Nationaal Leger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Nationaal Leger is de krijgsmacht van de republiek Suriname. Het grootste onderdeel is de landcomponent, die bestaat uit een bataljon lichte infanterie. Verder is er een bescheiden luchtcomponent met enkele helikopters en lichte vliegtuigen en een marinecomponent met enkele patrouilleboten. Het Nationaal Leger bestaat volledig uit beroepsmilitairen.

Geschiedenis[bewerken]

Het begin[bewerken]

De krijgsmacht van Suriname werd onder de naam Surinaamse Krijgsmacht (SKM) opgericht bij de onafhankelijkheid van Nederland op 25 november 1975. Dit had nog wel wat voeten in de aarde, want aanvankelijk voelde Nederland - en dan in het bijzonder de minister van Binnenlandse Zaken De Gaay Fortman - niet voor zo'n volwaardige krijgsmacht. Nederland zag meer in een gewapende politiemacht. Maar na aanhouden van premier Arron stemde Nederland uiteindelijk toch in met de oprichting van de Surinaamse Krijgsmacht.

De nieuw opgerichte Surinaamse Krijgsmacht nam het materieel en de infrastructuur over van de Troepenmacht in Suriname (TRIS) het voormalige koloniale leger van Nederland. Ook het personeel van de TRIS stapte deels over naar de nieuwe SKM. Daarnaast gingen Surinaamse militairen die tot dan toe deel uit gemaakt hadden van de Nederlandse Koninklijke Landmacht over naar de SKM. In tegenstelling tot het ex-TRIS-personeel had het ex-KL-personeel recht op een suppletieregeling van Nederland, een aanvulling op hun salaris van de SKM tot het niveau van hun Nederlandse collega's. Dit zorgde voor scheve gezichten aangezien de ex-TRIS-militairen deze suppletie niet kregen. Op materieel gebied probeerde Suriname ook nog patrouilleboten en helikopters van Nederland te krijgen, maar Nederland wees dat verzoek af. Wel kwam er een Nederlandse militaire missie in Suriname, verbonden aan de Nederlandse ambassade, die de nieuwe Surinaamse Krijgsmacht met raad en daad terzijde zou staan. Deze missie bestond uit 3 officieren, 2 onderofficieren en twee lokale werknemers. De missie stond onder leiding van de kolonel Hans Valk.

De militaire machtsovername in Suriname[bewerken]

Het uit Nederland afkomstige kader, onder wie Desi Bouterse en Badrissein Sital, wilde inspraak en medezeggenschap. De leiding en de regering waren hier echter tegen. Eind 1979 werd er door een aantal sergeants een militaire vakbond opgericht, de Bond voor Militair Kader (BOMIKA). Vanwege een bezetting in de Memre Boekoe Kazerne werd de politie erop afgestuurd om die actie te breken. Militairen en politiemensen stonden in een gespannen sfeer bewapend tegenover elkaar, maar er gebeurde niets. Kort daarop werden 3 bestuursleden Badrissein Sital, Ramon Abrahams en Laurens Neede gearresteerd en vastgezet. De drie gearresteerde sergeanten kwamen vervolgens op 20 februari 1980 voor de krijgsraad, waarbij zij verdedigd werden door Eddy Bruma en Frank Leeflang. De krijgsraad zou uitspraak doen op 26 februari, maar zover kwam het niet: op 25 februari pleegden 15 sergeants en één officier onder leiding van sergeant-majoor Desi Bouterse een coup om hun kameraden te bevrijden, de Sergeantencoup.

De sergeants namen de macht in het leger en ook in het hele land over. Premier Arron dook onder en werd later gearresteerd en legerbevelhebber kolonel Elstak werd eveneens gevangengenomen en later uit zijn functie gezet en vervangen door Bouterse. De militairen installeerden een junta, de Nationale Militaire Raad, waarin o.a. Bouterse en Sital zitting hadden. Tegelijkertijd bevorderden de coupplegers zich tot hoge militaire rangen. De Surinaamse Krijgsmacht werd hernoemd in Nationaal Leger.

Op 8 december 1982 vonden de zogenaamde Decembermoorden plaats, waarbij het leger een aantal tegenstanders van het Bouterse-regime uit de weg ruimde.

Tussen 1986 en 1992 vocht het Nationaal Leger de zogenoemde Binnenlandse Oorlog oorlog uit met het Junglecommando van Ronnie Brunswijk, een ex-militair en ex-lijfwacht van Desi Bouterse.

