Loek Elfferich

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

L. (Loek) Elfferich (Rotterdam, 14 mei 1932 - aldaar, 2 december 1992) was een Nederlandse onderzoeksjournalist en ambtenaar van de gemeente Rotterdam. Hij onderzocht de toedracht van het Bombardement op Rotterdam en bestreed de visie van onder meer Lou de Jong dat de Duitsers op het laatste moment de bommenwerpers probeerden te stoppen met lichtkogels.

Biografie[bewerken]

In 1950 trad Elfferich als verslaggever in dienst bij het Rotterdams Parool. In 1960 stapte hij over naar de Haagsche Courant en in 1966 naar Hervormd Nederland. In 1968 keerde hij terug naar de Haagsche Courant. In 1972 werd hij bestuursmedewerker van het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders met als speciale werkveld het onderwijs. Hij verzorgde onder meer voorlichting over het bombardement in 1940.

In Het Vrije Volk publiceerde Elfferich tussen 1980 en 1982 een reeks artikelen waarin hij nieuwe feiten over het bombardement presenteerde. Dit leidde tot zijn boek Rotterdam werd verraden. Aan de hand van ongeveer vierhonderd interviews en uitgebreid onderzoek van documenten kwam Elfferich onder meer tot de volgende conclusies:

  • Een groep van Duitsgezinde Rotterdammers bereidde de inval van de Duitsers voor en beschikte daartoe over wapens.
  • De lichtkogels die door de Duitsers voorafgaand aan het bombardement werden afgevuurd, waren niet bedoeld om het bombardement af te wenden. Een Duits document toont aan dat deze alleen waren bedoeld om de positie van de Duitse grondtroepen aan de luchtvloot duidelijk te maken.
  • Er was direct na het bombardement geen gebrek aan bluswater en de daaropvolgende branden zijn niet veroorzaakt door een getroffen olietank.
  • Uit getuigenissen en een analyse van bominslagen blijkt dat er op 14 mei 1940 ook brandbommen zijn afgeworpen. De Duitse rijksmaarschalk Hermann Göring loog toen hij tijdens het Proces van Neurenberg zei dat dit niet het geval was.

Elfferich concludeert op grond van zijn bevindingen dat het bombardement op Rotterdam moet worden gezien als een terreurbombardement en in geen geval als onbedoeld. Zijn conclusies worden gestaafd door de jurist Manuel Kneepkens, die in zijn boek In het rijk der demonen op volkenrechtelijke basis vaststelt dat het bombardement een oorlogsmisdaad was. Kneepkens refereert daarbij aan de conclusies van het Duitse Militärgeschichtliches Forschungsamt, dat het hier inderdaad om een terreurbombardement ging.

Het monument aan de Statenweg.

Ook is Elfferich de auteur van de tekst op het monument aan de Statenweg, ontworpen door L.H. Timmerman-Papenhuijzen en onthuld op 4 mei 1988, voor het huis waar de Rotterdamse bevelhebber P.W. Scharroo zijn commandopost had ingericht en waar op de namiddag van 14 mei 1940 de onderhandelingen plaatsvonden over de details van de overgave van de stad.

Literatuur[bewerken]