Kamstaartbuidelmuis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kamstaartbuidelmuis
IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008)
ChaetocercusCristicaudaSmit.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Dasyuromorphia (Roofbuideldieren)
Familie: Dasyuridae (Echte roofbuideldieren)
Geslacht: Dasycercus
Soort
Dasycercus cristicauda
(Krefft, 1867)
Afbeeldingen Kamstaartbuidelmuis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Kamstaartbuidelmuis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De kamstaartbuidelmuis (Dasycercus cristicauda) is een buidelmuis uit het geslacht Dasycercus.

Beschrijving[bewerken]

Dit solitaire dier vertoont veel overeenkomsten met de kamstaartbuidelrat. Zijn staartbasis is vaak gezwollen door vetopslag, zoals bij veel verwanten. De rug heeft een zandbruine kleur, terwijl de buik vaalwit is. De staart is getooid met een kam van zwarte haren. De lengte van het dier ligt tussen de 12 en 20 cm, met een 7,5 tot 11 cm lange staart. Het gewicht ligt tussen de 50 en 150 gram.

Leefwijze[bewerken]

De kamstaartbuidelmuis of Mulgara bewoont zandwoestijnen met verspreide pollen van het gras spinifex. Het bewoont ondergrondse holen, variërend van een simpele, korte gang tot een heel gangenstelsel met 5 of 6 ingangen. ’s Nachts wordt jacht gemaakt op kleine knaagdieren, vogeltjes en grote insecten, zelfs grote duizendpoten zijn voor hem niet veilig.

Verspreiding[bewerken]

Deze soort komt voor in de droge binnenlanden van midden- en west-Australië in woestijnen en open habitats.

Verspreidingsgebied

Verwantschapskenmerken[bewerken]

Deze soort lijkt sterk op Dasycercus blythi, de andere soort van het geslacht, die waarschijnlijk ongeveer dezelfde verspreiding heeft, maar verschilt daar op een aantal punten van: uit de zwarte staartpunt steken losse haren, anders dan bij de gladde staart van blythi; de derde valse kies in de bovenkaak (P3) is aanwezig; de vacht is wat roder dan die van blythi; en vrouwtjes hebben acht mammae, tegenover zes bij blythi. Phascogale hillieri Thomas, 1905, de derde vorm van Dasycercus die als een aparte soort is gezien, is een synoniem van deze soort.

Literatuur[bewerken]

  • Woolley, P.A. 2005. The species of Dasycercus Peters, 1875 (Marsupialia: Dasyuridae). Memoirs of Museum Victoria 62(2):213-221.
Bronnen, noten en/of referenties