Terugkeer naar de democratie[bewerken]

In 1987 waren er democratische verkiezingen in Suriname waarna er een democratisch gekozen burgerregering aan de macht kwam onder leiding van president Ramsewak Shankar. Bouterse bleef echter aan als bevelhebber, en ook andere leden van de oorspronkelijke groep van 16 bleven aan op hun hoge militaire posten. In 1992 raakte Bouterse in conflict met de regering en werd gedwongen tot aftreden. De minister van Defensie, Siegfried Gilds probeerde vervolgens een nieuwe bevelhebber aan te stellen in de persoon van Arthy Gorré, ook één van de oorspronkelijke "Groep van Zestien", maar later in ongenade gevallen bij Bouterse. Dit stuitte echter op verzet van de overgebleven coupplegers die hoge posities in het leger bekleedden, o.a. Sital en Ivan Graanoogst. Minister Gilds gaf hen opdracht om op te stappen, hetgeen ze aanvankelijk weigerden. Nadat de Surinaamse regering hen, met steun uit de Verenigde Staten en Nederland, onder druk had gezet, stapten ze in 1993 toch op. Gorré werd als bevelhebber geïnstalleerd en reorganiseerde en democratiseerde het leger. Hij bracht het aantal militairen terug van 4000 naar 2000. In 1995 werd Gorré vervangen door Glenn Sedney. Deze liet in 1999, tijdens massale betogingen tegen de regering van Bouterse-aanhanger Jules Wijdenbosch waarbij er geruchten de ronde deden over een door de militairen uit te voeren staatsgreep, weten dat het leger alleen met gezond verstand gegeven commando's van de gekozen regering zou uitvoeren en zich niet zou mengen in de politiek.

Luchtmacht[bewerken]

Oprichting[bewerken]

"Roundel" van de Surinaamse luchtmacht.

In 1982 werd formeel een bescheiden luchtmacht (LUMA) binnen het Nationaal Leger opgericht. Het eerste militaire toestel was een helikopter van het type Hughes 500 Model 369D met de eenvoudige registratie SAF-100 (Suriname Air Force one-hundred). Dit toestel maakte op 31 maart 1982 tijdens een missie in het binnenland een onfortuinlijke crash, waarbij alle vier de inzittenden inclusief piloot omkwamen.[1] Nog hetzelfde jaar werden vier vliegtuigen van het Britse Britten-Norman BN-2A Defender (militaire versie van de Islander) geleverd. Deze vlogen met de registratienummers SAF-001, SAF-002, SAF-003 en SAF-004. Achtereenvolgens werd de vloot uitgebreid met een Cessna 172 Skyhawk (SAF-007), een Cessna 206 Turbo Stationair-6 (SAF-200) en een Cessna 303 Crusader (SAF-008). Al het vliegend materiaal werd ingezet voor transport, lichte observatie, grensbewaking en reddingsmissies. In 1983 werd de luchtmachtpiloot Eddie Alenso Savalie Djoe, toen luitenant, benoemd tot bevelhebber van de Surinaamse luchtmacht. Hij kwam in 1989, inmiddels bevorderd tot majoor, om bij de SLM-ramp.

Bewapende vluchten tegen het junglecommando[bewerken]

In 1986 zorgde de binnenlandse guerrillastrijd van het junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk ervoor dat de Surinaamse overheid de luchtmacht versterkte met de aanschaf van drie vliegtuigen van het type Pilatus PC-7 (SAF-111, SAF-112 & SAF-113), in 1985 besteld voor trainings- & COIN (Counter-Insurgency)-missies en twee helikopters van het type Aérospatiale Alouette III SA316B (SAF-400 & SAF-500)in 1986. Een van de (bewapende) Alouettes crashte en na enkele jaren werden twee geleverde PC-7's in 1987 naar vliegtuigbouwer Pilatus in Zwitserland teruggestuurd. Na enige tijd keerde één exempleer terug in Suriname. In 1987 werd een Bell 205A-1 Iroquois (SAF-300) aangeschaft vanuit Venezuela om als "gunship" gebruikt te worden in de binnenlandse strijd. Het nieuws deed de ronde dat deze helikopter in juli 1987 nabij de grens van Frans-Guyana door een mechanisch defect crashte waarbij de Amerikaanse piloot omkwam en een ander Amerikaans bemanningslid gewond raakte, evenals drie of vier Surinaamse militairen, die eveneens aan boord zaten.[2] Deze kwestie lag gevoelig voor de Amerikaanse ambassade, aangezien het gerucht de ronde deed dat de Amerikanen oud Vietnam gangers waren. [3] De helikopter werd later gerepareerd, wederom ingezet en uiteindelijk verkocht in de Verenigde Staten als N6594S in 1991.

