In Flanders Fields
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
-
- Dit artikel gaat over het gedicht. Voor de andere betekenissen zie In Flanders Fields (doorverwijspagina).
In Flanders Fields is een gedicht van de Canadese militaire arts en dichter John McCrae (30 november 1872 – 28 januari 1918). De definitieve versie schreef hij op 8 december 1915.
McCrae stierf toen hij nog tijdens de oorlog in een veldhospitaal werkte, aan longontsteking en hersenvliesontsteking. Hij werd 45 jaar oud.
Inhoud |
[bewerken] Het oorspronkelijke gedicht
In Flanders fields (Lieutenant kolonel John McCrae, 1872-1918)
- In Flanders fields the poppies blow
- Between the crosses, row on row
- That mark our place; and in the sky
- The larks, still bravely singing, fly
- Scarce heard amid the guns below.
- We are the dead. Short days ago
- We lived, felt dawn, saw sunset glow
- Loved, and were loved, and now we lie
- In Flanders fields.
- Take up our quarrel with the foe:
- To you from failing hands we throw
- The torch; be yours to hold it high.
- If ye break faith with us who die
- We shall not sleep, though poppies grow
- In Flanders fields.
[bewerken] Vertalingen naar het Nederlands
De kollebloemen van Vlaanderen (Rachel Schaballie, 1919)
- Vlaanderens hart bloedt in zijn kollebloemen open,
- tussen de kruisjes door, die, rij naast rij geplant,
- het simpel teeken zijn, waaronder wij steeds hoopen,
- dat onze milde dood de vree werd voor dit land.
- Bij rooden dagerad volgden wij in het blauwe
- den zoeten leeuwerik, wiens jubel werd gestoord
- door schroot en vloek en klacht. Tot men ons kwam houwen
- en op dit Vlaamsche veld ons streven werd gesmoord.
- Gij, die nu na ons leeft, wij reiken u de toortsen,
- verheft ze naar het licht, elk roepe een nieuwen held:
- verbreekt gij onze trouw, dan wordt in wreedste koortsen
- ons 't heilig verbod te slapen in dit veld:
- in elken kollebloem zouden wij blijvend bloeden!
In Vlaanderens velden (Herwig Verleyen, 1994)
- In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
- tussen de kruizen, rij aan rij,
- die onze plaats aanwijzen. En aan de hemel
- blijven de leeuweriken vliegen en dapper kwelen,
- tussen 't geschut beneden nauwelijks te horen.
- Wij zijn de Doden. Enkele dagen geleden nog
- leefden we, voelden de ochtendstond,
- zagen de gloed van de avondzon,
- beminden en werden bemind en nu liggen wij, gevelden,
- In Vlaanderens velden.
- Zet onze strijd met de vijand verder.
- Met falende handen reiken wij u over
- de toorts. Aan u haar hoog te dragen.
- Doet gij dit niet, dan zullen wij in deze aarde
- geen rust kennen, ondanks de klaprozen
- In Vlaanderens velden.
In Vlaamse velden (Tom Lanoye, 2000)
- In Vlaamse velden klappen rozen open
- Tussen witte kruisjes, rij op rij,
- Die onze plaats hier merken, wijl in 't zwerk
- De leeuweriken fluitend werken, onverhoord
- Verstomd door het gebulder op de grond.
- Wij zijn de doden. Zo-even leefden wij.
- Wij dronken dauw. De zon zagen wij zakken.
- Wij kusten en werden gekust. Nu rusten wij
- In Vlaamse velden voor de Vlaamse kust.
- Toe: trekt gij ons krakeel aan met de vijand.
- Aan u passeren wij, met zwakke hand, de fakkel.
- Houd hem hoog. Weest gij de helden. Laat de doden
- Die wij zijn niet stikken of wij vinden slaap noch
- Vrede - ook al klappen zoveel rozen open
- In zovele Vlaamse velden.
In Vlaamse velden (Paul Claes, 2008)
- Papaver bloeit in Vlaamse velden,
- Waar rij aan rij de kruisen melden
- Dat wij hier liggen; in de lucht
- Zingt fel een leeuwerikenvlucht
- Nog boven het geschut te velde.
- Wij zijn de Doden. Dagen snelden
- In ochtenddauw, in avondlucht,
- In liefde heen, tot men ons velde
- In Vlaamse Velden.
- Laat onze vijand dat ontgelden:
- Neem nu de toorts die wij omknelden
- Over en hef haar in de lucht.
- Wij vinden, als u bent beducht,
- Geen rust hoe ook papaver bloeit
- In Vlaamse Velden.
In Vlaanderens velden
- “In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
- Tussen de kruisen, rij aan rij
- die onze plek aangeven; en in de lucht
- vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
- ook al hoor je ze nauwelijks te midden van het kanongebulder
- aan de grond.
- Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
- leefden we nog, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan
- beminden en werden bemind en nu liggen we
- in Vlaanderens velden
- Neem ons gevecht met de vijand weer op:
- Tot u gooien wij, met falende hand
- de toorts; aan u om haar hoog te houden
- Als gij breekt met ons die sterven
- zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen
- in Vlaanderens velden.”
[bewerken] De rol van de poppies
Wat is de rol van de klaprozen (poppies)? Klaprozen bloeien als andere planten in de buurt dood zijn. Klaprozenzaden kunnen jarenlang op de grond liggen en pas beginnen te groeien als de nabije planten en struiken weg zijn, bijvoorbeeld als de grond werd omgewoeld en vervuild. De meeste klaprozen zijn altijd waar te nemen op plekken waar slooppuin in de grond ligt.
Natuurlijk was de grond rond de loopgraven in de Eerste Wereldoorlog grondig 'omgespit' en besmet door de gevechten en bombardementen. McCrae moet dan ook honderden klaprozen hebben zien bloeien toen hij in 1915 het gedicht schreef.
Maar de klaproos heeft nog een andere betekenis in In Flanders fields. Sommige klaprozen, die gerekend worden tot de papavers, worden gebruikt om opium en morfine van te maken; morfine is een sterk verdovend middel dat vaak werd gebruikt om de pijn van gewonde soldaten te stillen - soms voor eeuwig. De laatste verzen We shall not sleep, though poppies grow / In Flanders fields duiden op de verdovende werking van morfine.
Daarbij is de aanblik van de bloem vervuld van symboliek: niet alleen zijn de blaadjes rood als het bloed van de gevallenen, en is het binnenste zwart, kleur van rouw, in het hart van de bloem is ook een kruisvorm te zien, christelijk symbool van lijden en verlossing bij uitstek.
[bewerken] Boeken over IFF
- VERLEYEN, H., In Flanders Fields: het verhaal van John McCrae, zijn gedicht en de klaproos, De Klaproos, 1992. ISBN 90-5508-001-2.
[bewerken] Externe link
Bronnen, noten en/of referenties:

