Bobbejaan Schoepen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bobbejaan Schoepen
Bobbejaan Schoepen rond 1943
Bobbejaan Schoepen rond 1943
Algemene informatie
Volledige naam Bobbejaan Modest Hyppoliet Joanna Schoepen
Geboren Boom, 16 mei 1925
Overleden Turnhout, 17 mei 2010
Land Vlag van België België
Werk
Jaren actief 1935-2010
Genre(s) Folk, kleinkunst, pop, country, twang, bluegrass, cabaret, filmmuziek
Instrument(en) Gitaar, lap steel gitaar, kunstfluiten, mondharmonica, jodelen, ukelele
Label(s) Decca Records, Sony BMG, EMI, PIAS, Bobbejaan Records
(en) IMDb-profiel
(en) Allmusic-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Bobbejaan Modest Hyppoliet Joanna Schoepen (Boom, 16 mei 1925 - Turnhout, 17 mei 2010), bekend onder de artiestennaam Bobbejaan Schoepen,[1] was een Vlaams zanger, gitarist, entertainer, acteur en kunstfluiter. Hij was een ondernemend en veelzijdig artiest met gevoel voor de markt en gericht op amusement. Hij doste zich vaak uit als een cowboy en bezong volkse thema's, veelal in een aan de country and western-traditie ontleende stijl. In de jaren vijftig en zestig was hij zeer bekend in Vlaanderen en genoot hij ook internationaal bekendheid. In de decennia daarna gold hij vooral als oprichter en entertainer van het naar hem vernoemde pretpark Bobbejaanland.

Beknopte levensloop[bewerken]

Bobbejaan Schoepen groeide op als zoon van een smid in Boom. Op 18 mei 1961 trad Bobbejaan Schoepen in het huwelijk met Josephina (Josée) Jongen, een Nederlandse die gestudeerd had voor operazangeres en werkte als fotomodel. Ze kregen samen vijf kinderen.

Schoepen verloor zijn fluitcapaciteiten door een chirurgische ingreep, en onderging in 1986 een zware hartoperatie. In 1999 werd darmkanker vastgesteld, een ziekte die hij in eerste instantie overwon.

Schoepen overleed in 2010 aan een hartstilstand in het Sint-Elisabethziekenhuis in Turnhout. Zijn vrouw overleed op 13 september 2013.

De jaren veertig[bewerken]

Eind jaren 30 bracht hij met zijn halfzus Liesje volksvariété in de omliggende dorpen. Zijn eerste auditie vond plaats in 1944, voor de radio in Brussel. Hij kreeg in 1943 onderricht van gitarist Frans De Groodt (1892-1990). In dat jaar debuteerde hij met een optreden in de Antwerpse Ancienne Belgique, waar hij het Zuid-Afrikaanse liedje "Mamma,'k wil 'n man hê" ten gehore bracht. Het liedje werd als anti-Duits opgevat, waarop hij werd gearresteerd, en de Ancienne Belgique voor drie weken dicht ging. Kort nadien werd hij opgeroepen om in Duitsland te werken. Hij kreeg de gelegenheid om te zingen voor de Vlaamse arbeiders die tewerkgesteld waren. In oktober 1944 werd hij hiervoor drie maanden opgesloten in de Mechelse Dossinkazerne.[2]

In 1945 vormde hij met zijn dorpsgenoot Kees Brug het duo "Two Boys and Two Guitars". Ze traden op met imitaties, gedichten, Zuid-Afrikaanse liedjes en countrymuziek. De naam "Bobbejaan" komt van het Zuid-Afrikaanse liedje "Bobbejaan klim die berg". Schoepen nam deze naam in 1945 aan als artiestennaam.

In 1947 trad hij op voor de Amerikaanse en Canadese troepen in Frankfurt am Main en in Berlijn tijdens de Processen van Neurenberg. In Berlijn werden zijn optredens ook bijgewoond door de Amerikaanse generaal en militair gouverneur Lucius D. Clay, die hem vroeg voor twee extra voorstellingen.

