Kwaliteit (numismatiek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De kwaliteit van munten en bankbiljetten (conditie) zijn de kwaliteitsbenamingen die de slijtage van een munt of bankbiljet willen beschrijven. Slijtage is een continu proces en kwaliteit wordt beschreven met een beperkt aantal klassen. Kwaliteit geeft dus alleen een grove beschrijving van de slijtage. Er zijn mensen die steeds meer kwaliteitsaanduidingen willen invoeren. Slijtage beoordelen is echter heel subjectief, waardoor die extra precisie gewoonlijk alleen maar schijn is.

Slijtage wordt beoordeeld door te kijken naar de hoogste punten van de beeldenaar van een munt. Ongesleten zijn deze glanzend en gedetailleerd. Gesleten zijn ze dof, vlak en details zijn weg. De hoogste punten zijn vaak de rand van de kroon (de ring die op het hoofd zit), een juweel op het midden van de middelste verticale band van een kroon, haren rond de scheiding, wenkbrauwen, bakkebaarden, veren van vogels en bont van dieren. De prijs van een munt of bankbiljet hangt sterk af van de kwaliteit.

Kwaliteit en prijs[bewerken]

Om de waarde van een munt te benaderen wordt zowel naar de kwaliteit gekeken als naar type, variant en jaartal de munt, Hoewel oplage een indicatie van relatieve schaarste kan zijn is het cijfer vaak misleidend.

  1. Voorbeeld: Je hebt een 1 gulden munt 1910 (dat bepaalt de regel in de catalogus) in de kwaliteit Zeer Fraai (dit bepaalt de kolom in de catalogus), Op het kruispunt van regel en kolom staat de catalogusprijs: € 135. Is de kwaliteit van deze munt zeer goed, dan is de catalogusprijs € 18, maar voor FDC is de catalogusprijs € 600.
  2. Voorbeeld: Is het 1 gulden muntstuk van hetzelfde type, maar met een ander jaartal, bijvoorbeeld 1917 en in de kwaliteit Zeer Fraai, dan is de catalogusprijs € 55. Is de kwaliteit van deze munt uit 1917: ZG, dan vinden we € 10 en voor FDC € 215.

De catalogusprijs is geen marktprijs, maar een indicatie. De werkelijke prijs kan zowel hoger als lager zijn. Heel grofweg biedt een handelaar rond 50% van de catalogusprijs en verkoopt hij tegen 80-100% van de catalogusprijs, een verzamelaar biedt 80% van de catalogusprijs en een ruiler 100% van de catalogusprijs. Catalogusprijzen verouderen snel en verschillende catalogi kunnen zeer verschillende prijzen bevatten. In het algemeen zijn de munten van een land duurder in eigen land.

Kwaliteitsaanduidingen voor munten[bewerken]

De onderstaande termen worden in Nederlandstalige gebieden gebruikt. In andere landen bestaat een soortgelijke schaal met eigen afkortingen of symbolen. Alleen in de Verenigde Staten en Canada wordt een numerieke schaal met 70 punten gebruikt. Voor antieke munten wordt een verkorte schaal gebruikt.

  • Redelijk. Nauwelijks herkenbaar en zeer sterk afgesleten.
  • Goed (G). Op sommige punten zijn de silhouetten van portretten incompleet. Sommige letters en cijfers zijn weggesleten. Een lelijke munt.
  • Zeer Goed (ZG). Details van hoogliggende delen zoals haren zijn verdwenen. Portretten zijn silhouetten.
  • Fraai (Fr). Gesleten munt. Portretten zijn meer dan alleen maar een silhouet. Vaak de minimum conditie voor verzamelaars van moderne munten.
  • Zeer Fraai (ZFr). Slijtageplekken zijn duidelijk, maar niet storend. Veel details zijn nog goed te zien. Bij portretten doffe plekken op jukbeenderen en eventueel kaak, haar incompleet, vooral wenkbrauwen, snor en oren zijn gesleten.
  • Prachtig (Pr). Slijtage is alleen van dichtbij te zien. De originele metaalkleur is op delen van de munt intact. Bij portretten lichte slijtage op gezichtshaar.
  • Fleur de Coin (FDC). De munt is niet in omloop geweest en vertoont geen slijtage. De enige beschadigingen bij FDC zijn die uit het fabricageproces.
  • Brilliant Uncirculated (BU) is gelijk aan Fleur de Coin (FDC) Met de invoer van de euro in 2002, is de term Fleur de Coin (FDC) bij de Koninklijke Nederlandse Munt vervangen door Brilliant Uncirculated (BU). Hoewel de term BU geldt voor de gehele eurozone, blijven sommige landen de term FDC hanteren, waaronder België.

