Meriadoc Brandebok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Meriadoc Brandebok
Tolkien-personage
Andere namen Holdwine, Meriadoc 'de Luisterrijke'
Titel Meester van Bokland
Geslacht Man
Afkomst Hobbit
Geboortejaar 2982 van de Derde Era
Overlijdensjaar Onbekend
Familie
Vader Saradoc Brandebok
Moeder Esmeralda Toek
Echtgeno(o)t(e) Estalla Burger
Nageslacht Onbekend aantal, minstens één zoon die hem opvolgt als Meester van Bokland

Meriadoc Brandebok (Engels: Meriadoc Brandybuck) kortweg Merijn (Engels: Merry) is een Hobbit en een personage uit In de Ban van de Ring, een fantasyboek van J.R.R. Tolkien.

Meriadoc (Merijn) Brandebok wordt in het jaar 1382 Gouwtelling (2982 van de Derde Era) geboren in Bokland als enig kind van de Meester van de Burcht, Saradoc 'Strooigoud' Brandebok en zijn vrouw Esmeralda Toek. Merijn is derhalve een neef van zijn grote vriend Peregrijn Toek en een achterneef van een andere vriend, Frodo Balings. Omdat hij vermoedt dat Frodo ooit in de voetsporen van zijn 'oom' Bilbo Balings zal treden en dus waarschijnlijk vroeg of laat de Gouw zal verlaten, vraagt hij samen met Pepijn aan Sam Gewissies om Frodo voor hen in de gaten te houden. Wanneer ze begrijpen dat het moment van Frodo's vertrek is aangebroken, zorgen ze ervoor dat ze betrokken raken in Frodo’s verhuisplannen. Merijn heeft een avontuurlijk temperament en is opgewekt en uitbundig van aard. In tegenstelling tot Pepijn vat hij Frodo's Queeste van het begin af aan ernstig op. Merijn heeft ook beduidend meer gevoel voor vreemde talen en ‘aristocratische’ gebruiken.

Samenvatting van Merijns avonturen[bewerken]

Merijn wordt Frodo’s belangrijkste helper tijdens diens verhuizing naar Krikhol. Hij vindt voor hem het kleine huisje in het land achter Bokkelburg, en vertrekt later met een wagen vol spullen uit Balingshoek naar het huisje, dat hij ‘behaaglijk’ inricht. Daar onthult hij de samenzwering tussen hem, Pepijn en Sam, en zorgt hij ervoor dat Frodo hen meeneemt op zijn reis. Tijdens deze reis naar Rivendel leidt Merijn de Hobbits door het Oude Woud, maar wordt vervolgens gevangengenomen door de Oude Wilgeman en bevrijd door Tom Bombadil. Op hun vervolgreis worden de Hobbits betoverd door de Grafgeesten. Ook daar worden ze echter bevrijd door Tom Bombadil. In de Grafheuvels ligt een schat, waaruit de Hobbits dolken meenemen, die in latere avonturen hun nut bewijzen. Met name Merijns dolk blijkt een waardevol wapen.

Ook in Breeg toont Merijn zijn enerzijds avontuurlijke en anderzijds behulpzame aard als hij de herberg verlaat om de omgeving te verkennen. In de herberg komen de Hobbits Stapper (Aragorn II) tegen die hen naar Rivendel leidt. In Rivendel wordt Merijn uitgekozen als een van Frodo’s helpers in het Reisgenootschap van de Ring, dat Frodo moet helpen de Ring in het vuur van de Doemberg te gooien en de Duistere Vorst Sauron te verslaan. Hij gaat mee door de mijnen van Moria en Lothlórien. Vandaar vaart hij mee met de boten over de rivier Anduin en aanschouwt de Argonath bij de Rauroswatervallen.

Wanneer het Reisgezelschap aanmeert in de buurt van Amon Hen, wordt het overvallen door een groep Orks, die grotendeels bestaat uit Uruk-hai van de tovenaar Saruman. De Orks hebben de opdracht alle Reisgenoten te doden, maar de Hobbits bij Saruman te brengen. Saruman weet namelijk dat een Hobbit de Ring heeft, die hij begeert. Merijn en Pepijn worden gevonden door de Orks, maar Boromir verdedigt de Hobbits tot hij sneuvelt in de strijd. Merijn en Pepijn worden door de Orks meegenomen naar Isengard, maar Sam en Frodo kunnen ongehinderd hun reis vervolgen. Merijn en Pepijn worden bruut meegesleept door Rohan. De Hobbits weten het niet, maar de Orks worden achtervolgd door Aragorn, Legolas en Gimli.