Schoepen zong aanvankelijk niet in het Nederlands. De muziekuitgever en -manager Jacques Kluger heeft hem overgehaald om 'een Vlaamse plaat' op te nemen. De Jodelende Fluiter werd Schoepens eerste hit (1948). Dat jaar nam ook zijn bekendheid in Nederland toe. Hij werd soms gevraagd als gast, onder andere bij het radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein, gepresenteerd door Frans Muriloff. Die zag in hem de aangewezen man om te werken voor de Nederlandse Welfare (een KNIL-dienst belast met de welzijnsverzorging van de troepen in Indonesië). In 1949 ging Bobbejaan op tournee voor de Nederlandse strijdkrachten in Indonesië. Hij gaf er 127 shows binnen drie maanden tijd. Omdat hij ook voor de afgelegen troepen ging optreden, kreeg hij van de Nederlandse overheid een onderscheiding voor moed en zelfopoffering. Vijf dagen na zijn thuiskomst begon een tournee in België die 220 dagen duurde.

De jaren vijftig[bewerken]

Bobbejaan Schoepen in de Grand Ole Opry in Nashville, 1953

Schoepen trad in de jaren vijftig veel internationaal op. Hij speelde samen met onder anderen Josephine Baker, Caterina Valente (eenmalig) Gilbert Bécaud en Toots Thielemans (die in 1951 als gitarist in zijn band speelde). Hij heeft opgetreden in Nashville, een belangrijk centrum van de countrymuziek in de VS. In 1953 trad hij er drie keer op, onder andere met Roy Acuff (1903-1992). Er kwam ook een optreden met countryzanger Red Foley (1910-1968) in Springfield, Missouri. De Amerikaanse countryzanger Tex Williams, grondlegger van de swing country, zal later in de VS een cover van zijn “Fire and Blisters” uitbrengen (1974).

In 1954 volgde er een Europese tournee van drie maanden door Duitsland, IJsland en Denemarken, die afgesloten werd met optredens in de Folies Bergère in Brussel. In Denemarken en IJsland was Syd Fox zijn manager. In januari 1955 verzorgde Jacques Brel een week lang Schoepens voorprogramma in de Brusselse Ancienne Belgique. Hij werd door de NIR (toenmalige VRT) verkozen tot beste Vlaamse zanger en ontving daarvoor in 1955 de Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat.

Hij trad ook gedurende drie maanden op in Congo. Maar in 1957 trok hij weer naar New York, waar hij gevraagd werd in de televisieshow van de bekende presentator Ed Sullivan. Hij nam er platen op met Steve Sholes van RCA-records. Sholes bood hem een contract aan. Schoepen besloot zijn Amerikaanse activiteiten niet voort te zetten.

In 1957 vertegenwoordigde hij België op het tweede Eurovisiesongfestival. De keuze viel op "Straatdeuntje". Van de tien deelnemers eindigde België op een gedeelde achtste plaats, samen met Zwitserland.

Een jaar later (1958) trad Schoepen op in de Royal Variety Show, een jaarlijks evenement voor de Queen Mum van Engeland (Elizabeth Bowes-Lyon). Hij hoorde er het nummer A pub with No Beer van Slim Dusty en besliste een Nederlandse, Duitse en Engelse coverversie te maken. In 1960 werd Ich steh an der Bar und ich habe kein Geld een grote hit in Duitsland en Oostenrijk. De Vlaamse versie Café zonder bier dateert uit 1959 en werd dat jaar nummer één in de hitparade.

In 1958 schafte Schoepen een grote circustent aan om in eigen land efficiënter te toeren. Dat maakte hem onafhankelijk van zaaleigenaars die een steeds hogere huurprijs vroegen en die niet altijd de geschikte ruimte hadden voor zijn programma. Naar aanleiding van de wereldtentoonstelling Expo 58 kwam er een Amerikaans stuntteam in Brussel. Zij gingen failliet en verkochten onder andere het paard van Zorro aan Bobbejaan Schoepen - Midnight genaamd, uit de gelijknamige Zorro-televisieserie. Schoepen gebruikte het paard een tijdlang voor stuntjes in zijn shows en als trekpleister tijdens de kavalkades, maar het dier trapte op een blootliggende elektriciteitskabel en overleed.[3]

In 1959 kocht hij in Lichtaart dertig hectare land. Hier verrees het latere pretpark Bobbejaanland. Aan Schoepens tournees kwam een einde toen Bobbejaanland in 1961 zijn deuren opende.

