David Bowie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
David Bowie
Bowie tijdens de Heathen Tour in 2002
Bowie tijdens de Heathen Tour in 2002
Algemene informatie
Volledige naam David Robert Jones
Bijnaam Ziggy Stardust
The Thin White Duke
Geboren 8 januari 1947
Land Engeland
Werk
Jaren actief 1964-heden
Genre(s) rock, glamrock, art rock, poprock
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Muziek

David Robert Jones, beter bekend onder zijn artiestennaam David Bowie (Brixton (Londen), 8 januari 1947) is een Engelse muzikant. Hij wordt gezien als een uiterst invloedrijk rockmuzikant, artiest en acteur, vanaf de jaren zestig tot heden.

David Bowie werd bekend vanwege wereldhits zoals Space Oddity, Changes, Ziggy Stardust, Let's Dance, Dancing in the Street, Heroes en Under Pressure. In Nederland had Bowie vijf nummer 1-hits. Daarnaast is hij bekend van de verschillende imago's, die vooral in de jaren zeventig excentriek te noemen waren.

Biografie[bewerken]

David Bowie in 1967

De beginjaren[bewerken]

Bowie groeide op in Bromley, in het zuidoosten van Londen. Tijdens een vechtpartij met een vriend, toen Bowie vijftien jaar was, raakte zijn linkeroog beschadigd doordat hij een vuistslag in het gezicht kreeg. Na enkele operaties kon Bowie nog steeds minder goed zien met zijn beschadigde oog. Zijn pupil kan door de beschadiging niet meer reageren op lichtvariaties waardoor zijn linkeroog een bruine kleur lijkt te hebben. Daardoor lijkt Bowie op het eerste gezicht twee verschillend gekleurde ogen te hebben. Later zou dat een van zijn handelsmerken worden.

Aanvankelijk was hij in de jaren zestig saxofonist en zanger in verschillende Londense bluesbandjes, zoals The Lower Third, de Konrads en de King Bees. Een van David Bowies grootste talenten is om nieuwe trends te zetten, die navolging krijgen over de hele wereld. Later in zijn carrière wist hij zijn imago aan te passen aan muzikale trends, waar hij zijn eigen invulling aan kon geven. Zijn muzikale invloed blijkt onder meer door het aantal artiesten dat aangeeft door hem muzikaal geïnspireerd te zijn (Simple Minds, U2, Pet Shop Boys, Placebo, Sonic Youth, The Arcade Fire, Nine Inch Nails, Joy Division en vele anderen). Hij is beïnvloed door drama, van avant-garde en mime tot commedia dell'arte en gebruikt verschillende karakters en pseudoniemen in zijn werk, waarvan Ziggy Stardust het bekendste is. De zanger koos zijn artiestennaam David Bowie omdat er al een Davy Jones was, de zanger van The Monkees. De achternaam Bowie is geleend van Jim Bowie, naar wie het bowiemes genoemd is. In werkelijkheid is het mes een uitvinding van zijn broer Rezin Bowie

David Bowie verwierf zijn eerste bekendheid met het nummer Space Oddity in 1969, dat samenviel met de eerste maanlanding en gebaseerd was op Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey. Het was zijn eerste commerciële succes in het Verenigd Koninkrijk waar de single de vijfde plaats in de hitparade haalde. In Nederland bereikte de single in september 1969 een achtste plaats, en in de Verenigde Staten de vijftiende plek in de hitparade. Met de heruitgave in 1975 in Engeland bereikte hij zelfs de eerste plaats. Zijn eerste twee albums waren in eerste instantie geen groot succes. Beide albums werden in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht met de titel David Bowie, wat tot de nodige verwarring leidde. In de Verenigde Staten heette het tweede album eerst Man Of Words, Man Of Music. In 1972 werd het tweede album opnieuw uitgebracht als Space Oddity. Daarmee haalde het album zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk de Top 20.

In maart 1970 trouwde Bowie met Mary Angela Barnett (nu Angela Bowie). Later dat jaar bracht hij The Man Who Sold the World uit, waarbij hij de akoestische gitaar van Space Oddity voor een zwaarder rockgeluid verruilde, verzorgd door onder andere gitarist Mick Ronson. Daarmee sloot hij aan bij de Britse hardrock van dat moment, hoewel ook op dit album Bowies drang tot vernieuwing bleek, onder meer door het gebruik van Latin-invloeden in het titelnummer. Rond deze tijd vormde hij ook zijn band The Spiders From Mars (als opvolger van Hype). Het titelnummer werd met succes gecoverd door Lulu in 1974 en door Nirvana in 1994. De hoes van The Man Who Sold the World was opvallend, omdat Bowie te zien was in een elegante jurk. Het was een van de eerste tekenen van de exploitatie van zijn androgyne uiterlijk. De hoes werd in de Verenigde Staten gecensureerd en kreeg een ander ontwerp.

Zijn volgende album, Hunky Dory (1971), kenmerkte zich deels door een terugkeer naar het geluid van Space Oddity, maar ook door Oh! You Pretty Things en het nummer Kooks. Dat laatste nummer werd opgedragen aan zijn op 30 mei 1971 geboren zoon Zowie Bowie, wiens volledige naam Duncan Zowie Heywood Jones is, en tegenwoordig onder de naam Duncan Jones een carrière als filmregisseur heeft. Bowie eerde op het album verder op ongebruikelijk directe manier enkele van zijn voorbeelden in de nummers Song for Bob Dylan, Andy Warhol en Queen Bitch (opgedragen aan de Velvet Underground). Het volgende jaar zou Bowie Lou Reeds solo-doorbraak Transformer produceren. Vergezeld van de hitsingle Life On Mars verkocht Hunky Dory goed in het Verenigd Koninkrijk. Ook zijn zelfverklaarde biseksualiteit kon op veel aandacht rekenen -later zou hij er weer afstand van nemen. In de daaropvolgende periode van achttien maanden (1972 en 1973) had hij in het Verenigd Koninkrijk vier albums in de Top 10 staan en acht top-tienhits. Ook in Nederland en België begonnen zijn albums rond deze tijd steeds beter te verkopen.