Wanneer de Orks bijna bij het Fangorn woud aangekomen zijn worden ze door de Ruiters van Rohan onder leiding van Éomer aangevallen. De Orks worden allemaal gedood, maar Merijn en Pepijn vluchten Fangorn in. Hier ontmoeten ze de Ent Boombaard. Hun komst zorgt ervoor dat de Enten tijdens hun langdurige vergadering (de Entmoet) besluiten om in te grijpen; ze vallen Isengard aan, en veroveren de vestiging van Saruman. In Isengard vinden Pepijn en Merijn tabak uit de Gouw, en beginnen te vermoeden dat het kwaad ook in hun eigen geliefde en tot dan toe veilige Gouw aanwezig is.

Gandalf, Aragorn, Legolas, Gimli en een gezelschap uit Rohan bezoeken Isengard om Saruman te spreken, waarna de twee Hobbits met hen meegaan naar Rohan. Ze worden echter gescheiden door Pepijns domheid; deze kijkt in de Palantír van Isengard en moet ‘voor straf’ mee met Gandalf naar Gondor. Merijn reist verder met de Rohirrim, en wordt vervolgens ook gescheiden van Aragorn, Legolas en Gimli, die het gezelschap verlaten om (zoals later blijkt) de Paden der doden te betreden. De tijd die Merijn doorbrengt bij Koning Théoden van Rohan en zijn ruiters leidt ertoe dat hij tot jonkheer van Rohan wordt benoemd, en een speciale band met het land en zijn inwoners ontwikkelt. Hij bezoek de Ruitermark later vaak en wordt daar Holdwine genoemd.

De ruiters van Rohan worden door Gondor opgeroepen om mee te vechten tegen de legers van Sauron. Merijn wil graag zijn bijdrage leveren, maar hij moet in Rohan blijven. De prinses Éowyn, die ook de opdracht krijgt thuis te blijven, vermomt zich als de ruiter Dernhelm en neemt Merijn mee op de veldtocht naar Gondor. Tijdens de Slag van de Velden van Pelennor komen de twee tegenover de machtige Tovenaar-koning van Angmar, het hoofd van de Nazgûl, te staan, en helpt Merijn Éowyn de Nazgûl te verslaan. Na de slag vindt Pepijn hem op het slagveld en wordt hij naar de Huizen van Genezing in Minas Tirith gebracht, want door de nabijheid van de Nazgûl is hij ziek geworden. Aragorn geneest hem en Éowyn, die een rustperiode krijgen in de Huizen van Genezing, terwijl Pepijn met het leger van het Westen naar de Zwarte Poort rijdt. Pas na de vernietiging van Saurons rijk wordt hij weer verenigd met zijn vrienden Pepijn, Frodo en Sam, en ontvangt hij met de andere Hobbits een publiek eerbetoon op het Veld van Cormallen.

Merijn speelt een belangrijke rol tijdens de Hobbitopstand in de Gouw, waar hij de gewapende Hobbiterij aanvoert. Hiervoor wordt Merijn zeer geëerd in de Gouw. Maar ook zijn diepe belangstelling voor de oorsprong van de Hobbits zelf, zoals blijkt uit zijn vele bijdragen aan de Hobbitwetenschap, brengen hem veel aanzien. Op vijftigjarige leeftijd, in 1432 Gouwtelling, volgt Merijn zijn vader op als Meester van Bokland. Hij trouwt met Estalla Burger en krijgt een zoon, die op zijn beurt Meester van Bokland wordt. Of hij meer kinderen gekregen heeft is onbekend. In 1484 verlaat hij de Gouw samen met Pepijn. De twee bezoeken Rohan, waar Merijn zijn oude vriend, koning Éomer voor de laatste keer ziet. Ten slotte vervolgden zij hun reis naar Gondor, waar zij enkele jaren bij koning Aragorn Elessar wonen, en na hun dood ter ruste werden gelegd in het Huis van de Koningen.

Stamboom van de Hobbits[bewerken]

De volgende stamboom geeft een overzicht van de belangrijkste hobbits uit De Hobbit en In de Ban van de Ring van J.R.R. Tolkien: Bilbo, Frodo, Pepijn, Merijn en Sam Gewissies.

 
 
 
 
 
Balbo
Balings
 
 
 
 
 
 
 
Gerontius
Toek
 
 
 
Adamanta
Meun
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mungo
Balings
 
 
Ponto
Balings
 
 
 
Largo
Balings
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Hiligrim
Toek
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bungo
Balings
 
 
 
Belladonna
Toek
 
Fosco
Balings
 
Gorbadoc
Brandebok
 
Mirabella
Toek
 
 
 
 
 
Adalgrim
Toek
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Bilbo
Balings
 
 
 
 
Drogo
Balings
 
 
 
Primula
Brandebok
 
Saradoc
Brandebok
 
Esmeralda
Toek
 
Paladijn
Toek
 
Hamfast
Gewissies
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Frodo
Balings
 
 
 
 
 
 
Meriadoc
Brandebok
 
 
 
Peregrijn
Toek
 
Sam
Gewissies
 
Roosje
Katoen
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Faramir
Toek
 
 
Goudhaartje