Montage (film)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dissolve-techniek (vert. oplossen) in de overgang tussen beelden
Wipe-techniek (vert. wegvegen) in de overgang tussen beelden

Montage in de filmtechniek is de ordening van beeld en geluid in een film. De ordening kan snel en afwisselend zijn of juist traag. Er zijn films die van het begin tot het einde slechts uit één enkel onafgebroken beeld bestaan. Dat er dan toch steeds iets anders te zien is komt doordat de camera zich verplaatst of omdat er voor de camera steeds iets anders gebeurt. Dit valt niet onder montage, maar onder cameravoering en regie en noemt men een long take.

Effect[bewerken]

Montage is een van de belangrijkste middelen die een filmmaker ten dienste staat om zich uit te drukken of een verhaal te vertellen. Beelden krijgen door de manier waarop ze achter elkaar staan of 'geordend' zijn een andere betekenis. Door de beelden vloeiend op elkaar aan te laten sluiten, of overmatig te laten contrasteren, ontstaat een ander gevoel voor de kijker. Wat plaatsen we eerst, wat komt daarna, is de vraag voor de editor en regisseur. Taxi Driver zou een andere film zijn moest Paul Schrader beslissen om met het interview te starten. De vervormde beelden uit de titelscène bereiden je echter voor op die ondervraging: de beginscène toont een getormenteerde wereld door de ogen van het hoofdpersonage. Bij de begintitels zie je wat Robert De Niro voelt voor de stad New York. Je ziet close-ups van zijn rondkijkende ogen en vervormde beelden. Later vernemen we dat hij de stad haat omwille van de smerigheid en de decadentie. Maar reeds vooraan bij de titels wordt dat aangekondigd en gevisualiseerd. Een belangrijk montage-element is het geluid (muziek, achtergrondgeluiden, spraak). Zo kunnen verschillende versies met dezelfde beelden verteld worden. Geluid kan het effect van de beelden versterken.

Filmmakers[bewerken]

Eisenstein experimenteert in Pantserkruiser Potjomkin met montage om de emotie te vergroten. Joseph Goebbels liet zich lovend uit en verbood de film in nazi-Duitsland.

Filmmakers met invloedrijke montagetheorieën zijn onder andere Lev Kuleshov en de Sovjet-Russische regisseur Sergei Eisenstein. De essentie van film moet men niet zoeken in beelden, maar in de onderlinge relatie tussen de beelden luidt de uitspraak Sergej Eisenstein. Een aantal voorbeelden van Nederlandse editors zijn : Job ter Burg (Zwartboek, Het Schnitzelparadijs), Peter Alderliesten (In Oranje, Alles is liefde), Sander Vos (Black Butterflies, Paradise Now), Herman P. Koerts (Kruistocht in Spijkerbroek, De Tweeling) en Elsbeth Kasteel (Flirt, Morrison krijgt een zusje en De Indiaan). Tientallen Nederlandse filmeditors zijn sinds 2011 verenigd in de Nederlandse vereniging van Cinema-Editors (NCE), gemodelleerd naar beroepsverenigingen als de Netherlands Society of Cinematographers (NSC) en American Cinema Editors (A.C.E).

Montagetechniek[bewerken]

Stanley Kubrick merkte op dat montage het enige proces is dat uniek is aan het maken van een film. Alle andere aspecten zijn afgeleid van andere media zoals fotografie, artdirection, scenarioschrijven en muziek. Kubrick zou hebben gezegd: "I love editing. I think I like it more than any other phase of filmmaking. If I wanted to be frivolous, I might say that everything that precedes editing is merely a way of producing film to edit."[1]

Continuïteit[bewerken]

In Pantserkruiser Potjomkin gebruikt Eisenstein verschillende camerastandpunten en kadrages.

Continuïteit is het geheel van opname- en montage-ingrepen die zorgen dat de montage voor de kijker "onzichtbaar" wordt. Dit wil zeggen dat de beeld- en geluidsovergangen tussen de opeenvolgende shots soepel en onopvallend lijken voor de kijker. Een overgang tussen twee shots kan continuïteit vereisen op het vlak van de beeldcompositie, de bewegingsrichtingen van camera of personages, de kleur, het licht, de relatie beeld - geluid, ritme, tijdssprongen, de verandering van een locatie, de kostuums en rekwisieten, de verhalende logica. Continuïteit is een essentieel begrip in de beeldtaal.

Edward Dmytryk geeft zeven montageregels:[2]

  • Regel 1: Maak nooit een cut zonder een positieve reden.
  • Regel 2: Wanneer in twijfel over waar in de frame te knippen, knip lang in plaats van kort [3].
  • Regel 3: Waar mogelijk knip in beweging [4].
  • Regel 4: Fris is beter dan saai [5].
  • Regel 5: Elke scene moet beginnen en eindigen in doorlopende actie" [6].
  • Regel 6: Knip voor betere waarde dan voor betere overgangen [7].
  • Regel 7: Inhoud eerst - dan vorm [8].

Ritme is erg belangrijk bij de montage. De duur van een shot en zijn relatie tot de andere schots veroorzaakt een psychologisch effect op de kijker. In Westerns is het gebruikelijk om te starten met lange schots die steeds korter worden. Dit zorgt voor een spanningsopbouw. Bij een erg korte schot neemt de kijker slechts de meest in het oog springende elementen op.

Bekende montages[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Walker, Alexander, Stanley Kubrick Directs,, etc. etc.
  2. Dmytryk, Edward, On Film Editing, New York:
  3. Dmytryk, p.23
  4. Dmytryk, p.27
  5. Dmytryk, p. 37
  6. Dmytryk, p. 38
  7. Dmytryk, p. 44
  8. Dmytryk, p. 145
Wikibooks Wikibooks heeft een studieboek over dit onderwerp: Filmmontage.