industrial Architecture. Future Anterior, Volume 5, Number 1, Summer 2008, blz. 28-37.
  3. "Een schip dat de hele fabriek achter zich aantrekt". Geciteerd in Bernhard Schulz (2008): Das Fabrikschiff von Leningrad. Der Tagesspiegel, 4. Oktober 2008.
  4. Brieven uit het archief van Hendrik Wijdeveld. Een droom gaat in rook op. Nederlands Architectuurinstituut, maart 2008
  5. Website De La Warr Pavilion