Hypercorrectie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hypercorrectie is een verschijnsel in de taal waarbij de spreker een vermeende taalfout ten onrechte 'corrigeert'.

Sprekers die hun best doen om 'netjes' te spreken gaan soms te ver als ze een correct woord aanzien voor een dialectwoord. Wanneer ze het woord op dezelfde manier 'verbeteren' als ze dat bij een dialectwoord zouden doen, is er sprake van hypercorrectie.

Soms is niet geheel duidelijk of er sprake is van een hypercorrectie of van een contaminatie. Zo gebruiken nogal wat mensen het foutieve refereren naar, wat gezien kan worden als een overdreven correct taalgebruik, maar dat tegelijk ook een dooreenhaspelen is van refereren (aan) en (verwijzen) naar.

Voorbeelden[bewerken]

Hypercorrectie in uitspraak en spelling[bewerken]

  • Vermijding van een ie-klank aan het eind van een woord.
    • Kaai (correct) werd kade (hypercorrect), omdat een (toenmalig) dialectwoord als hei correct als heide diende te worden uitgesproken.
    • Een kopje kofje ter vermijding van koppie koffie.
    • Flopje voor het Engelse leenwoord floppy.
    • Niet mijn pakje-aan in plaats van niet mijn pakkie-an, wat op zich weer een voorbeeld is van volksetymologie, want afgeleid van het Indonesische bagian (afdeling).
  • Een intervocalische w 'verbeteren' naar een d, omdat een uitspraak als ouwe in plaats van oude als informeel wordt ervaren. Bijvoorbeeld beeldhouder in plaats van beeldhouwer.
  • Het stemhebbend uitspreken van medeklinkers die in correct Nederlands stemloos zijn, bijvoorbeeld zamenvatting in plaats van samenvatting, om zich te behoeden voor het maken van de omgekeerde fout.
  • Een 'Latijnse' meervoudsvorming toepassen op woorden waarbij dit incorrect is, bijvoorbeeld valuta in plaats van het juiste valuta's.
  • Rigoureus toepassen van de stam+t-regel, ook bij woorden waarbij dit niet juist is, zoals hij wilt (correct is: hij wil).
  • De Groninger die zegt naar de 'bioschoop' te gaan, omdat de klank 'sk' als plat geldt.
  • De plaatsnaam Hollandsche Rading. Rading is een hypercorrecte vorm van raaiing, dat lijn of grens betekent.

Hypercorrectie in grammatica[bewerken]

  • Mensen die geleerd hebben dat hun fout is in zinnen als *ik keek naar hun, en dat de juiste vorm hen is, kunnen ten onrechte de indruk krijgen dat hun te allen tijde fout is en ook hen gaan gebruiken waar de zin wél hun vereist, zoals in *ik geef hen een cadeau.
  • De regel dat een vergrotende trap gevolgd wordt door dan en niet als (ik ben groter dan jij, niet *ik ben groter als jij) maakt dat sommige taalgebruikers foutievelijk ook na een stellende trap dan gebruiken: *ik ben twee keer zo groot dan jij.
  • Het betrekkelijke voornaamwoord bij een onzijdig zelfstandig naamwoord is dat, niet wat: het boek dat ik lees, niet *het boek wat ik lees. Door kennis van deze regel gebruiken sommige mensen ook dat na onbepaalde voornaamwoorden, terwijl de grammatica dan juist wat voorschrijft: *er is niets dat me tegenhoudt in plaats van het correcte er is niets wat me tegenhoudt.

Overige vormen van hypercorrectie[bewerken]

Voorbeelden die ook soms alleen om de grap bedoeld zijn: Hij sloeg in zijn examen — Ze sloeg erin haar schoenen te verwisselen — De examenperiode was lastig, maar hij heeft er zich door geslaan. Hetzelfde fenomeen treedt overigens vaker op bij verslaan, doordat verslaan twee basisbetekenissen heeft: "overwinnen"1 en "een verslag maken van"2. Voor 1 zul je nog wel het correcte "Amerika heeft Japan verslagen" horen, maar voor 2 vaak het foute "hij heeft de voetbalwedstrijd verslaan".

Verwant met hypercorrectie is de wens om als buitenstaander dialect te spreken, in de Achterhoek "plat proate met pien in de boek" (plat praten met buikpijn) genoemd. Ten grondslag hieraan ligt de gedachte, dat er eenvoudige regels zijn om van het woord in de ene taal door een klankverschuiving het anderstalige woord te maken. Bij leenwoorden gaat het dan mis, maar ook bij inheemse voorbeelden zijn er tal van uitzonderingen.

Voorbeeld:

  • "Wie motte besjlist nog eens sjaoke," ("We moeten beslist nog eens schaken.") van iemand die Limburgs probeert te spreken, vanuit de gedachte dat de Nederlandse a in het Limburgs een ao wordt (bijvoorbeeld jaar → jaor, avond → aovendj). Schaken krijgt in het Limburgs echter geen ao, maar behoudt zijn a: sjake.

Zie ook[bewerken]