Lagere technische school

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De lagere technische school (lts) is een voormalig Nederlands schooltype, waar het vierjarig lager technisch onderwijs werd verzorgd. Het is een voorloper van de technische richting van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

De lts ontstond uit de voormalige, veelal tweejarige ambachtsschool. Rond 1968 werd de naam veranderd in lagere technische school. De lts kende twee stromen: een praktijkstroom (P-stroom) en een theoriestroom (T-stroom). De eerste richting was een vorm van eindonderwijs: de leerlingen werden voorbereid op de arbeidsmarkt. Na het afronden van de T-stroom kon men verder studeren aan een middelbare technische school (mts).

Tot 1977 waren de meeste lts-scholen strikte jongensscholen. Vanwege de vrouwenemancipatie moesten de lts-opleidingen ook voor meisjes/vrouwen toegankelijk geworden. Geleidelijk aan kwamen er ook wat meisjes op de lts.

De eerste twee jaar waren algemeen technisch. Sommige scholen boden een richting ITO (individueel technisch onderwijs).

In het derde jaar kon men een vakrichting kiezen binnen de lts, zoals:

Een christelijke technische school (cts) was een lts in het bijzonder onderwijs.

In 1992 werd voor de lts een naamswijziging doorgevoerd. De lts werd vbo (voorbereidend beroepsonderwijs), wat betekende dat er op dit niveau geen eindonderwijs meer aangeboden werd. In 1999 ging het vbo op in het vmbo.

Sommige lts-scholen hadden een vijfde klas waar men in de niet-technische vakken voor het lts-C-niveau kon leren om door te stromen naar een mts (middelbare technische school) en de hts (hogere technische school). Ook was men in 1988 begonnen met het experimentele lts-D niveau.

Sommige lts-scholen boden vaak in de avonduren volwassenenonderwijs.