De Ziggy Stardustjaren[bewerken]

Zijn androgyne verschijning werd verder doorgevoerd op zijn volgende album The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972). Het album werd zowel commercieel als artistiek een succes. Ziggy Stardust is een van 's werelds bekendste conceptalbums en verhaalt over de carrière van een buitenaardse rockzanger. In een interview met Sonja Barend zei Bowie echter dat de Britse rocker Vince Taylor model stond voor Ziggy Stardust. Het album bevat veel van Bowies meest gewaardeerde werk. Het is op nummer 35 het hoogst geplaatste van zes Bowiealbums in de top 500 van meest invloedrijke albums aller tijden van het blad Rolling Stone. Het album valt te beschouwen als een reactie op zijn eigen beroemdheid en het conflict tussen zijn eigen idealen en de realiteit van het leven als een van de grootste sterren van dat moment. Dit thema werd verder doorgevoerd op het album Aladdin Sane (1973) met de hit The Jean Genie (nummer 7 in de Nederlandse Top 40) en de Rolling Stonescover Let's Spend the Night Together. David Bowie werd rond deze periode de koning van de glamrock genoemd. Dit was niet helemaal terecht. De glamrock als genre werd namelijk geïntroduceerd (eigenlijk min of meer uitgevonden) door Marc Bolan, voorman van de Britse formatie T-Rex. Bowie en Bolan waren goede vrienden en hebben elkaar in de glamrockperiode sterk beïnvloed. Het nummer Lady Stardust (van het Ziggy Stardust-album) gaat volgens David Bowie over Marc Bolan.


Bowie voerde het personage Ziggy Stardust tot in het extreme door. Hij toerde en gaf persconferenties als Ziggy. Hier kwam een plotseling einde aan toen Ziggy abrupt en dramatisch zijn leven als rockzanger beëindigde tijdens een liveconcert in het Londense Hammersmith Odeon op 3 juli 1973. Deze show werd later uitgebracht in 1983 als film en bijbehorende soundtrack onder de naam Ziggy Stardust - The Motion Picture. Een opgepoetste versie is in 2003 als de 30th Anniversary Edition verschenen. Bowies volgende twee albums waren muzikaal gezien voortzettingen van de Ziggy Stardustperiode: het jaren zestig cover-album, Pin Ups (1973) en het ambitieuze en futuristische Diamond Dogs (1974). Het album werd gevolgd door een grote Diamond Dogs Tour in de Verenigde Staten. De choreografie van de tournee werd verzorgd door Toni Basil en stond bol van theatrale special effects. De tournee werd gefilmd door Alan Yentob voor de documentaire Cracked Actor.

Bowie gaf aan dat het resulterende livealbum David Live eigenlijk David Bowie is Alive and Well and Living Only in Theory zou moeten heten, waarschijnlijk een verwijzing naar zijn (door overmatig drugsgebruik) verwarde mentale toestand in deze periode. Desondanks verstevigde het album zijn status als superster, met een tweede plaats in de hitlijst in het Verenigd Koninkrijk en een achtste plek in de hitlijst in de Verenigde Staten.

Bowie werkte in deze periode behalve met Marc Bolan ook samen met Lou Reed, Iggy Pop & The Stooges, Mott The Hoople en Lulu.

Soul, drugs en Berlijn[bewerken]

In 1975 veranderde Bowie zijn imago drastisch, zowel artistiek als qua uiterlijk. Wel konden we hem in zijn eerste commerciële film, The Man Who Fell To Earth, nog één keer bewonderen als androgyne buitenaardse rockster. Zijn eerste werk na deze zet was de dansbare soulplaat Young Americans. Dit was een groot verschil met zijn voorgaande werk. Hij verloor hiermee veel fans, maar trok ook weer veel nieuwe fans naar zich toe. Opvallend is ook het nummer Fame, een duet met John Lennon. Dit werd zijn eerste Amerikaanse nummer 1-hit en bereikte in Nederland de vierde plaats.

Ondertussen had Bowie zich gevestigd in Los Angeles en gebruikte veel drugs, vooral cocaïne. Op het album Station To Station (1976) introduceerde hij een nieuw en controversieel personage, genaamd The Thin White Duke, een gladde, koude, typisch Britse aristocraat. Het album was zijn tijd ver vooruit en kenmerkte zich door een kil new wavegeluid, vermengd met enkele funk- en disco-invloeden. Sommigen horen ook de invloed van Bowies zwaar toegenomen drugsgebruik in vooral het titelnummer, anderen zien in het album eerder toespelingen op occulte zaken, met name op de kabbalistische boom des levens (Kether en Malkut zoals ze in de tekst van het titelnummer voorkomen zijn namen van sefirot -stations- van de boom des levens). Ook in Bowies andere werk wordt soms gerefereerd aan het occulte. Het nummer Golden Years werd Bowies vijfde top 10-hit in Nederland (nummer 6).

David Bowie in Oslo in 1978

Na dit album vertrok Bowie naar Berlijn, deels om van zijn overmatig drugsgebruik af te komen en deels vanwege zijn groeiende interesse in de Duitse muziekscene. De Berlijnse periode is artistiek gezien een zeer interessante periode in de carrière van David Bowie. Hier begon de samenwerking met inspirator Brian Eno. Bowie produceerde in deze tijd zelf ook enkele artiesten, waaronder Iggy Pop. Het Iggy Pop-album The Idiot heeft opvallend veel Bowie-invloeden. Niet alleen zijn alle songs geschreven door Pop en Bowie samen, maar ook heeft Bowie alle muziek uitgevoerd, zoals Pop veel later in interviews vertelde. Van een "band", zoals de credits vermelden, is dus geen sprake. Ook zijn er in de nummers duidelijke verwijzingen te vinden naar het gezamenlijke uitgaansleven van Pop en David in Berlijn, waarover de nummers Nightclubbing en Funtime (en overigens ook het nummer Beauty and the Beast op het Bowie-album Heroes) verhalen.

Alle drie de Berlijnse albums werden invloedrijk: Low (1977) (hoewel niet opgenomen in Berlijn, maar in Frankrijk), Heroes (1977) en Lodger (1979). Alle drie de albums waren doorspekt met gewaagde artistieke experimenten en instrumentale nummers, en alle drie zijn in eerste instantie moeilijker toegankelijk dan Bowies eerdere werk. Ook het verdeelde Berlijn gaf inspiratie met de Koude Oorlog als decor. Dit was vooral gewaagd tegen de achtergrond van de op dat moment heersende punkbeweging. Toch verkochten Low en Heroes onverwacht goed. Van Low kwam zelfs de tot dan grootste Nederlandse hit, namelijk Sound and Vision (nummer twee in de hitparade). Het titelnummer van Heroes werd wereldwijd zelfs een grotere hit (nummer acht in de Nederlandse hitparade) en is tot op heden één van Bowies bekendste singles gebleven.

Materiaal van de drie Berlijnse albums werd later gebruikt voor de soundtrack van de film Christiane F. - Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (1981), een in die tijd zeer controversiële (biografische) film over een veertienjarig Berlijns meisje dat verslaafd raakt aan heroïne en zich prostitueert. Christiane is een fan van Bowie, die een cameo in de film had en fors bijdroeg aan de soundtrack (onder meer een deels Duitstalige versie van Heroes ("Helden").

Superster in de jaren tachtig[bewerken]

In 1980 kwam er een eind aan de Berlijnse jaren van Bowie. Met Scary Monsters... and Super Creeps keek hij terug op zijn eigen carrière en met de single Ashes To Ashes scoorde hij weer een grote hit. Het album gebruikte weliswaar de invloeden waarmee Bowie in Berlijn had kennisgemaakt, maar was zowel muzikaal als tekstueel veel directer dan de voorgaande albums. Mogelijk was dit een gevolg van de drastische veranderingen die Bowie in de periode voorafgaand aan het album had ondergaan. Hij scheidde van Angela Bowie en onderging een ontwenningskuur voor zijn drugsgebruik. Veel mensen zagen dit album als zijn voorlopig laatste, omdat het ernaar uitzag dat Bowie zich ging richten op zijn film- en theatercarrière (onder meer stond hij drie maanden op het toneel van Broadway als de Elephant Man). In 1981 scoorde hij samen met Queen nog wel een nummer 1-hit met de klassieker Under Pressure. In 1982 werkte hij samen met discoproducer Giorgio Moroder voor de soundtrack van de film Cat People en verscheen zijn eind jaren zeventig opgenomen duet Peace On Earth/Little Drummer Boy met Bing Crosby op (kerst)single.

Het duurde tot 1983 voor David Bowie een nieuw album uitbracht. Het toegankelijke album Let's Dance en de bijbehorende hitsingles Modern Love, China Girl en het titelnummer werden enorme commerciële successen die Bowie tot superster maakten. Het album werd geproduceerd door Nile Rodgers (Chic) en alle singles werden voorzien van videoclips die op de in deze jaren nieuwe zender MTV vaak te zien waren. Samen met de Serious Moonlight Tour trok hij overal ter wereld volle stadions. De gitarist op het album, Stevie Ray Vaughan, werd in de tournee vervangen door Earl Slick. In 1983 speelde Bowie ook in de film The Hunger.

De opvolger Tonight (1984), werd door sommige critici gezien als een luie poging om het succes van Let's Dance te evenaren, terwijl anderen het daarentegen geslaagder vonden dan Let's Dance. Het succes van Let's Dance evenaren lukte echter maar gedeeltelijk, door middel van het van Iggy Pop teruggeleende Tonight, een duet met Tina Turner, en de hit Blue Jean. Dit laatste nummer ging gepaard met een vijftien minuten durend filmpje, dat op succesvolle wijze Bowies jarenlange interesse in de combinatie drama en muziek liet blijken. Het album stelt vooral teleur door het geringe aantal nieuwe songs; meer dan de helft van het album bestaat uit covers van Iggy Pop-nummers of eerder door Iggy Pop uitgebrachte songs. Het nummer Loving the Alien laat Bowie echter op zijn best zien.

Het jaar daarop scoorde Bowie toch weer een nummer 1-hit met This Is Not America, met de Pat Metheny Group. Dit nummer kwam uit de film The Falcon and the Snowman. Later dat jaar scoorde hij weer een nummer 1-hit. Deze keer vertolkte hij samen met Mick Jagger de Martha Reeves & the Vandellas-hit, Dancing in the Street, opgenomen in het kader van Live Aid. Hierna speelde hij een hoofdrol in de film Labyrinth (1986), waarvan het nummer Underground in Nederland de top 10 haalde. In 1986 speelde hij een rol in de film Absolute Beginners, en de door hem geschreven titelsong werd een hit.

In 1987 kwam het volgende album van Bowie uit, Never Let Me Down. De plaat werd door critici, maar ook fans, genadeloos de grond in geboord. Desalniettemin werd de single Day In Day Out een hitje en was de begeleidende Glass Spider Tour commercieel een groter succes dan het album. Artistiek sloeg deze tournee de plank mis, iets wat door Bowie later volmondig erkend werd. Het opvallende is dat het in dezelfde periode opgenomen en door Bowie geproduceerde Iggy Pop-album Blah Blah Blah wel van creatieve kwaliteit is. Dit album wordt vanwege de invloed van Bowie (nummers als Isolation, Hideaway en Shades) door veel Bowie-fans beter gewaardeerd dan Bowies eigen producten in die tijd. Vervolgens werd het even stil rond Bowie als soloartiest. In Nederland scoorde hij in de jaren tachtig nog één nummer 1-hit met een live-versie van het nummer Tonight, in duet met Tina Turner.

Tin Machine[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Tin Machine voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 1988 vormde Bowie, voor het eerst sinds de jaren zestig, een rockband, genaamd Tin Machine. Tin Machine was een viertal, waar naast Bowie gitarist Reeves Gabrels, bassist Tony Sales en drummer Hunt Sales in zaten. Tin Machine bracht in 1989 het album Tin Machine uit, waarbij Bowie zijn wens liet blijken om weer muziek te maken voor zichzelf en niet voor de massa, zoals de albums hiervoor. Bowie trad met Tin Machine op in kleine zalen, waaronder Paradiso.

In 1991 verscheen het album Tin Machine II. Door de critici werd dit album evenals de voorganger met gemengde gevoelens ontvangen. Het album werd ondersteund met een tournee (liveopnamen van deze tournee verschenen in 1992 op het album Oy Vey, Baby). Vervolgens werd de band officieus ontbonden.

Sinds de jaren negentig[bewerken]

David Bowie in 1990

Na de artistieke flop Never Let Me Down en zijn ervaringen in de band Tin Machine besloot Bowie dat het weer tijd was voor verandering. In 1990 werden al zijn klassieke albums op cd uitgebracht door Ryko/EMI, waardoor Bowie de kans schoon zag zijn grote hits ten grave te dragen. Moe van het oeverloos herhalen van zijn grootste successen, wilde hij deze tijdens de Sound + Visiontour voor de laatste keer live ten gehore brengen. In deze tournee was een grote rol weggelegd voor gitarist Adrian Belew, met wie hij ook het duet Pretty Pink Rose had opgenomen.

In 1992 trouwde Bowie met voormalig fotomodel Iman Abdulmajid. Speciaal voor de huwelijksceremonie schreef Bowie een aantal instrumentale nummers, die in 1993 op het album Black Tie, White Noise verschenen. Het album was wederom geproduceerd door Nile Rodgers, en bevatte een aantal sterke tracks, zoals de cover van Creams I Feel Free met Mick Ronson op gitaar en de hitsingle Jump They Say, met als thema de zelfmoord van zijn halfbroer Terry. Mede doordat het label waarop het album in de Verenigde Staten werd uitgebracht (Savage) failliet ging, was er maar een beperkte promotie, en het album werd al snel weer vergeten.

In 2003 kreeg het album opnieuw aandacht doordat er een speciale, uitgebreide editie van verscheen, bestaande uit de oude cd, een cd met speciale versies van nummers, en een dvd met daarin videoclips van de nummers en een aantal clips die speciaal waren opgenomen voor vertoning op het huwelijksfeest van Bowie en Iman. In 1993 schreef Bowie de soundtrack voor de BBC-miniserie Buddha of Suburbia, naar het boek van Hanif Kureishi, maar ook dit album werd nauwelijks opgemerkt.

In 1995 kwam Bowie terug met '1. Outside, waarbij hij opnieuw samenwerkte met Brian Eno. Het album werd omschreven als een vreemd, conceptueel en moeilijk toegankelijk album. Het staat vol met gelezen fragmenten over moord, marteling en andere gruweldaden en daartussen staan de nummers. Op dit album is de toenemende invloed van gitarist Reeves Gabrels sterk merkbaar. Er werd gezegd dat dit het eerste album zou zijn in een serie van vijf, en zelfs de titels van de volgende albums (die tot op heden niet zijn verschenen) werden al bekendgemaakt. Wereldwijd kreeg Bowie positieve artikelen en recensies in de bladen. Een grootschalige tournee volgde, waarin Bowie zijn in 1990 gedane belofte zijn oude nummers niet meer te spelen alweer verbrak. Het nummer Hallo Spaceboy werd in 1996 in de remix van de Pet Shop Boys (inclusief verwijzingen naar Major Tom) een bescheiden hit. Voor het eerst sinds Scary Monsters had Bowie ook de critici weer (bijna) unaniem aan zijn zijde.

Het in 1997 verschenen album Earthling haakte aan bij de toen hippe junglemuziek, maar bevat desalniettemin een aantal sterke nummers (zoals I'm Afraid of Americans dat vagelijk doet denken aan What You Got van John Lennon en Little Wonder). Dit album werd eveneens gevolgd door een tournee, waarin ook nummers uit de Berlijntijd (zoals V2-Schneider van Heroes) van een modern jasje werden voorzien. Tijdens de Earthlingtournee trad ook Nine Inch Nails-zanger Trent Reznor een aantal maal samen met Bowie op en in de videoclip van I'm Afraid of Americans is hij de man die een bange Bowie in New York achtervolgt.

David Bowie in 2004, tijdens het uitkomen van Reality
David Bowies ster op de Hollywood Walk of Fame

De albums ...hours (1999), Heathen (2002) en Reality (2003) lieten een terugkeer zien naar de singer-songwriterperiode van Hunky Dory. Deze drie albums werden door velen gezien als een trilogie.

ToY[bewerken]

De verschijning van het album ToY, met nieuw opgenomen versies van nummers uit zijn beginperiode, stond gepland voor het jaar 2001. De publicatie ging echter niet door, terwijl de hoes al was ontworpen. Een aantal songs van dit album verscheen als extra nummer op cd-singles uit de Heathenperiode (nieuw opgenomen versies van Baby Loves That Way, You Got a Habit of Leaving en Conversation Piece, nummers uit 1967, en een nieuwe versie van Shadowman, een nooit eerder uitgebrachte song uit 1968).

