Joël Vredenburg

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Joël Joseph Vredenburg, (Amsterdam, 24 juli 1866Arnhem (of Amsterdam), 16 maart 1943) was een Nederlands rabbijn die zijn opleiding heeft afgelegd aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium, alwaar hij ook leraar was. Hij heeft verscheidene functies bekleed en werd in 1918 opperrabijn in Gelderland.

Inhoud

[bewerk] Levensloop

Reeds op 24-jarige leeftijd legde Vredenburg met goed gevolg het kandidaatsexamen af in de klassieke letteren. Dit was tevens een voorwaarde om het rabbijnsexamen aan Nederlands Israëlitisch Seminarium met succes af te leggen. Van een rabbijn werd namelijk geëist dat hij een studie aan één der erkende universiteiten met succes voltooide. In 1891 legde hij het moree-examen (joodse leraarsgraad) af, waarna hij tot directeur werd benoemd van de Godsdienst-Armenschool, leraar werd aan het Beth Hamidrasj alsmede leraar-consulent van Talmud Tora in Amsterdam. Ook was hij voorzitter van de examencommissie voor godsdienstonderwijzers en theologen. In 1904 werd hij benoemd tot rabbijn van het Amsterdamse NIHS. Tot 1918 was hij rabbijn in Amsterdam, waarna hij promotie maakte en opperrabbijn werd van het Ressort Gelderland. Hij bekleedde deze functie tot zijn pensionering in 1941, waarna opperrabijn Levisson zijn opvolger werd.

Joël Vredenburg was gehuwd met Esther Bamberger. Zij overleed te Arnhem op 12 mei 1939. Er is een gedenksteen voor haar geplaatst op Moscowa, de joodse begraafplaats te Arnhem. Het echtpaar had een zoon Izak, die net als zijn vader rabbijn was. Hij is samen met zijn vrouw Ganna Hirsch op 23 juli 1943 in Sobibor vermoord. Tevens had het echtpaar een dochter Josine-Sientje (later: Shifra) Vredenburg die de Tweede Wereldoorlog zou overleven.

Joël Vredenburg overleed op 76-jarige leeftijd waarschijnlijk in Arnhem,[1] alwaar hij is begraven op de Joodse begraafplaats Moscowa. Volgens anderen zou hij in De Joodse Invalide (een Joods tehuis voor lichamelijk gehandicapten en bejaarden te Amsterdam) overleden zijn. Maar dit berust met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, op een misverstand.[2]

[bewerk] Thoravertaling en verklaring

Joël Vredenburg heeft veel gepubliceerd op joods-wetenschappelijk gebied. Zo heeft onder meer de siddoer (joods gebedenboek) en de Thora in het Nederlands vertaald, gepaard gaande met een verklaring op de Thora. Door de herdruk van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap in 1991 werd de verklaring wederom voor een groot Nederlands publiek toegankelijk.

De Nederlandstalige verklaring is uniek, gezien het feit er op dit gebied zeer weinig in het Nederlands is gepubliceerd. Dat was dan ook precies de reden waarom het oorspronkelijk werd uitgegeven. In zijn "voorbericht" van de eerste druk in 1899 schrijft hij: ""Het moeilijkste gedeelte van den Bijbel is de Pentateuch". Hoewel voor menigeen schijnbaar een paradox, blijkt deze stelling bij eenigszins nadere beschouwing toch volkomen juist. Wél is in het algemeen de taal der Thora eenvoudig, de uiteenzetting helder,- maar het groote belang van den inhoud voor het practisch godsdienstig leven van den Israëliet, het gewicht van de historische gedeelten voor de ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid in het algemeen en van Israël in het bijzonder maken elke bladzijde van dit "Boek der boeken" zoo belangwekkend, dat zeker geen geschrift ter wereld meer nauwkeurig is en wordt gelezen, - waardoor van zelve tal van opmerkingen worden gemaakt en moeilijkheden in het oog springen, die bij meer oppervlakkige behandeling zeker over het hoofd gezien zouden worden. Vandaar dat ook voor den leek, o.a. bij het aanhooren der wekelijksche voorlezingen uit den Pentateuch, dikwijls tal van vragen rijzen, waarop hij meestal te vergeefs het antwoord wacht."[3]

De heruitgave van 1991 bevat het meest noodzakelijke: de tekst van de Thora met vertaling en verklaring en de Hebreeuwse tekst van de Haftarot. Om de omvang bij de herdruk beperkt te houden zijn de gebeden voor sjabbatochtend, de pioetiem, de "Vijf Rollen" en de vertaling van de Haftarot niet herdrukt. In zijn verklaring haalt hij behoudens de traditionele verklaarders Rasjie, Ramban, Ibn Ezra en Sforno ook meer moderne verklaarders aan zoals Heidenheim en Mendelsohn.

[bewerk] Externe link

[bewerk] Referenties

Referenties:
  1. ^ Jeruzalems centrum voor onderzoek naar de geschiedenis der Nederlandse joden.
  2. ^ Op 16 maart 1943 overleed Vredenburg terwijl op 1 maart 1943 De Joodse Invalide op last van Aus der Fünten is ontruimd, waarbij alle verpleegden en het personeel op transport zijn gesteld, zie Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland en voor datum overlijden o.a. Personen begraven op Moscowa. Volgens Het Joodsche Weekblad van 19 maart 1943 overleed hij te Amsterdam. Het is aldus mogelijk dat hij elders aldaar is overleden.
  3. ^ J. Vredenburg, Josef Lekach, De Pentateuch en de Vijf Rollen, opnieuw in het Nederlandsch vertaald en verklaard, en de Haphtaroth en Shabbathgebeden met Nederlandsche Vertaling, Joachimsthal's Stoomdrukkerij, Amsterdam, 1899, voorwoord.
 
Persoonlijke instellingen