Klachtdelict

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De term klachtdelict heeft in het Belgische en Nederlandse strafrecht een verschillende invulling.

Nederland[bewerken]

Een klachtdelict is een delict waarbij de verdachte pas vervolgd kan worden als het slachtoffer van het delict heeft aangegeven strafrechtelijke vervolging te wensen. Het OM kan dan nog steeds besluiten niet tot vervolging over te gaan, het enige is dat het OM een klachtdelict niet kan vervolgen als het slachtoffer daar niet om vraagt.

Dit principe wordt bij bijvoorbeeld afdreiging (in de volksmond chantage genoemd) gehanteerd, om te voorkomen dat wat het slachtoffer geheim wil houden, bekend wordt in de in Nederland bijna altijd openbare rechtspraak. Ook eenvoudige belediging is een klachtdelict, want vervolging kan voor het slachtoffer meer nadeel dan voordeel hebben. Belediging van een ambtenaar in functie "gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening" is dat echter niet, zodat dat ook kan worden vervolgd als die ambtenaar dat niet wil. De wetgever meende dat het algemeen belang hier zwaarder moest wegen. Het begrip "ambtenaar" wordt hier ruim genomen. Zo werd iemand die PVV-Kamerlid Geert Wilders beledigd had, vervolgd, hoewel Wilders dat zelf niet nodig vond. Uiteindelijk heeft die vervolging toch geen doorgang gevonden, maar juridisch was het mogelijk geweest.

België[bewerken]

In België spreekt men van een klachtmisdrijf (of nog: privaat misdrijf). Ook hier is een formele klacht vereist om tot vervolging te kunnen overgaan.

Dit is zo voor bijvoorbeeld:

  • bepaalde gevallen van smaad (art 275 en 277 Sw)
  • belaging (art 442bis Sw)
  • laster en eerroof (art 450 Sw)

Zie ook[bewerken]