Vernieuwingen[bewerken]

In 1998 werd onder het bewind van president Jules Wijdenbosch een tweetal CASA 212-400's Aviocar transport toestellen aangeschaft (SAF-212 & SAF-214) uitgerust met Garrett AiResearch TPE331-10HR turbo-prop motoren. Eén van deze twee in Spanje gebouwde CASA 212-400's was een zogenaamde Maritime Patrol Aircraft versie (SAF-214) speciaal gemodificeerd voor kustwacht bewaking en uitgerust met een Bendix RDR-1500 surveillance radar. Een chronisch gebrek aan reserve onderdelen en de kostbare middelen belemmerden het onderhoud en hield diverse toestellen aan de grond. In het besef dat betrouwbaar luchtwaardig materieel significant kan bijdragen aan de zorgverplichting van de staat heeft de regering van de Republiek Suriname overleg gevoerd met hiervoor in aanmerking komende regeringsfunctionarissen van de Bolivariaanse Republiek Venezuela. Dit overleg heeft geresulteerd in de komst van zes Venezolaanse technici naar Suriname in 2012, die een integrale inspectie van de CASA vliegtuigen van de Luchtmacht van het Nationaal Leger uitvoerden. De Surinaamse luchtmacht probeert thans deze toestellen te verkopen.[4] Drie Indiase HAL Chetak helikopters zijn besteld in 2009 en uiteindelijk in januari 2015 geleverd (SAF-H001, H002 & H003). Acht Surinaamse helikopter piloten en een tiental technici hebben als vlieg- en grond personeel een opleiding gevolgd in Bangalore, India voor het operationeel gebruik van deze helikopter vloot. Het is de bedoeling één leger helikopter elk te stationeren te Paramaribo (vliegveld Zorg en Hoop), te Nieuw-Nickerie (Majoor Henry Fernandes Vliegveld) en te Albina (vliegveld van Albina). De drie Chetak helikopters (onder licentie gebouwde Franse Alouette III) zijn voor US$ 13.407.000 gekocht bij het Indiase bedrijf Hindustan Aeronautics Ltd (HAL). Eerder ontstond er commotie over de helikopters die Suriname door middel van de kredietlijn met India heeft aangekocht. Directeur Melvin Linscheer van het Bureau Nationale Veiligheid zei dat de heli’s niet zouden voldoen aan de vereisten van het Nationaal Leger en andere veiligheidsinstituten.[5] Ook zou er te veel zijn betaald voor de toestellen, in vergelijking met wat er elders betrokken kon worden met de gestelde wensen. De Defensie Minister Lamure Latour verklaarde daarop dat de helikopters wel geschikt zijn. Deze zullen binnenkort worden ingezet onder begeleiding van specialisten uit India die de diverse nieuwe Surinaamse technici en piloten bijstaan. [6] [7] [8]

De vluchten van de Surinaamse luchtmacht vinden voornamelijk plaats vanaf het vliegveld Zorg en Hoop te Paramaribo en tevens af en toe vanaf de Internationale luchthaven Johan Adolf Pengel te Zanderij, het Majoor Henry Fernandes Vliegveld te Nieuw-Nickerie, Moengo en Albina.

Marine en Kustwacht[bewerken]

In 1977 ontving de Marine van Suriname 3 patrouillevaartuigen uit Nederland, gebouwd door De Vries Scheepsbouw. Met een lengte van 32 meters en elk schip aangedreven door twee Paxman 12YHMC diesel motoren van 1200 pk konden deze vaartuigen een maximumsnelheid van 20 knopen halen. De schepen werden tussen februari 1977 en 1978 overgedragen aan Suriname met de boeg nummers S-401, S-402 & S-403. Deze vaartuigen zijn reeds jaren buiten gebruik, het laatste operationele schip de S-401 werd later de P-401 en ligt nog steeds aangemeerd in de Marinehaven van Paramaribo. Een van de twee andere werd omgebouwd tot luxe jacht is nog steeds te zien op de Suriname rivier. Anno 2015 hebben de meeste door de Marine gebruikte boten hun basis te Domburg.