Een munt heeft de kwaliteit FDC/BU zodra die uit de pers komt, maar voordat hij in de metalen vergaarbak valt. Door de munten voortijdig op te vangen, blijven ze onbeschadigd en vertonen ze geen sporen van slijtage of andere gebreken.

Deelkwaliteitsaanduidingen[bewerken]

Met een + of een - wordt aangegeven dat een munt iets beter dan iets slechter is dan de genoemde kwaliteit. Met bijvoorbeeld Fr-ZFr wordt aangegeven de totale kwaliteit van de munt tussen Fraai en Zeer Fraai in ligt. Met Fr/ZFr wordt bedoeld dat de ene zijde Fr is en de andere zijde ZFr.

Slagtechnieken[bewerken]

Slagtechnieken worden vaak verward met kwaliteit. Er zijn geen goede Nederlandse termen voor. De slagtechnieken zijn:

  • Circulation strike: Normale productieslag.
  • Brilliant Uncirculated (BU): Als de normale productieslag, maar afzonderlijk opgevangen en niet los vervoerd, waardoor geen krasjes zijn ontstaan. Vaak al in het munthuis verpakt voor losse verkoop boven de nominale waarde (zie ook pseudomunt).
  • Prooflike: Als BU, maar minder snel en met meer kracht geslagen, waardoor een spiegelend muntbeeld is ontstaan. De eerste afslagen van een munt met omloopslag geslagen lijken soms prooflike.
  • Proof: Als prooflike, maar met gepolijste stempels geslagen. Hierdoor wordt het veld spiegelend en de beeldenaar dof tot melkwit.

De slagtechniek beschrijft niet automatisch de kwaliteit van de munt. Een proof munt kan bijvoorbeeld slecht behandeld zijn, waardoor hij Pr is geworden.

Schade en slijtage[bewerken]

De kwaliteit van een munt kan in de loop van de tijd niet verbeteren, wel verslechteren. De kwaliteit verslechtert in de omloop door tegen andere munten te stoten of schuren, door transpiratie en door bijtende of zure middelen. Ook in handen van verzamelaars kan de kwaliteit verslechteren. Veel voorkomende redenen van verslechtering zijn:

  • Vingerafdrukken. Ook schone, pasgewassen huid bevat vet en zuren. Houd een munt altijd alleen maar vast bij de rand. Wrijf de munt schoon met een zachte doek als iemand tegen die regel gezondigd heeft, anders ontstaan in de loop van de tijd duidelijke vingerafdrukken
  • Plasticverzachtende middelen, zitten in oudere muntverpakkingen. komen in de loop van de tijd los en tasten metaal aan. De munten krijgen een doffe laag of er vormt zich een stinkend groen slijm. Munt schoon wrijven met een zachte doek en ergens anders opbergen.
  • Vallen en stoten veroorzaakt hakjes en krassen. Zorg voor een zachte ondergrond.
  • Schoonmaakmiddelen, vooral zilverpoets en zuren tasten het metaal aan, laten krassen achter of geven een onnatuurlijke metaalkleur.
  • Gebruik als sieraad laat soldeersporen achter of krassen van klemmetjes. Zelfs goed gemonteerde munten slijten door wrijving met kleding.

Kwaliteitsaanduidingen voor bankbiljetten[bewerken]

De kwaliteitsaanduidingen voor bankbiljetten van de hoogste kwaliteit naar de laagste kwaliteit:

  • F.D.C: Een bankbiljet dat nog niet in omloop is geweest, dus absoluut schoon en zonder vouwen.
  • Prachtig: Een bankbiljet, slechts korte tijd in omloop geweest, dus met een enkele lichte vouw- en lichte gebruikssporen.
  • Zeer Fraai: Een bankbiljet, nog steeds onbeschadigd, met enkele vouwen en enkele, door intensiever gebruik, ontstane vlekjes.
  • Fraai: Een bankbiljet met duidelijke gebruikssporen, vouwen, vlekken, kleine scheurtjes in de blanco rand, maar nog steeds compleet.
  • Zeer Goed: Een bankbiljet met scheurtjes die tot in de druk doorlopen. Rafelige randen en ontbrekende stukjes van de blanco rand.