De jaren zestig[bewerken]

De jaren zestig stonden in het teken van de opbouw van Bobbejaanland. Dit deed hij samen met zijn vrouw Josée en haar zus Louise. Zijn vrouw zong ook in Bobbejaans shows.

Buitenlandse artiesten brachten covers uit van zijn liedjes. De Duitse versies van "Hutje op de heide" en "Kili watch" (oorspronkelijk: The Cousins) werden behoorlijk verkocht (onder andere te zien in de Duitse film Davon träumen alle Mädchen, 1961). In deze jaren voerden onder andere Gert Timmerman, Camillo Felgen, Heino en James Last "Ik heb eerbied voor jou grijze haren” ("Ich hab Ehrfurcht vor Schneeweissen Haaren") uit. In 1961 bracht Caterina Valente in Italië ook "Schaduw van de mijn" uit onder de titel "Amici miei" en in 1965 zong Richard Anthony de Franse en Spaanse versie van "Ik heb me dikwijls afgevraagd".

In 1967 besloot ZDF een muzikale televisiefilm te maken rond Bobbejaan Schoepen waarin hij een reeks van zijn hits ten gehore brengt. De film is gedeeltelijk opgenomen in de Barrandov-filmstudio’s in Praag, in de Kempen en in een nog attractieloos Bobbejaanland.[4]

Bobbejaan Schoepen in "At the drop of a Head", 1962

Tussen 1950 en 1967 speelde hij (in totaal) in vijf (muzikale) filmproducties: twee Belgische, twee Duitse en één Duits-Tsjechische. In 1962 had hij de hoofdrol in de absurdistische komedie-film At the Drop of a Head (alias De Ordonnans/Café zonder bier)), met onder andere Ann Petersen, Yvonne Lex, Denise De Weerdt, Nand Buyl, en Tony Bell. Op de set werd tegelijk een Nederlandse en Engelse versie gedraaid. Schoepen was niet te spreken over dit filmavontuur. De Belgische rock-band Dead Man Ray toerde in 1999 met de film door België en Nederland.

Bobbejaanland[bewerken]

"Uit met Bobbejaan" televisieshow BRT vanuit Bobbejaanland, 1969

Na bijna vijftien jaar aanhoudend toeren wilde Bobbejaan graag een vaste stek. In 1959 kocht hij in Lichtaart-Kasterlee een moerassig domein van 30 hectare, genaamd het Abroek. Hij bouwde er een theaterzaal met 1200 plaatsen en legde er 2,2 kilometer strand aan. Dat werd Bobbejaanland. De naam werd bedacht door zijn manager Jacques Kluger.[2]

Op 31 december 1961 werd Bobbejaanland officieel geopend. Schoepen gaf er tijdens het hoogseizoen dagelijks twee tot vijf optredens. Intussen traden ook artiesten uit vooral de Belgische, Nederlandse en Duitse variété-wereld op, soms in het programma van Schoepen. De bekendste namen zijn: Louis Neefs, Rocco Granata, Staf Wesenbeek (vader van Lynn), Leo Martin, Will Ferdy, Jan Theys, Will Tura, Staf Permentier en Liliane Saint-Pierre (die hierdoor het besluit nam tot een muzikale comeback). Uit het buitenland: Jimmy Ross (alias Mel Turner, die in 1981 in Engeland een nummer 1-hit scoorde met "First True Love Affair"). Ross (oorspronkelijk uit Trinidad) woonde lange tijd in het park en nam rond 1970 met Schoepen een aantal platen op onder het label "Bobbejaan Records". Uit Duitsland traden op de actrice en zangeres Ilse Werner, Rex Gildo en Michael Holm. De Nederlandse showmaster Rudi Carrell werd voor enkele jaren Schoepens buur. De bekendste orkesten waren die van Bobby Setter, Lou Roman en Claude Rabitsky.