In november 2012 deelde de Minister van Binnenlandse Zaken mede dat defensie voor de nieuw opgerichte Kustwacht drie patrouille vaartuigen besteld had bij het Franse bedrijf OCEA. Deze vaartuigen zullen gebruikt worden voor het beschermen van de visserij in de Surinaamse territoriale wateren, kustbewaking en de strijd tegen piraterij. Deze order vertegenwoordigde een waarde van 16 miljoen euro. De eerste snelle patrouilleboot ("Fast Patrol Boat") (P201), een 32 meter lang, 6,3 meter breed FPB 98 type schip, werd afgeleverd in juni 2013. De eerste boot was aangekomen in Paramaribo per containerschip van de haven van Saint-Nazaire, Frankrijk. De schepen kunnen snelheden bereiken van 30 knopen. Levering van de resterende twee kustwacht vaartuigen (P101 & P102), FPB 72 type (24 meter lang), heeft inmiddels plaatsgevonden in de loop van 2013. De Surinaamse regering bestelde de drie schepen, om een plan te versnellen bij het instellen van een Kustwacht voor Suriname, die zal worden geïmplementeerd op het uitvoeren van patrouille taken ten bestrijding van misdaad op zee bij activiteiten zoals illegale visserij, drugshandel en piraterij.

De nieuwe eenheid zal onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken komen te vallen. Voor de bemanning, werden soldaten overgebracht van de marine-eenheid (Marine) van het Nationale Leger, die het eerste Kustwacht (Coast Guard) personeel zal vormen. De Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) is momenteel een opleiding gestart met 16 studenten van het Natuur Technisch Instituut (NATIN) en de technische faculteit van de Anton de Kom universiteit van Suriname, die het technisch onderhoud van de schepen zal uitvoeren. Schepenbouwer OCEA zond een trainer samen met de boten naar Suriname om te helpen uitvoeren van deze zes maanden durende cursus. Kolonel Jerry Slijngaard staat aan het hoofd van de door de regering ingestelde Coast Guard Comité. De aankoop van de vaartuigen is maar een begin. Drie boten zullen amper volstaan om de territoriale wateren van Suriname te patrouilleren en bij de bestrijding van criminaliteit maritieme activiteiten zoals piraterij, maar ten minste is nu snel actie mogelijk. De eenheid krijgt zijn eigen basis aan de oevers van de Suriname rivier nabij Paramaribo. Met kustwacht posten aan de grens met Guyana (in westelijke District Nickerie) en Frans-Guyana (in Oost-District Marowijne). Wetgeving waarop de Kustwacht eenheid zal worden gegrondvest is bijna klaar. Het zal binnenkort worden ingediend bij de Raad van Ministers en de Raad van State, waarna het ter goedkeuring wordt aangeboden aan de voorzitter van de Nationale Assemblee. De nieuwe eenheid is een civiele organisatie, met autoriteit om de wet in Surinaamse territoriale wateren te handhaven. De Surinaamse regering is niet van plan om te bezuinigen op de kosten van de Marine, zodra de Coast Guard volledig operationeel is. De Marine zal blijven bestaan en opereren in volle zee buiten de 100-mijlzone.

Landmacht[bewerken]

De Landmacht (LAMA) is het grootste krijgsmachtdeel. Vanuit de landmacht worden de diverse detachementen over het hele grondgebied van Suriname bemenst voor het uitvoeren van de taken van het Nationaal Leger. Om het overheidsgezag bij met name de grenzen en in het binnenland te versterken is een projectplan ontwikkeld. Dit plan voorziet in het vaststellen van het strategisch kader waarin de gefaseerde uitvoering van het opvoeren van de aanwezigheid van troepen van het Nationaal Leger op het grondgebied van Suriname, met gepaste aandacht voor die delen van het binnenland die op grond van de resultaten van dreiging- en risicoanalyses hiervoor in aanmerking komen, zal plaatsvinden. Met name door het innemen van nieuwe posten, het versterken van bestaande posten en verhoogde patrouilles dient het gewenste resultaat te worden bereikt.

