Jan-Pieter Cassiers
Jan-Pieter Cassiers (1788, Antwerpen - 1870) was een Belgische politicus en handelaar. Hij was een katholiek en belangrijk voor de ontwikkeling van de parochie Houthulst in de tweede helft van de 19de eeuw. Hij was burgemeester van Klerken en later senator. Cassiers was gehuwd met Caroline Joséphine-Charles-Marie (1823 Langemark - 1882), burggravin de Patin de Langemarck. Het echtpaar had geen kinderen.
In 1838 kocht Cassiers een stuk bosgrond in het Bos van Houthulst, met bosopbrengst als doel. Zijn echtgenote was al eigenares van honderden hectare bossen en landerijen in het midden van West-Vlaanderen. Cassiers liet er ook een landhuis oprichten.
In 1848 liet hij zich tot burgemeester van Klerken benoemen. Een van zijn aandachtspunten was het verbeteren van de wegeninfrastructuur in het gebied van het latere Houthulst, vooral met het oog op de bereikbaarheid van de molens, de wagenmakerij en de brouwerij van het gehucht Hoogkwartier en de bosexploitatie. In 1854 kocht hij nog een resterende stuk bosgrond, waardoor hij de belangrijkste grootgrondbezitter van de gemeente werd.
In 1853 circuleerden al geruchten voor het oprichten van een nieuwe parochie op de gronden van Cassiers. Na die eerste weg kan Cassiers de infrastructuur verder later ontwikkelen. Bisschop Malou vroeg Cassiers om nog twee wegen aan te leggen, om het makkelijker te maken voor Malou om de parochiestichting te kunnen verdedigen bij de minister. Uiteindelijk stond Cassiers ook zelf in voor de kosten. De twee straten die aangelegd werden zijn de Kerkstraat en de Jonkershovestraat. In 1857 leidde dit tot de parochie Houthulst, nadat de parochie Klerken het armste deel van zijn grondgebied had afgestaan.
Jan-Pieter Cassiers overleed in 1870. In 1880 liet zijn weduwe een Lourdesgrot oprichten in het bos. Na haar dood in 1882 werd de totale eigendom van de Cassiers in vijf verdeeld.
Na hun dood evolueerde de parochie en het dorp Houthulst verder, en werd het een gemeente in 1928.
Bronnen, noten en/of referenties
|