Jotie T'Hooft
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Johan Geeraard Adriaan (Jotie) T'Hooft (Oudenaarde, 9 mei 1956 – Brugge, 6 oktober 1977) was een Vlaams neoromantisch dichter en schrijver.
Inhoud |
[bewerken] Levensloop
T'Hooft was enig kind, en was als kind een voorbeeldige jongen met uitstekende schoolrapporten, maar op de middelbare school kent hij ernstige aanpassingsproblemen: door zijn zwakke resultaten, opstandige karakter en zijn onhandelbaar gedrag, werd hij van verschillende scholen gestuurd. Hij zocht zijn toevlucht in de literatuur (Franz Kafka, Hermann Hesse), poëzie, muziek (David Bowie, Nico, Frank Zappa, Lou Reed) en drugs. Op zijn veertiende was hij al verslaafd.
Op 17-jarige leeftijd verliet hij het ouderlijk huis. Hij ging in Gent op kamers wonen om de kunstacademie te volgen. Van de geplande studies kwam niks terecht: in Gent kwam hij in het drugsmilieu terecht, waar hij zijn geldnood trachtte op te lossen door drugs te verkopen en allerlei baantjes aan te nemen. Eind 1973 nam hij slaappillen in en probeerde zelfmoord te plegen door zich te kerven met scheermesjes. Deze zelfmoordpoging mislukte en zijn ouders haalden hem terug naar Bevere. Daar kende hij een periode van relatieve rust.
In 1974 werd T'Hooft voor drugbezit opgepakt door de politie bij een razzia, ter beschikking van de jeugdrechter gesteld en doorverwezen naar de opvoedingsinstellingen in Beernem en Ruiselede. Na deze periode ontmoette hij Ingrid Weverbergh, een dochter van Julien Weverbergh, uit diens eerste huwelijk. Jotie en Ingrid traden op 29 augustus 1974 in het huwelijk. Zijn schoonvader, directeur van uitgeverij Manteau, bezorgde hem niet alleen werk als lector bij uitgeverij Manteau, maar zorgde er ook voor dat zijn eerste bundel Schreeuwlandschap in 1975 gepubliceerd werd.
Toch vond T'Hooft geen rust: in juli 1976 trachtte hij voor de tweede maal zelfmoord te plegen: hij dronk een fles whisky leeg en spoot zich valium in de aderen. Ook deze poging mislukte.
Zijn tweede dichtbundel Junkieverdriet verscheen in 1976. Voor deze bundel kreeg hij de prestigieuze Reina Prinsen Geerligsprijs. Deze bundel betekende zijn doorbraak binnen de literaire wereld. T'Hooft werd redacteur van verschillende tijdschriften, gaf overal ten lande lezingen en voordrachten en publiceerde in verschillende literaire bladen.
Het druggebruik overheerste echter meer en meer zijn leven en maakte een ander mens van de zachtaardige T'Hooft. Omdat hij haar mishandelde verliet Ingrid Weverbergh haar man. De doodsdrift van T'Hooft won het uiteindelijk: in de nacht van 5 op 6 oktober 1977 diende hij zichzelf in een kleine kamer in Brugge een overdosis cocaïne toe en stapte zo uit het leven. Op de muur stonden enkele laatste afscheidswoorden (vermoedelijk voor zijn ex) : "vaarwel kleine meid! veel geluk!" In zijn huis in Sint-Agatha-Berchem, dat binnenin helemaal zwart geschilderd was, lagen twaalf afscheidsgedichten op de schoorsteenmantel, met de toestemming voor Weverbergh om ze postuum te publiceren. Voor zijn zelfmoord zette hij het nummer 'The End' van The Doors op, de tekst van het lied gaat over onderwerpen als liefde, drugs en uiteindelijk de dood, allemaal elementen die een grote rol in T'Hoofts leven speelden.
T'Hooft werd begraven op het kerkhof te Oudenaarde.
Na zijn dood werd nog een aantal ongepubliceerde werken van T'Hooft uitgegeven, zowel gedichten als proza. Toen Julien Weverbergh het archief van T'Hooft in 2004 wilde verkopen stapte de weduwe T'Hooft-Weverbergh naar de rechter, die vervolgens op 18 januari 2005 de verkoop verbood.
[bewerken] De thema's in zijn poëzie
Jotie T'Hooft is in de eerste plaats een neoromantisch dichter en de thema's in zijn werk zijn dan ook de thema's uit de neo-romantiek: het onvervulbare verlangen, de spanning tussen ideaal en werkelijkheid, de droom, het ontvluchten van de werkelijkheid, het verlangen naar zuiverheid... De belangrijkste thema's bij Jotie T'Hooft, zijn die zaken die een rechtstreekse vlucht vormen voor het bestaan: druggebruik, dood en zelfmoord, erotiek en seks.
Reeds in zijn jeugdjaren is T'Hooft gefascineerd door de dood. Deze fascinatie, in combinatie met de eigen doodsdrang, vormen de rode draad doorheen het hele leven en werk van Jotie T'Hooft en komen in talloze van zijn gedichten naar voren, niet het minst in de gedichten die hij net voor zijn dood schreef, met de regel "Ik ben wereld, in mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken" als perfecte samenvatting van deze thematiek. Nauw aansluitend bij deze doodsdrang, is het thema van vervreemding en desoriëntatie. Jotie T'Hooft is een vreemde op deze wereld, voelt zich hier niet thuis en zoekt op allerlei manieren naar een vlucht uit deze wereld om thuis te komen in zijn eigen innerlijke wereld. Ook de verwijzingen naar het verloren paradijs en de onschuld van de kindertijd moeten in dit licht gezien worden.
[bewerken] Werken
[bewerken] Poëzie
- Schreeuwlandschap (1975)
- Junkieverdriet (1976)
- De laatste gedichten (1977)
- Poezebeest (1978)
- Verzamelde gedichten (1981)
- In bossen op eenzame plekken (1995)
- In mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken (1997)
[bewerken] Proza
- Heer van de poorten (1978 - verhalen)
- Verzameld proza (1982)
[bewerken] Literatuur
- Een zeer treurige prins, uitvoerige biografie van de hand van Jean-Paul Mulders en Annick Lesage (1e en 2e druk uitgeverij Manteau, 3e druk Poëziecentrum Gent)