Op het album Reality verscheen een nieuwe versie van Rebel Rebel. Op het album Heathen staan de nieuwe nummers Afraid en Slip Away, een ode aan Bowies favoriete kinderprogramma uit zijn jeugd, Uncle Floyd. Het nummer Yesterday door Bowie (een cover van het Beatles-nummer), dat op internet circuleert, was wellicht ook voor ToY bestemd.

In het voorjaar van 2011 werd het hele album ToY op internet gezet, in uitstekende high definition-cd-kwaliteit, door "een David Bowie-fan", die "het zat was nog langer te wachten en vond dat het album te mooi was om op de plank te blijven liggen".[bron?] Compleet met informatiesheet en coverdesign werd het album gratis via links op sites voor Bowie-fans verspreid. Naast de nummers die via Heathen en de singles al bekend waren, stond er nog een aantal andere nummers op, zoals volledig nieuwe en soms verrassende versies van Silly Boy Blue, The London Boys, I Dig Anything, Let Me Sleep Beside You en Liza Jane. Verder nog het nieuwe nummer Toy en Hole In The Ground, een nieuw opgenomen versie van een oude, onbekende demo.

De nummers die al bekend waren van Heathen en de Heathen-singles zijn op het album ToY anders gemixt, waardoor bijvoorbeeld het verborgen "So Sad"-fragment van Iggy Pop aan het eind van You Got A Habit Of Leaving veel beter te horen is dan op het album Heathen. Slip Away heet hier (net als in de Reality Tour) Uncle Floyd, en klinkt heel anders dan de nieuw opgenomen versie op Heathen. Het begint met een imitatie van Bowies favoriete kinderprogramma Uncle Floyd.

Het album Reality werd op een bijzondere wijze aan fans en pers gepresenteerd. Op een groot aantal plaatsen in Europa kon op een groot scherm via satelliet het liveconcert worden gevolgd waarop Bowie en zijn band alle nummers van Reality ten gehore brachten. De reacties van fans en pers waren positief. Een dvd van dit concert werd later toegevoegd aan een speciale editie van de cd Reality.

Bowie begon in september 2003 aan een ambitieus opgezette tournee van meer dan honderd concerten in anderhalf jaar. Deze werd in 2004 echter voortijdig afgebroken vanwege gezondheidsproblemen, naar later bleek een lichte hartaanval. Van de Realitytournee verscheen in 2004 een dvd (A Reality Tour) met daarop het concert in Dublin. Sindsdien is het rustig rond David Bowie. Hij trad nog op tijdens de Fashion Rocks, waar hij Life on Mars? en Five Years en het nummer "Wake Up" ten gehore bracht, samen met de band Arcade Fire. Op 8 februari 2006 kreeg hij een Grammy-award uitgereikt voor zijn gehele oeuvre.

Op eerste kerstdag 2006 verscheen een speciale cd-single van Bowie met David Gilmour van Pink Floyd, waarop het overlijden van Pink Floyd-oprichter Syd Barrett werd herdacht. Bowie zong op de cd een van de versies van het nummer. De single was slechts een week verkrijgbaar en kon daarna drie weken lang via iTunes worden gedownload. Rond David Bowies zestigste verjaardag in 2007 verschenen er in muziekbladen veel artikelen en een uitgebreide documentaire op de BBC.

Sinds 2007[bewerken]

De laatste jaren lijkt Bowie zich vooral bezig te houden met zijn gezin en bemoeit hij zich muzikaal vooral met het opnieuw uitbrengen van ouder materiaal of het meewerken aan opnamen van andere artiesten, zoals de Amerikaanse band TV On The Radio, waar Bowie onder meer meezingt in de nummers Province en Wasted Weekend, en het debuutalbum van de als actrice bekende Scarlet Johansson, waarop Bowie backing vocals zingt in de nummers Falling Down en Fanning Street. Af en toe treedt hij nog live op of is hij te zien in een film, zoals in The Prestige waar hij het natuurkundig genie Nikola Tesla speelde. Verder bezoekt hij met zijn vrouw Iman regelmatig het New Yorkse uitgaansleven. Bowie was als trotse vader ook aanwezig bij de première van de sf-film Moon, de eerste speelfilm die zijn zoon Duncan Jones regisseerde. Verder was Bowie een van de Amerikaanse insprekers van de film Arthur and the Invisibles en sprak hij een personage in voor Spongebob Squarepants.

Bowiefans verwachtten in 2009 een nieuwe cd na een twittersessie met zijn vrouw Iman, waarin zij meldde dat haar man iets op het vuur had staan dat zijn fans zeker zou interesseren. Hun lange wachten werd pas in 2013 beloond. In april 2010 meldden de media dat Bowie op dat moment al anderhalf jaar met een zekere regelmaat bezig zou zijn met zijn autobiografie. De Amerikaanse uitgever JLPG (Jasper Lookfoil Publishing Group) maakte bekend dat Bowie een vooruitbetaling van 11 miljoen dollar gekregen heeft voor de exclusieve rechten op het uitbrengen van zijn autobiografie, een erg hoog bedrag. Volgens de uitgeverij zou de autobiografie van David Bowie in het najaar van 2011 verschijnen, vlak voor zijn 65ste verjaardag. Als werktitels circuleerden de namen Sailor Flop en Isolar Pay Fold. De definitieve titel is nog niet bekend. Sailor is de alias die Bowie gebruikt als hij zelf berichten post op zijn eigen officiële website en Isolar, een anagram van Sailor, is al enkele decennia de naam van zijn eigen bedrijf. Het boek is echter nog niet verschenen.

In augustus 2011 werd er wel een Bowie-biografie gepubliceerd door Paul Trynka, voormalig hoofdredacteur van het gezaghebbende Britse muziekblad Mojo, getiteld Starman, naar een nummer van de lp Ziggy Stardust. In een interview met muzieksite Spinner meldde Trynka dat het een wonder zou zijn als Bowie nog nieuwe muziek zou uitbrengen, but miracles do happen.[1]

Op 8 maart 2013 kwam het album The Next Day uit. De eerste single uit dat album, Where Are We Now?, verscheen op 8 januari 2013, Bowies 66e verjaardag. The Next Day werd opgenomen in New York en geproduceerd door Tony Visconti. Ook de tracks The Stars are out Tonight, The Next Day en Valentines Day verschenen als single. Bowie maakte in de eerste twee hiervan gebruik van beroemdheden als Tilda Swinton, Gary Oldman en Marion Cotillard. Het album stond wekenlang op nummer 1, Bowies eerste album sinds Black Tie White Noise met deze notering.

Discografie[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Discografie van David Bowie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Albums[bewerken]

Album met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
David Bowie 06-1967 -
Space Oddity 11-1969 -
The Man Who Sold the World 04-1971 -
Hunky Dory 11-1971 -
The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars 1972 -
Aladdin Sane 04-1973 05-05-1973 7 10
Pin Ups 10-1973 03-11-1973 10 6
Diamond dogs 03-1974 22-06-1974 12 6
David Live 10-1974 09-11-1974 33 4 Livealbum
Young Americans 03-1975 29-03-1975 24 7
Station to Station 01-1976 31-01-1976 8 15
Changesonebowie 1976 26-06-1976 35 4 Verzamelalbum
Low 01-1977 22-01-1977 5 28
Heroes 10-1977 15-10-1977 5 24
Stage 09-1978 07-10-1978 4 18 Livealbum
Lodger 05-1979 02-06-1979 5 12
Scary Monsters (and Super Creeps) 09-1980 27-09-1980 7 11
The best of Bowie 1981 07-02-1981 7 10 Verzamelalbum
Rare 1983 05-02-1983 28 6 Verzamelalbum
Let's dance 04-1983 23-04-1983 2 32
Tonight 09-1984 06-10-1984 7 10
Labyrinth 1986 12-07-1986 30 6 met Trevor Jones / Soundtrack
Never let me down 04-1987 02-05-1987 9 14
Tin Machine 05-1989 03-06-1989 16 7 als Tin Machine
Changesbowie 1990 24-03-1990 3 24 Verzamelalbum
The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars 06-1972 30-06-1990 75 4
Tin Machine II 09-1991 14-09-1991 33 7 als Tin Machine
Tin Machine Live: Oy vey, baby 10-1992 - als Tin Machine / Livealbum
Black tie white noise 04-1993 17-04-1993 11 11
The singles collection 1993 27-11-1993 9 36 Verzamelalbum
The Buddha of Suburbia 12-1993 -
Santa Monica '72 07-1994 -
1.Outside 09-1995 30-09-1995 36 12
Earthling 02-1997 15-02-1997 13 9
Hours... 10-1999 16-10-1999 31 7
Bowie at the Beeb - The Best of the BBC Radio Sessions 68-72 2000 07-10-2000 56 7 Verzamelalbum
Heathen 06-2002 22-06-2002 19 8
Best of Bowie 2002 02-11-2002 19 20 Verzamelalbum
Reality 09-2003 20-09-2003 14 8
David Bowie Live at the Tower Philadelphia 1974 26-02-2005 89 1
The platinum collection 2006 14-01-2006 25 7 Verzamelalbum
Live Santa Monica '72 27-06-2008 02-08-2008 81 2 Livealbum
A reality tour 22-01-2010 30-01-2010 57 3
Station to station - Deluxe edition 24-09-2010 02-10-2010 47 2
The next day 11-03-2013 16-03-2013 1(1wk) 17*
Album met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 200 albums
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
1.Outside 1995 07-10-1995 12 4
Earthling 1997 15-02-1997 13 10
The singles collection 1993 07-06-1997 13 14 Verzamelalbum
Hours... 1999 16-10-1999 12 4
Bowie at the Beeb - The Best of the BBC Radio Sessions 68-72 2000 07-10-2000 15 9 Verzamelalbum
Heathen 2002 15-06-2002 4 12
Best of Bowie 2002 02-11-2002 13 13 Verzamelalbum
Reality 2003 20-09-2003 4 14
The platinum collection 2005 26-11-2005 96 1 Verzamelalbum
A reality tour 2010 06-02-2010 27 4
Station to station - Deluxe edition 2010 02-10-2010 43 3
The Next Day 2013 16-03-2013 1(6wk) 8*
Aladdin sane 2013 27-04-2013 162 1*

Singles[bewerken]

Single met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Top 40
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Love you till tuesday 1967 21-10-1967 tip -
Space oddity 1969 20-09-1969 8 9 nr. 8 in de Single Top 100
The jean genie 1973 17-02-1973 7 9 nr. 5 in de Single Top 100
Drive-in saturday 1973 21-04-1973 tip16 -
Let's spend the night together 1973 15-09-1973 21 5 nr. 19 in de Single Top 100
Sorrow 1973 27-10-1973 tip3 - nr. 29 in de Single Top 100
Rebel rebel 1974 09-03-1974 12 6 nr. 8 in de Single Top 100
Fame 1975 18-10-1975 4 8 nr. 6 in de Single Top 100
Space oddity 1975 06-12-1975 4 8 nr. 4 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Golden years 1975 03-01-1976 6 9 nr. 6 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Sound and vision 1977 09-04-1977 2 12 nr. 2 in de Single Top 100
Heroes 1977 12-11-1977 8 12 nr. 9 in de Single Top 100
Beauty and the beast 1978 01-04-1978 tip21 -
Boys keep swinging 1979 26-05-1979 17 8 nr. 16 in de Single Top 100
Ashes to ashes 1980 20-09-1980 11 8 nr. 15 in de Single Top 100
Fashion 1980 01-11-1980 tip18 -
Under pressure 1981 14-11-1981 1(1wk) 10 met Queen / nr. 1 in de Single Top 100
Peace on earth / Little drummerboy 1981 27-11-1982 tip20 - met Bing Crosby
Let's dance 1983 26-03-1983 1(2wk) 11 nr. 1 in de Single Top 100 / Alarmschijf
China girl 1983 11-06-1983 2 10 nr. 5 in de Single Top 100
Modern love 1983 24-09-1983 9 5 nr. 10 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Blue jean 1984 22-09-1984 10 8 nr. 10 in de Single Top 100
Tonight 1984 24-11-1984 tip7 - nr. 84 in de Single Top 100
This is not America 1985 09-02-1985 1(2wk) 11 met Pat Metheny Group / nr. 2 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Loving the alien 1985 08-06-1985 25 4 nr. 25 in de Single Top 100
Dancing in the street 1985 31-08-1985 1(2wk) 13 met Mick Jagger / nr. 1 in de Single Top 100
Absolute beginners 1986 22-03-1986 4 10 nr. 8 in de Single Top 100
Underground 1986 21-06-1986 6 8 nr. 7 in de Single Top 100
When the wind blows 1986 01-11-1986 tip16 - nr. 50 in de Single Top 100
Day-in day-out 1987 04-04-1987 14 8 nr. 15 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Time will crawl 1987 - nr. 71 in de Single Top 100
Never let me down 1987 05-09-1987 tip9 - nr. 70 in de Single Top 100
Tonight (Live) 1988 24-12-1988 1(4wk) 13 met Tina Turner / nr. 1 in de Single Top 100
Fame (Remix) 1990 28-04-1990 17 5 nr. 16 in de Single Top 100
Real cool world 1992 05-09-1992 21 4 nr. 27 in de Single Top 100
Jump they say 1993 03-04-1993 17 6 nr. 24 in de Single Top 100
Hello spaceboy 1996 30-03-1996 24 4 met Pet Shop Boys / nr. 33 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Little wonder 1997 08-02-1997 32 2 nr. 50 in de Single Top 100
Thursday's child 1999 09-10-1999 tip11 - nr. 81 in de Single Top 100
Under pressure (Remix) 1999 18-12-1999 19 6 met Queen / nr. 21 in de Single Top 100
Seven 2000 - nr. 97 in de Single Top 100
Slow burn 2002 - nr. 69 in de Single Top 100
Where are we now? 08-01-2013 19-01-2013 28 2 Nr. 7 in de Single Top 100
The stars (are out tonight) 2013 - Nr. 88 in de Single Top 100
Single met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
The Jean Genie 1973 10-03-1973 26 4 Nr. 18 in de Radio 2 Top 30
Rebel Rebel 1974 - Nr. 24 in de Radio 2 Top 30
Fame 1975 15-11-1975 17 7 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
Space oddity 1976 10-01-1976 20 4 Nr. 17 in de Radio 2 Top 30
Golden years 1976 17-01-1976 10 7 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
Sound and vision 1977 16-04-1977 3 12 Nr. 2 in de Radio 2 Top 30
Heroes 1978 07-01-1978 17 4 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
Beauty and the beast 1978 - Nr. 30 in de Radio 2 Top 30
Boys keep swinging 1979 16-06-1979 18 4 Nr. 18 in de Radio 2 Top 30
Ashes to ashes 1980 20-09-1980 15 6 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
Under pressure 1981 05-12-1981 5 10 met Queen /
Nr. 5 in de Radio 2 Top 30
Peace on earth / Little drummer boy 1982 25-12-1982 33 3 met Bing Crosby
Let's dance 1983 02-04-1983 1(2wk) 14 Nr. 1 in de Radio 2 Top 30
China girl 1983 18-06-1983 3 12 Nr. 2 in de Radio 2 Top 30
Modern love 1983 01-10-1983 3 7 Nr. 3 in de Radio 2 Top 30
Blue jean 1984 22-09-1984 4 11 Nr. 3 in de Radio 2 Top 30
This is not America 1985 16-02-1985 2 13 met Pat Metheny Group /
Nr. 2 in de Radio 2 Top 30
Loving the Alien 1985 15-06-1985 14 5 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
Dancing in the street 1985 07-09-1985 2 13 met Mick Jagger /
Nr. 2 in de Radio 2 Top 30
Absolute beginners 1986 22-03-1986 3 11 Nr. 2 in de Radio 2 Top 30
Underground 1986 21-06-1986 10 9 Nr. 11 in de Radio 2 Top 30
Day-in-day-out 1987 18-04-1987 10 7 Nr. 9 in de Radio 2 Top 30
Tonight (live) 1989 07-01-1989 3 14 met Tina Turner /
Nr. 3 in de Radio 2 Top 30
Fame 90 1990 14-04-1990 22 8 Nr. 12 in de Radio 2 Top 30
Real cool world 1992 19-09-1992 30 4 Nr. 30 in de Radio 2 Top 30
Jump they say 1993 03-04-1993 24 9 Nr. 14 in de Radio 2 Top 30
Hallo Spaceboy 1996 16-03-1996 48 1
Little wonder 1997 18-02-1997 tip19 -
Thursday's child 1999 02-10-1999 tip16 -
Under pressure (Rah Remix) 1999 11-12-1999 tip6 -
Where are we now? 2013 19-01-2013 5 6 Nr. 13 in de Radio 2 Top 30
The stars (are out tonight) 2013 09-03-2013 tip9 - Nr. 23 in de Radio 2 Top 30
The next day 2013 25-05-2013 tip53 -
Valentine's day 2013 27-07-2013 tip83*

