Levenslied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige televisieserie, zie Levenslied (televisieserie).
Levenslied
Will Tura gefotografeerd door Michiel Hendryckx.
Will Tura gefotografeerd door Michiel Hendryckx.
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Een levenslied is een lied waarin eenvoud en herkenbaarheid voorop staan. Het lied, dat vaak licht sentimenteel is, richt zich in eerste instantie op de doorsnee luisteraar die geen uitgesproken muzikale of kunstzinnige ontwikkeling heeft. Zij die die ontwikkeling wel hebben, kijken vaak op het levenslied neer. Vanwege de indruk van goedkoop effectbejag die het levenslied op hen maakt, gebruiken zij ook wel de badinerende benaming smartlap.

Het woord levenslied werd in 1908 bedacht door ofwel Jean-Louis Pisuisse, of Max Blokzijl. Tijdens een tournee door Nederlands-Indië zochten deze twee artiesten een Nederlands alternatief voor het Franse woord chanson waarmee ze tot dan toe hun repertoire aanduidden. Het werd levenslied: een lied waarin het echte leven vervat zit. Het woord werd al snel overgenomen door zangers van veel sentimenteler repertoire dan dat van Pisuisse en Blokzijl. Zangers van het 'betere lied' namen daarom afstand van het woord en levenslied kreeg de betekenis die het thans nog heeft.

Geschiedenis[bewerken]

J.H. Speenhoff, Willy Derby en Louis Davids waren voor de Tweede Wereldoorlog pioniers van het levenslied. Na de oorlog piekte de Vlaamse entertainer Bobbejaan Schoepen als eerste met een aantal levensliederen over de Europese grenzen heen, hoewel diens enorme repertoire overwegend andere genres omvat.

In Nederland werd het genre vanaf de jaren 50 tot de jaren 80 vooral gedomineerd door de producers Johnny Hoes en Pierre Kartner, die voor artiesten als de Zangeres Zonder Naam, die zelfs uitgeroepen werd tot "de koningin van het levenslied", Jantje Koopmans en Corry en de Rekels, Eddy Wally succesvolle platen produceren. Via Op Losse Groeven en Op Volle Toeren, televisieprogramma's die Chiel Montagne vanaf de jaren zeventig voor de TROS presenteerde, bleef een breed publiek op de hoogte van nieuwe hits en artiesten. Veel zangers en zangeressen van het levenslied waren van eenvoudige komaf, en vooral de Amsterdamse arbeidersbuurt De Jordaan was beroemd om de vele levenslied muzikanten die er vandaan kwamen en erover zongen.

In de jaren 80 nam de belangstelling van de grote media voor het levenslied af, hoewel André Hazes met negen top-tien hits een nieuwe ster werd. Ook Koos Alberts scoorde incidentele hits, maar verder braken nauwelijks nieuwe artiesten tot het grote publiek door. Het waren voornamelijk de illegale piratenzenders en kleine, in het levenslied gespecialiseerde platenmaatschappijen die vanaf deze tijd de belangrijkste ondersteuners van het levenslied waren. Het opmerkelijke succes dat Frans Bauer vanaf de jaren negentig beleeft kwam via dit circuit tot stand. In dezelfde periode bleek ook uit de opkomst van smartlappenkoren en smartlappenfestivals dat het levenslied nog steeds op belangstelling van een groot publiek mag rekenen, zij het dat velen met de nodige ironie aan deze verschijnselen deelnemen.

Sinds de tweede helft van de jaren 90 was het genre in zowel Nederland als Vlaanderen, mede door het succes van artiesten als Frans Bauer, Corry Konings, Marianne Weber en Jan Smit, weer aan een revival bezig. Er is sindsdien weer een nieuwe generatie artiesten opgestaan, waaronder Jannes, Charlène, Thomas Berge, en de Vlaamse zangeres Laura Lynn, die met hun eigentijdse versie van het levenslied voor de hernieuwde populariteit van het genre hebben gezorgd.

Zie ook[bewerken]