Lady Godiva

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lady Godiva door John Collier, ca. 1898

Godiva of Godgifu (ca. 980 - 1067) was een Angelsaksische adellijke dame die volgens een legende naakt door de straten van Coventry reed. Zij zou dit gedaan hebben om haar man, de graaf Leofric, ertoe te bewegen de zware belastingen te verlichten die hij oplegde aan de inwoners.

De naam Godgifu betekent door God gegeven, dus hetzelfde als Dieudonnée en Theodora.

De legende[bewerken]

De oudst bekende versie van het verhaal werd opgetekend door Roger van Wendover, in diens anekdotische werk Flores Historiarum (Circa 1235). Het verhaal zou in een oorspronkelijke vorm zelfs terug gaan op oude vruchtbaarheidsriten.

Volgens het verhaal was Godiva de mooie echtgenote van Leofric, graaf van Mercia en heer van Coventry (968 - 1057). De bevolking had hevig te lijden onder de belastingdruk en Godiva verzocht haar man keer op keer de belastingen te verlagen, maar deze weigerde steeds. Op den duur werd hij haar smeekbedes beu en zei hij voor de grap dat hij haar verzoek zou inwilligen als zij te paard naakt door de stad zou rijden. Lady Godiva ging daarop in. Leofric hield zich aan zijn woord en maakte een eind aan de hoge belastingen. De geschiedenis van Godiva wordt het eerst vermeld in de dertiende eeuw.

Latere geschiedschrijving[bewerken]

Volgens geschiedschrijvers in de zestiende eeuw werd er vooraf een proclamatie uitgevaardigd dat iedereen binnen moest blijven en de luiken moest sluiten, waarop zij door de straten reed, slechts gekleed in haar lange haar. Natuurlijk was er iemand, een kleermaker met de naam Tom, die geen weerstand kon bieden aan de verleiding. Hij maakte een gaatje in zijn luik waar hij doorheen kon gluren. Hij is in Engeland bekend geworden als Peeping Tom en zou voor zijn daad met blindheid zijn gestraft. Tegenwoordig is Peeping Tom in het Engels een synoniem voor gluurder of voyeur.

Een ander verhaal vertelt dat Godiva helemaal niet naakt was, maar haar paard bereed zonder zadel. Ook wordt gezegd dat Godiva alleen geen juwelen droeg, die een kenmerk waren van adeldom.

Historische achtergrond[bewerken]

Een standbeeld van Lady Godiva in Coventry.

Zeker is dat begin 11e eeuw een dame met de naam Godiva leefde. Bewijs hiervoor is te vinden in diverse oude geschriften, zoals het Stow charter, het Spalding charter en het Domesday Book. De spelling van de naam varieert overigens sterk. Volgens de kronieken van Ely, het Liber Eliensis (eind 12e eeuw) was zij weduwe toen Leofric haar in 1040 trouwde. Omstreeks die tijd was zij behulpzaam bij het stichten van een klooster te Stow in Lincolnshire. In 1043 bracht zij haar man ertoe een Benedictijnenklooster te bouwen in Coventry. De tekst "di Ego Godiva Comitissa diu istud desideravi" [Ik, de Gravin Godiva, heb dit sinds lange tijd gewenst] werd aangetroffen op het handvest dat haar broer Thorold van Bucknall, de sheriff van Lincolnshire aan het klooster van Spalding schonk. Ook zou zij financiële steun hebben verleend aan diverse andere kloosters. Zij wordt vermeld in het Domesday Book van 1085 als een van de weinigen die na de Normandische verovering van 1066 haar land mocht behouden. Ook was zij de enige vrouw die vermeld stond als landeigenaar. Enige jaren daarna stierf zij en werd begraven in de abdijkerk.

Een standbeeld van Godiva staat in het centrum van Coventry.

Liederen[bewerken]

De Engelse dichter Alfred Tennyson wijdde in 1820 een gedicht aan haar. Tennysons werk was erg populair bij prerafaëlitische schilders. Met name Colliers grote voorbeeld John Everett Millais zou diverse van Tennysons poëmen als thema kiezen voor zijn werk. In navolging van Millais maakte ook Collier meerdere malen een schilderij naar een thema van Tennyson. Lady Godiva is daarvan het bekendste.

Tennysons beschreef Godiva's rit door de verlaten straten van Coventry als volgt:

Originele Engelstalige tekst

Then she rode forth, clothed on with chastity
The deep air listen'd round her as she rode,
And all the low wind hardly breathed for fear

Vertaling

En voorwaarts reed ze, gekleed met haar kuisheid,
De zware lucht luisterend om haar, toen ze reed,
En de zachte wind nauwelijks ademend van angst.

De zinsnede "Then she rode forth, clothed on with chastity" werd later in catalogi veelal als subtitel gebruikt bij Colliers schilderij.[1]

Lady Godiva werd in 1966 bezongen in een gelijknamig lied van het Engelse zangduo Peter & Gordon. In dit lied wordt verteld dat Godiva na haar rit naar Hollywood ging om als naaktactrice op te treden, waarmee ze genoeg geld verdiende om kleren te kunnen kopen.

Op het album White Light/White Heat van The Velvet Underground uit 1967 staat het lied Lady Godiva's Operation. Verder wordt haar naam ook genoemd in het nummer Don't Stop Me Now van Queen. In het zevende seizoen van Charmed wordt een hele aflevering aan haar besteed. Boney M. maakte een lied over haar in 1993 met de titel Lady Godiva. Dr. Hook maakte er een song, waarin haar naakte rit met veel humor wordt bezongen.

Lady Godiva is te paard ook te zien op de cover van het album Veto van Heaven Shall Burn. De eerste track van dit album is getiteld Godiva.

Pralines[bewerken]

Een Belgisch merk van pralines is naar haar genoemd. Op de verpakkingen staat een afbeelding van haar.

  1. Cf. Victorian Pictures exhibition, catalogue, Arts Council, 1978, blz. 127.