Maunsell-forten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Posities van de Maunsell-forten in de Theemsmonding

De Maunsell-forten (Engels: Maunsell Sea Forts) zijn een groep van zeeforten die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Britse leger voor de Engelse oostkust in de mondingen van de Theems en de Mersey werden gebouwd. De naam is afkomstig van de architect van deze in het oog springende bouwwerken Guy Maunsell.

Niet alle forten zijn bewaard gebleven tegenwoordig bestaan alleen Roughs Tower, Red Sands, Shivering Sands en Knock John nog. Het meest bekend is Roughs Tower, aangezien dit fort door een groepering rond Paddy Roy Bates wordt bezet. Bates claimt het sinds 1967 als het onafhankelijk vorstendom Sealand.

Voorbereidingen[bewerken]

Het afzinken van een Maunsel Navy Fort
1. 15 minuten nadat het ventiel is opengezet neigt de voorzijde van het ponton naar beneden
2. de voorste kamer vult zich met water en zinkt zeer snel naar de zeebodem
3. Het ponton raakt na 20 seconden met veel kracht de zeebodem. Door de buffer wordt de schok afgeremd
4. ca 1 minuut later ligt het gehele ponton op de zeebodem en vullen de andere kamers zich met water.

Maunsell had al aan het begin van de oorlog het idee om zeeforten als kustverdediging te gebruiken en hij overlegde diverse ontwerpen aan de Britse admiraliteit. Pas in oktober 1940 kreeg hij echter de concrete opdracht om een nieuw soort zeefort te ontwerpen. Aanleiding hiervoor was de snelle opmars van Nazi-Duitsland tegen Nederland, België, Luxemburg en vervolgens ook Frankrijk. De toenemende luchtaanvallen op Engeland en de scheepvaartroutes vroegen om een permanente kustverdediging. Maunsell ontwierp een met beton versterkt zeewaardig ponton. Eenmaal op de gewenste plaats op zee aangekomen werd de ponton met zeewater gevuld, om hem te laten afzinken naar de zeebodem. In het gedeelte boven water moest een permanente wacht kunnen worden gestationeerd om de Britse kust tegen zee- en luchtaanvallen te beschermen. De werkzaamheden werden gestart onder de noemer: Thames Estuary Special Defence Units (TESDU). Later kregen de verschillende constructies de code Uncle (U) en werden vervolgens doorgenummerd. De uitgebreide namen zijn afkomstig van de zandbanken waarop de constructies werden geplaatst.

Maunsell Navy Forts[bewerken]

Maunsell kreeg van de Royal Navy een opdracht voor het ontwerp van vijf verdedigingsplatformen. Hierop moest zwaar afweergeschut worden geplaatst en plaats zijn voor 100 militairen met voorraden voor langer dan een maand. Hun opdracht bestond uit het hinderen van de Luftwaffe bij het afwerpen van zeemijnen op de vaarroutes naar Londen en het rapporteren van alle pogingen daartoe. Van de geplande vijf forten werden er uiteindelijk vier gebouwd. Ieder fort bestond uit een met beton versterkte ponton op de zeebodem met daarop twee holle betoncilinders. Daarbovenop een eenvoudig platform voorzien van twee stuks 3.7"-(94 mm)-MK2c luchtafweergeschut en twee stuks 40mm-Bofors-luchtafweergeschut.

Maunsell Army Forts[bewerken]

Nadat de Navy Forts gereed waren, kreeg Maunsell een nieuwe opdracht. De British Army vroeg hem zes nieuwe constructies te ontwerpen, waarvan er drie in de monding van de Theems en drie in de monding van de Mersey waren gepland. Ze waren bedoeld als verdediging van de scheepswerven tegen Duitse bommenwerpers.

Het opmerkelijke ontwerp bestond voor ieder fort uit zeven torens met twee verdiepingen, die door stalen loopbruggen met elkaar waren verbonden. Een hoofdtoren met radarinstallatie, die omgeven was door vier torens met MK6-3.7"-kanonnen en een met twee stuks 40mm-Boforsgeschut. Iets verwijderd van de andere torens stond nog een toren met zoeklichten. De forten konden op deze manier op dezelfde wijze opereren als de luchtafweerbatterijen op het vasteland. Een pontonconstructie zoals bij de Navy Forts was in dit geval niet mogelijk aangezien de zandbanken te veel invloed ondervonden van het tij. Maunsell ontwierp daarom een sokkel die beweging van het zand toeliet, zonder dat de positie van de toren te sterk veranderde. De bouw van de torens in de Theemsmonding werd tussen augustus 1942 en december 1943 gerealiseerd.

De forten in de Merseymonding werden later voltooid.

Wapenfeiten en afloop[bewerken]

Alle forten werden gebouwd op de Red Lion Wharf in droogdok. Tot een maand na het einde van de oorlog waren ze in opperste staat van paraatheid. De forten in de Theemsmonding vernietigden gedurende de oorlog in ieder geval een Schnellboot, 22 vliegtuigen en 31 V1-bommen.

Na de oorlog werden de zeeforten niet meer gebruikt. op 14 juni 1945 werden de werkzaamheden stilgelegd en werd de bemanning tot een wacht teruggebracht. Tot eind jaren 50 werden de forten stuk voor stuk afgestoten. De inventaris werd afgevoerd en de bewapening gedemonteerd.

Na de oorlog[bewerken]

Ongelukken[bewerken]

Op de voorgrond de overblijfselen van het voormalige Nore Army Fort

In de jaren na de oorlog gingen verschillende forten verloren:

  • Op 1 maart 1953 werden twee torens van "(U5) Nore" door een botsing met het Zweedse schip Baalbeck beschadigd. Toen in 1954 de Mairoula M op dezelfde plaats ook in botsing kwam werden de overgebleven torens aangemerkt als gevaar voor de scheepvaart. Tot 1960 werden de overblijfselen gedemonteerd en versleept naar de Alpha Wharf in Kent, waar ze nog steeds te zien zijn. De betonnen funderingen werden grotendeels opgeblazen.
  • Op 7 juni 1963 botste de coaster Ribersborg op het fort Shivering Sands, waardoor een geschuttoren werd beschadigd.
  • Sunk Head werd in de jaren 60 afgebroken, kort nadat Rough Sands bezet werd. Waarschijnlijk om bezetting van dit fort te voorkomen.
  • Tongue Sands stortte in 1996 tijdens een storm in, nadat het al lange tijd beschadigd was.

Het project Seatribe probeert forten, die dreigen te worden afgebroken, te redden.[1]

Radiopiraten[bewerken]

Van 1964 tot 1967 bezetten meerdere piratenzenders de verlaten forten:

  • Op 27 mei 1964 startte Screaming Lord Sutch van de band The Savages Radio Sutch op een van de torens van Shivering Sands.
  • Vanaf Red Sands zond Radio Invicta later omgedoopt tot KING Radio uit. Hierna bracht Ted Allbeury het professionelere Radio 390 in de ether. Hij ontving in 1966 de filmploeg van de televisieserie Danger Man voor opnames van de aflevering "Not-so-Jolly Roger". Red Sands is momenteel privébezit.
  • Een groep van radioamateurs begonnen Radio Tower op Sunk Head. De organisatie ging echter om financiële redenen na een paar maanden alweer ter ziele.
  • Paddy Roy Bates veroverde Knock John op mensen van Radio City en begon vanaf oktober 1965 met het uitzenden van Radio Essex , later omgedoopt tot Britain's Better Music Station. De uitzendigen duurden tot 25 december 1966.
  • Vanaf 1967 bezetten Bates' medewerkers van Radio Essex het fort Roughs Tower. Hierop stichtte Bates hier het vorstendom Sealand.

Toekomst[bewerken]

Sinds 2004 bestaat er een organisatie die zich bezighoudt met het restaureren van de forten. Het eerste resultaat was te zien in 2005 toen het project genoeg geld binnen had gehaald voor een nieuwe ladder en platform. In 2010 is er ook een nieuwe brug geplaatst tussen de control toren en de gun toren.

Weetjes[bewerken]

In 2009 werden de forten gebruikt voor een videoclip van The Prodigy - Invaders Must Die.

Literatuur[bewerken]

  • The Maunsell Army Sea Forts of the Thames Estuary (ISBN 1-901132-14-5), Frank R. Turner; bewerkte uitgave 2001, Gravesend
  • The Maunsell Sea Forts (ISBN 0-952430-30-4), Frank R. Turner; 1996, Gravesend
Bronnen, noten en/of referenties