Zwanenzang (gedicht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gravure door Reinier van Persijn

Een zwanenzang is het gedicht of lied dat een dichter als laatste in zijn leven heeft geschreven.

In de zwanenzang moeten aanwijzingen gevonden worden voor een vroegtijdige of dramatische dood. Het gedicht geeft het idee dat de schrijver ervan moet hebben geweten wat hem te wachten stond. Het is aan de andere kant moeilijk te achterhalen welk nu precies het laatste gedicht is geweest. Het is dus eerder zo dat men in de nalatenschap een onbekend werk vindt dat het karakter van een zwanenzang in zich heeft. Dit wordt dan vervolgens tot zwanenzang gebombardeerd.

Beroemd is de laatste, uit 13 liederen bestaande cyclus van Franz Schubert, die na zijn dood door zijn uitgever onder de titel Schwanengesang (zwanenzang) werd samengesteld.

Oorsprong[bewerken]

De naam is een verwijzing naar de mythe dat een zwaan als hij zijn sterven voelt aankomen, nog eenmaal in een wonderschoon gezang uitbarst.

Deze mythe komt voor in de Phaedo van Plato. Socrates zegt hier op de avond voor zijn terechtstelling dat zwanen voordat ze sterven niet uit droefheid mooier zingen dan ooit tevoren, maar uit blijdschap over de weldaden die hun van Apollon na de dood te wachten staan.

Externe link[bewerken]