MiniGrail

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Mini Gravitational Radiation Antenna In Leiden (MiniGRAIL) is de gravitatiegolftelescoop van de Universiteit van Leiden. De MiniGRAIL bestaat uit een bol van CuAl6% (koper met 6 gewichtsprocent aluminium) met een diameter van 65 centimeter en weegt 1400 kilogram. Als een zwaartekrachtsgolf de antenne passeert, zal deze golf een zeer kleine fractie van zijn energie aan de bol overbrengen.

De resonantiefrequentie van de bol is 3 kHz en de bandbreedte zal ongeveer 230 Hz zijn. Gravitatiegolven met een frequentie van 3 kHz, zullen dus de resonantiemodes van de bol exciteren, waardoor de bol in trilling wordt gebracht. De uitwijking van deze trillingen is echter zeer klein (in de orde van 10−20 meter). Uitermate gevoelige detectoren zijn nodig om deze kleine bewegingen te kunnen meten. In de MiniGRAIL wordt er gebruikgemaakt van zogenaamde SQUID-detectoren. Om achtergrondruis zo veel mogelijk te onderdrukken wordt de hele opstelling afgeveerd en wordt de bol afgekoeld tot ongeveer 20 millikelvin.

Volgens de berekeningen zal de MiniGRAIL een gevoeligheid moeten kunnen bereiken om een uitwijking van 2×10−21 meter te kunnen meten. Sterrenkundigen voorspellen dat met de te verwachten gevoeligheid het mogelijk moet zijn om de signalen te kunnen meten van asymmetrische instabiliteiten in roterende enkelvoudige en dubbele neutronensterren en om botsingen van zwarte gaten en neutronensterren te zien.

In januari 2005 is de zevende testrun afgerond en worden de gegevens geanalyseerd. De voorgaande tests hebben laten zien dat de gevoeligheid op dit moment ongeveer 1×10−20 meter is.

Externe link[bewerken]