Gedurende de sixties and seventies bezocht Bobbejaan met zijn vrouw geregeld de Verenigde Staten waar ze goede contacten onderhielden met cult-modeontwerper Nudie Cohn, de acteur Roy Rogers, en swing country-pionier Tex Williams. Het viertal trad af en toe op in lokale clubs in Los Angeles.[5]

Nudie Cohn en zijn schoonzoon Manuel Cuevas (kostuumontwerp voor Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band) ontwierpen de zwarte pakken van Johnny Cash en de (soms flamboyante) artiestenkleren voor Elvis Presley, Gram Parsons en ook Bobbejaan Schoepen. Van Cohn kocht hij twee exemplaren van de Amerikaanse witte Pontiac Bonneville die Cohn had gedecoreerd met authentieke zilveren dollars, kogels, handgemaakte siergeweren, en een stierhoren op de neus. Schoepen maakte er vanaf de jaren 70 zijn handelsmerk van en beschouwde deze wagens steeds als de sterkste publiekstrekkers van alle attracties die hij ooit had. In april 2008 werd ook een wagen gebruikt voor de clip Le temps des cerises, een duet van Bobbejaan met Geike Arnaert (ex-Hooverphonic).[6][7][8]

Sinds 1975 evolueerde het domein naar een attractiepark waardoor de muzikale carrière van Schoepen langzaam op de achtergrond kwam. Medio jaren ‘80 werden de shows routineus afgestemd op een steeds internationaler publiek. Het attractiepark ging domineren over de variété, de zakenman over de artiest. Zijn succesverhaal werd uitgegeven via een stripalbum genaamd De Bobbejaanstory getekend door Jeff Broeckx. Het album werd een eerste keer uitgegeven in 1977. Het boek kwam tot stand met de medewerking van Bobbejaan en Josee Schoepen, Kees Brug, Ronny Van Riet en Jacques Bakker.

Bobbejaanland, 1988

De beslissing om het park te verkopen viel in april 2004. Bobbejaanland gaf op dat moment aan 400 mensen werk en werd overgenomen door Parques Reunidos, een Spaans-Amerikaanse pretparkengroep. Met de verkoop verdween in België het laatste familiebedrijf in de sector van de pretparken. Bobbejaan Schoepen en zijn vrouw bleven wel op het domein wonen.

Laatste jaren[bewerken]

Schoepen herstelde aanvankelijk van darmkanker en ging weer musiceren. In 2005 gaf hij een viertal korte optredens op het literaire festival Saint-Amour, waar hij onder andere De lichtjes van de Schelde speelde (1952).

Bobbejaan Schoepen kreeg op 13 februari 2007 in de Brusselse Ancienne Belgique een Lifetime Achievement Award voor zijn carrière als zanger-muzikant en voor zijn pionierschap in de Belgische muziekgeschiedenis.

Op 19 mei 2008 werd het album Bobbejaan in België uitgebracht (PIAS), met als gastvocalisten Geike Arnaert (Hooverphonic), Axelle Red, Nathalie Delcroix (Laïs), en Daan Stuyven (die tevens de hoes ontwierp). In de media ging veel aandacht naar Le temps des cerises, het duet met Geike Arnaert en het slotstuk van de plaat Verankerd, waarop de artiest zijn strijd tegen kanker en het ouder worden bezingt.[9]

In juli 2008 werd Schoepen door de Amerikaanse International Whistlers Convention als eerste Europeaan opgenomen in de Whistlers Hall of Fame, een internationale eregalerij voor kunstfluiters.[10]

Op 2 oktober 2009 werd Schoepen de eerste ereburger van zijn geboortestad Boom. En op instigatie van Koning Albert II ontving hij op 6 juli 2009 het ereteken van Officier in de Kroonorde.

Eind december 2009 verscheen The World of Bobbejaan - Songbook, een drievoudige cd (remastered) met 76 songs die tussen 1948 en 2008 zijn opgenomen.[11]

In 2011 - een jaar na zijn dood - verscheen het door Tom Schoepen, de jongste zoon van Bobbejaan, als "ultiem eerbetoon" aan zijn vader geschreven en verluchte boek Bobbejaan Schoepen (Lichtervelde: Kannibaal), dat door Bobbejaanbewonderaar Michiel Leen gekarakteriseerd wordt als een "werk van liefde", een fraai uitgegeven "koffietafelboek" en "een heiligenprentje".[12]

Onderscheidingen[bewerken]

