Maria Louise van Hessen-Kassel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria Louise van Hessen-Kassel door Louis Volders
Stamboom.png Stamboom

Maria Louise van Hessen-Kassel (Kassel, 7 februari 1688 - Leeuwarden, 9 april 1765), bijgenaamd Marijke Meu of Maaike Meu, was de moeder van stadhouder Willem IV en in die hoedanigheid van 1711 - 1731 regentes voor hem. Tevens was zij van 1759-1765 regentes voor haar minderjarige kleinzoon stadhouder Willem V.

Jeugd[bewerken]

Maria Louise werd geboren in Kassel als dochter van Karel Lodewijk van Hessen-Kassel en Maria Anna van Koerland. Zij kwam uit een gezin van veertien kinderen, tien broers en vier zusters. Ze werd streng opgevoed.

Huwelijk[bewerken]

Na diverse ontmoetingen met Johan Willem Friso van Nassau-Dietz besloot het paar te trouwen. Naar het schijnt was het bij de eerste ontmoeting al echte liefde. Johan Willem Friso reisde in 1709 naar Kassel om er zijn glorieuze intocht te doen. Maar hij heeft pech, midden in de stad breekt een wiel van zijn wagen, zodat hij niet vol pracht en praal bij zijn bruid kan voorrijden, maar te voet het paleis moet bereiken. Op 26 april 1709 vindt te Kassel het huwelijk plaats.

Het paar gaat wonen in het stadhouderlijk hof van Leeuwarden. Haar echtgenoot is niet veel thuis doordat deze wegens oorlog op het slagveld moet verblijven.

Op 14 juli 1711 komt haar echtgenoot aan bij Moerdijk. Hij wil oversteken naar Den Haag om daar de erfenis van zijn verre neef, Koning-stadhouder Willem III te regelen. Echter, de boot slaat door een rukwind in het zeil om en Johan Willem Friso verdrinkt. Tijdens dit korte huwelijk was toch nog één kind geboren:

Regentes (1711-1731)[bewerken]

Maria Louise met haar twee kinderen omstreeks 1725

Achtenveertig dagen na het overlijden van haar echtgenoot wordt nog een zoon geboren:

Marie Louise nam tijdens de minderjarigheid van haar zoon het stadhouderschap van Friesland, Groningen en Drenthe waar als regentes. Ze richtte alles op de juiste opvoeding van haar kinderen, en in het bijzonder dat van haar zoon. Ze resideerde afwisselend te Leeuwarden en Groningen en paleis Soestdijk. Tijdens haar regentschap doet ze tevens verschillende aankopen: de ambachtsheerlijkheden van Soet en Birkt, van Baarn en Ter Eem komen bij de domeingronden. Bijgebouwen krijgen een andere bestemming, en de stallen worden verhuisd. Tevens liet zij in 1730 in Leeuwarden voor zichzelf het buitenverblijf Marienburg bouwen.

Middelbare leeftijd[bewerken]

In 1731 zat haar taak als regentes er op. Ze ging het Princessehof in de Leeuwarderse Grote Kerkstraat bewonen, een hof dat in 1731 was aangekocht. Maria Louise had een belangrijke porseleincollectie. Tegenwoordig is in het Princessehof het nationaal keramiekmuseum gevestigd.

In de jaren hierna vereenzaamde ze. Haar zoon was ontzettend druk, en bovendien was hij vaak in het verre Den Haag. Reizen naar Den Haag werden haar te vermoeiend om vaak te doen. Daarnaast kon zij bijzonder slecht overweg met haar schoondochter Anna van Hannover. Toen in 1747 Willem IV van Oranje-Nassau ook stadhouder van de andere gewesten van de Republiek werd verbleef hij permanent in Den Haag.

Regentes (1759-1765)[bewerken]

In oktober 1750 bezocht zij voor het laatst haar zoon op paleis het Loo. Het jaar daarop overleed haar zoon. Schoondochter Anna van Hannover overleed in 1759, waardoor haar kleinkinderen Carolina en de erfstadhouder Willem V als minderjarige wezen achterbleven. De ruim 70-jarige Maria Louise nam het regentschap over van haar schoondochter.

Haar gezondheid was in deze jaren al lange tijd zwak. Zij moest tijdens dit tweede regentschap samenwerken met de hertog van Brunswijk, die als voogd over haar kleinkinderen was aangesteld. Meermaals reisde zij van Leeuwarden naar Den Haag om op te komen voor de belangen van haar nageslacht. Een lichte beroerte deed haar de macht over de rechterhand verliezen.

Op palmpasen 1765 was ze nog aanwezig in de Grote Kerk van Leeuwarden, waarna ze bij het verlaten van de kerk zo veel mogelijk kerkgangers nadrukkelijk goedendag knikte. Op paaszaterdag werd de oude Marie Louise ziek. Ze wilde niet hebben dat haar ziekte uitlekte, aangezien dan Pasen voor de mensen bedorven zou zijn. Op tweede paasdag, 9 april 1765 sliep zij moe in. Ze was 77 jaar oud. Enkele weken later werd ze bijgezet in de bovengrondse kapel van de Grafkelder van de Friesche Nassau's in de Grote Kerk van Leeuwarden, 54 jaar nadat haar echtgenoot was overleden.

Marijke Meu[bewerken]

Door haar aardige karakter werd ze in Friesland heel populair. De bevolking gaf haar de koosnaam Maaike muoi (muoi is het Friese woord voor tante). Deze bijnaam leeft nu nog steeds voort. Tevens is het verhaal bekend dat ze in haar draagkoetsje vaak door de straten van Leeuwarden ging. Zij wierp dan steevast suikergoed naar de joelende straatjeugd.

Zie ook[bewerken]