Kasteel de Merode (Everberg)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Kasteel van Everberg (de Mérodekasteel)
Voorgevel
Voorgevel
Locatie Everberg, Vlag van België België
Coördinaten 50° 53′ NB, 4° 34′ OL
Algemeen
Kasteeltype Jachtslot
Stijl classicisme
Eigenaar Huis de Mérode
Huidige functie Residentie van prins de Mérode
Gebouwd in 16de eeuw
Monumentale status Beschermd
Bijzonderheden kan niet bezocht worden
Kasteel de Merode (Everberg)
Kasteel de Merode (Everberg)

Kasteel de Mérode is een kasteel in Everberg, een dorp in de Belgische provincie Vlaams-Brabant.

Voorgeschiedenis[bewerken]

De oudste heren Van Rotselaar van Everberg hadden in de 14de eeuw een waterburcht op de Everberg. Deze werd verlaten, waarschijnlijk omdat het huis afbrandde.

Het huidige kasteel[bewerken]

Sinds 1704 is genoemd kasteel in bezit van de familie van Merode. Daarvoor is het eigendom van andere families, en staat het huis bekend onder verschillende namen. Het oudste deel van het huidige kasteel dateert uit de 16de eeuw.

Hof te Montenaken[bewerken]

Door huwelijken komt het kasteel in handen van de familie van Montenaken, die een nieuw kasteel bouwt, op bijna dezelfde plaats. 'Hof van Montenaken' groeit uit tot een renaissance kasteel met ophaalbrug en allerlei torentjes.

Kasteel de Everberg[bewerken]

In 1686 is het kasteel eigendom van de familie De Rubempré, en krijgt de titel Prins van Rubempré en Everberg. Prins Leopold-Joseph de Rubempré en Everberg laat de Franse architect Neuville het U-vormig renaissancekasteel verbouwen tot een classicistisch gebouw in Lodewijk XVI-stijl. Ook komen er twee zijpaviljoenen; in het linker paviljoen komen stallen, koetsen en ook een kapel. In het rechter paviljoen komt de woning voor de erfprins en de rentmeester.

Kasteel de Mérode[bewerken]

In 1704 trouwt Louise-Brigitte prinses van Rubempré en Everberghe met graaf Philibert François de Mérode Montfort (1669-1742) en zo komt het kasteel in bezit van de familie van Merode. Philibert François wordt ook wel Philip Frans genoemd. Hij was lid van het Gulden Vlies.
Hun enige zoon Maximiliaan Leopold Ghislain (19 april 1710-1773) is rijksgraaf van Mérode en van Montfoort, prins van Rubempré en Eversberg, markies van Trélon en opperjachtmeester in het hertogdom Brabant. Hij trouwt met de eenvoudige Catharina Ocremans en wordt in de citadel van Antwerpen opgesloten in de hoop dat hij het huwelijk zal laten ontbinden. Hij blijft bij zijn besluit en wordt uiteindelijk vrijgelaten.

Op 10 april 1743 krijgen ze een dochter Marie-Catherine, gravin van Merode. Deze trouwt op 31 maart 1759 met Philippe-Maximilien (4 juli 1729 - 25 januari 1773), graaf van Merode en 7de markies van Westerloo, en krijgt twee zonen en een dochter. Uit haar volgende huwelijk met Chrétien Joseph Grégoire de Lannoy, comte de la Motterie, krijgt ze ook nog een dochter. Van Marie-Catherine stamt Albert, prins van Monaco af.

Later bewoont graaf Charles-Guillaume de Mérode (1773-†1830) het kasteel. Hij is in 1804 aanwezig als Napoleon tot keizer wordt gekroond. Van 1805-1810 is hij burgemeester van Brussel. Zijn zoon Frederik de Mérode overlijdt op 4 november 1830 als gevolg van verwondingen, opgelopen bij de slag om de herovering van Antwerpen. Zijn andere zoon, Félix (1791-1857), wordt na de Revolutie lid van het Voorlopig Bewind. Ook wordt hij aangezocht de eerste koning van België te worden.

Door de eeuwen is de invloed van de familie Merode op Everberg groot. Zij beheren nog steeds een groot deel van de bossen en de landerijen en nemen rechtstreeks deel aan het kerkelijk en administratief beleid in de gemeente.

IJskelder[bewerken]

In 1840 laat Amaury de Merode een ijskelder bouwen. Hij heeft een inhoud van ongeveer 70 m³, en is tot de Eerste Wereldoorlog gebruikt. Tegenwoordig wordt de ijskelder bewoond door verschillende soorten vleermuizen.

Montgomery[bewerken]

Zowel in 1940 als in 1944 heeft veldmaarschalk Montgomery zijn intrek genomen op het kasteel.

Trivia[bewerken]

  • Prins Amaury de Merode is grootmaarschalk aan het Belgische hof van 1950-1951. In 1972 wordt hij ridder van het Gulden Vlies van de Oostenrijkse tak.

Zie ook[bewerken]