  • 1949: Oorkonde voor moed en zelfopoffering voor de muzikale ondersteuning van Nederlandse frontstrijders in Indonesië, uitgereikt door Generaal Baay, opperbevelhebber van de Nederlandse troepen in Oost-Java, 1949
  • 1955: Verkozen tot beste Vlaamse zanger, ontvangt de "Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat" (NIR i.s.m. Studio Gent, 15 maart 1955)
  • 1978: Platina plaat voor 30 jaar Vlaamse hits, Telstar 1978
  • 1986: Ridder in de Kroonorde, 9 april 1986, uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
  • 1995: Oorkonde België, Orde van Leopold II: Officier in de Orde van Leopold II, 26 september 1995, uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
  • 2007: "Lifetime Achievement Award", ZAMU Award 2006 (13 februari 2007)
  • 2008: "Whistlers Hall of Fame" (International Whistlers Convention, 21 juli 2008 uitgereikt in Tokio)
  • 2009: Officier in de Kroonorde, uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (6 juli 2009)
  • 2009: Eerste ereburger van Boom, naar aanleiding van het 700-jarig bestaan van deze gemeente (2 oktober 2009)

Grootste hits[bewerken]

Internationaal[bewerken]

  • Ich hab Ehrfurcht vor Schneeweißen Haaren (muziek, +3 miljoen ex)
  • Je me suis souvent demandé (muziek)
  • Ich steh an der Bar und habe kein Geld (+400.000 ex. cover)
  • Ich weine in mein bier (+120.000 ex. Duitsland en Oostenrijk)
  • Ein Hauschen auf der Heide (cover)
  • Kili Watch (cover)

Vlaanderen en Nederland[bewerken]

Filmografie[bewerken]

  • "Ah! 't Is zo fijn in België te leven" (Speelfilm 1950, België)
  • "Televisite" (televisieserie 1955, België)
  • The Eurovision Song Contest (1957)
  • "At the Drop of a Head" / "De Ordonnans" / "Café zonder bier" (Speelfilm 1962, België)
  • "O sole mio" (muzikale film 1960, Duitsland)
  • "Davon träumen alle Mädchen" (muzikale film 1961, Duitsland)
  • "Bobbejaanland", filmproductie ZDF-Duitsland — Regie: Vladimir Sis, 1967, Studio Barrandov Praag (Televisiefilm 1967).
  • "Goldene Schuß, Der" — TV Episode (als Bobbejaan) (Musical, 1969)
  • "Uit met Bobbejaan" (BRT 1969)
  • "30 jaar Bobbejaan" (BRT 1978)
  • "Bobbejaan 70" (BRTN 1995)

Artiestennaam[bewerken]

  • België en Nederland: Bobbejaan Schoepen
  • Duitsland en Oostenrijk: Bobby Jaan, Bobbejaan
  • Denemarken en IJsland: Bobby Jaan
  • Frankrijk: Bobby Jaan, Bobby Jann, Bobbi-Jean
  • Verenigde Staten: Bobby John

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen
  1. Aan het eind van zijn leven liet Bobbejaan zijn artiestennaam aan zijn officiële naam toevoegen. Hij is geboren als Modest Hyppoliet Joanna Schoepen.
  2. a b ”Bobbejaan, de Vlaamse troubadour die de wereld veroverde” (Johan Roggen, Uitgeverij het Volk, 1980 - D/1980/2345/10).
  3. De Standaard - 15 mei 2004
  4. "Bobbejaanland" filmproduction ZDF — Regie: Vladimir Sis, 1967.
  5. 30 jaar Bobbejaan - TV-show, BRT, 1978.
  6. A Rhinestone Cowboy Who Grabbed Cars by the Horns New York Times, september 4, 2005.
  7. In het spoor van Johnny Cash De Standaard, 27 mei 2006.
  8. Nudie's Online Car Museum, Los Angeles
  9. http://www.demorgen.be/dm/nl/1343/Muziek/article/detail/292042/2008/05/28/Bobbejaan-Schoepen---Bobbejaan.dhtml (De Morgen, 28/5/2008)
  10. Awards (International Whistlers Convention).
  11. The world of Bobbejaan-songbook (1948-2009) - Muziekcentrum Vlaanderen
  12. 'Bobbejaan Schoepen: leven en werken van een Kempense cowboy', Knack.be (18 mei 2011) (geraadpleegd 29 augustus 2013).
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Bobbejaan Schoepen.