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14
Absolute beginners - 651 1414 1108 1228 1333 1534 1568 1788 1497 1391 1244 1591 1007 1116 1146
Ashes to ashes 600 744 1081 744 677 839 1265 1056 1229 989 1030 945 1101 833 757 736
China girl 659 564 580 633 734 888 962 1079 1100 930 901 768 956 968 896 780
Dancing in the street (met Mick Jagger) 641 - 723 780 997 816 926 1045 1090 967 824 806 939 1371 1054 988
Fame (met John Lennon) - 1253 1179 1292 1477 1287 1576 1811 - 1812 1774 1627 1861 1578 1582 1301
Golden years 672 1259 1051 838 914 1100 1137 1362 1566 1225 1134 1173 1262 1197 1199 1250
Heroes 70 62 77 63 71 99 137 125 130 112 123 112 145 119 79 34
Let's dance - 927 553 690 982 831 999 941 933 895 885 906 916 1024 751 685
Life on Mars - - - - - - 1171 901 727 1261 653 698 738 649 482 477
Rebel Rebel 966 - 1436 1425 1372 1212 1257 1409 1060 1247 937 1353 1366 1296 1102 881
Sound and vision 828 1008 1269 847 1098 843 1165 1211 1312 1125 1061 1090 1252 1005 847 798
Space oddity 59 75 144 104 135 78 191 205 278 156 156 185 202 205 161 130
The jean genie - 868 1272 952 1048 1285 1491 1420 1736 1390 1320 1359 1540 1351 1391 1287
The man who sold the world (met Lulu) - 1474 1706 1683 1628 - - - - - - - - - - -
This is not America (met Pat Metheny Group) - 623 905 1253 1284 1263 1629 1594 1751 1491 1854 1378 1373 1363 1038 973
Tonight (live) (met Tina Turner) 354 458 647 670 592 444 494 441 458 463 685 609 703 863 783 695
Under pressure (met Queen) 133 265 332 185 308 273 345 493 524 376 229 352 324 265 192 193
Where Are We Now - - - - - - - - - - - - - - - 1448
Young Americans 1378 - - 1719 1811 - - - - - - - - - - 1976
Ziggy Stardust 514 - - 469 521 522 819 811 828 715 591 745 720 850 639 573

Dvd's[bewerken]

Dvd's met hitnoteringen in
de DVD Top 30
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Best of Bowie 2002 23-11-2002 3 15
Ziggy stardust and the spiders from Mars - the motion picture 2003 05-04-2003 25 1
A reality tour 2004 30-10-2004 4 16
Serious moonlight 2006 25-03-2006 23 2
The glass spider tour 2007 07-07-2007 15 10
Birthday celebration Live NYC 2011 07-05-2011 22 2 als David Bowie & Friends
Dvd's met hitnoteringen in de Vlaamse Ultratop muziek-dvd top 10/20 Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
A reality tour 2004 23-10-2004 3 9

Filmografie[bewerken]

Filmografie als acteur
Jaar Titel Rol Opmerking
1967 The Image The Boy Korte film
1969 The Virgin Soldiers Soldaat Cameo
1970 Pierrot in Turquoise or The Looking Glass Murders Cloud Televisiefilm
1976 The Man Who Fell to Earth Thomas Jerome Newton Saturn Award voor beste acteur
1979 Just a Gigolo Paul Ambrosius von Przygodski
1981 Christiane F. Zichzelf Cameo
1982 The Snowman Verteller Heruitgegeven versie
Baal Baal Televisiefilm
1983 Merry Christmas, Mr. Lawrence Maj. Jack ‘Straffer’ Celliers
The Hunger John Blaylock
Yellowbeard The Shark Cameo
1984 Jazzin’ for Blue Jean Vic & Screaming Lord Byron Dubbelrol
1985 Into the Night Colin Morris Cameo
1986 Labyrinth Jareth the Goblin King
Absolute Beginners Vendice Partners
1988 The Last Temptation of Christ Pontius Pilatus
1991 The Linguini Incident Monte
1996 Basquiat Andy Warhol
1998 Il Mio West (Gunslinger's Revenge) Jack Sikora
1999 Everybody Loves Sunshine Bernie
2000 Mr. Rice's Secret William Rice
2001 Zoolander Zichzelf Cameo (Genomineerd voor een MTV Movie Award)
2006 The Prestige Nikola Tesla
Arthur en de Minimoys Emperor Maltazard Stem
2007 SpongeBob's Atlantis SquarePantis Koning Gast stem
2008 August Cyrus Ogilvie Cameo
2009 Bandslam Zichzelf Cameo


Overige (gedeeltelijk):

Literatuur[bewerken]

  • David Bowie: An Illustrated Record door Roy Carr en Charles S. Murray (1981) ISBN 0380779668
  • The Complete David Bowie door Nicholas Pegg (2004) ISBN 1903111730
  • Never Get Old. Man of Ch-Ch-Changes Part 1 door Wim Hendrikse (2004) ISBN 9051791860
  • Never Get Old. Man of Ch-Ch-Changes Part 2 door Wim Hendrikse (2004) ISBN 9051791879
  • Een Ster Die Op Aarde Viel door Wim Hendrikse (2008) ISBN 9789051795790
  • David Bowie. The Man Who Changed The World door Wim Hendrikse (2013) ISBN 9780755215515
  • Pitt, K., David Bowie, the Pitt report, Londen 1983. ISBN 0950881600

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Chiu, David. David Bowie 'Likely' Retired From Music, Biographer Says. Spinner (5 augustus) "I think he would only come back if he thinks he could deliver something that will be seismic. If you pop back into the stage, it's got to be something that has a big explosion and lots of flashes. It would be a bit of a miracle if he comes back, but miracles do happen."