Er zijn verschillende kazernes en detachementen in de verschillende districten waaronder de Memre Boekoe Kazerne (Paramaribo), de Marine basis (district Wanica), de Luchtmacht basis (Paramaribo) het Opleidingscentrum voor rekruten namelijk de Ayoko-kazerne en het detachement Zanderij. Te Albina de Surinaamse oostelijke grenspost, de Akontoe Velantie-kazerne, in Nieuw-Nickerie de westelijke grenspost, de Professor Dr. Ali-kazerne en aan de Kennedy Highway te Concordia de Sgt. 1 Martowidjojo Kazerne. Er zijn ook diverse detachementen en de zogenaamde kleine posten verspreid over heel Suriname in de districten Sipaliwini, Saramacca, Brokopondo en Para. Maar ook de bescherming van belangrijke objecten zoals de Afobakadam of de brug over de Coppename rivier behoort tot de beschermende taak van de landmacht van Suriname.

Het is traditie bij de Surinaamse defensie organisatie om jaarlijks een grote groep militairen te decoreren met de "medaille voor Trouwe Dienst". Deze medaille wordt toegekend aan militairen die onafgebroken, langdurig hun diensten aan het Ministerie van Defensie hebben gegeven.

Sinds 2011 werden er vanuit de legerleiding verwoede pogingen ondernomen om een eigen staf cursus op te starten zodat er een grotere groep kon worden bereikt binnen de organisatie. Na een gedegen voorbereiding kon in 2013 met deze voortgezette officiers opleiding worden gestart in Suriname. Naast de opleiding die is afgestemd op de Surinaamse behoefte en omstandigheden werd er ook gewerkt aan een opleidingsstructuur die kwalitatief het opleidingsgebeuren moest opkrikken. Bij alle voorbereidingen werd de Surinaamse instructeurs groep bijgestaan door twee Braziliaanse militaire adviseurs en de Braziliaanse militaire attaché. Op 17 juni 2013 werd de voortgezette officiers opleiding officieel gestart door de directeur van Defensie, mr. John Achong , waarbij de mogelijkheid werd gecreëerd voor deze bijzondere groep om zich verder te scholen voor de nieuwe uitdagingen binnen de Surinaamse militaire maatschappij. Op vrijdag 28 februari jl. hebben 18 van de 23 officieren na een intensieve studie die acht maanden heeft geduurd, hun diploma in ontvangst genomen. Deze officieren hadden al een sleutel positie in de Surinaamse organisatie, maar zullen nu in staat zijn om het werk op een hoger niveau te kunnen uitvoeren.

Korps Militaire Politie[bewerken]

Het Korps Militaire Politie is een zelfstandig onderdeel van het Nationaal Leger en is onder meer belast met:

  • het verrichten van politiewerkzaamheden t.b.v. het Nationaal Leger zowel in Paramaribo als op de detachementen en in de districten;
  • het op aanvraag verlenen van assistentie aan het Korps Politie Suriname (KPS);
  • zorg dragen voor orde, rust en veiligheid bij krijgsraad zittingen;
  • motor-escortes voor hoogwaardigheidsbekleders, alsook bij prioriteittransporten;
  • toezicht op grensoverschrijding d.m.v. het uitvoeren van immigratiewerkzaamheden op de internationale luchthaven van Suriname, de Johan Adolf Pengel International Airport en de aangewezen grensdoorlaatposten in Suriname (de districten Nickerie (South Drain), Marowijne (Albina) en Paramaribo (vliegveld Zorg & Hoop);
  • deelname in het bijzonder opsporingsteam JAP-team (team belast met de controle op drugstransporten vanuit de Johan Adolf Pengel International Airport);
  • ondersteunen van de anti-narcotica dienst van het Korps Politie Suriname (KPS);
  • specialistische opsporingswerkzaamheden (controle op echtheid van reisdocumenten bij grensoverschrijding en andere technische recherche werkzaamheden);
  • grensbeveiligingswerkzaamheden namelijk controle en toezicht op de veiligheid van de burgerluchtvaart d.m.v. veiligheidscontrole op passagiers in het grensgebied;
  • opsporen en onderzoeken van strafbare feiten gepleegd door militairen (ook door burgers indien die in vereniging met militairen strafbare feiten hebben gepleegd);

De Motor Brigade van het Korps Militaire Politie is op peil gebracht met de levering van nieuwe motoren. Zes motorfietsen werden in het jaar 2014 geleverd. In totaal is dit korps verrijkt met eenentwintig motorfietsen: vijf met een capaciteit van 600 cc, tien van 900 cc en zes van 1.300 cc. De aanschaf van deze motorfietsen dient voor het verbeteren c.q. het op het gewenste niveau brengen van het escortematerieel van de Militaire Politie. Deze escortes zijn onderdeel van de taakomschrijving van het korps, waarvan enkele taken worden genoemd:

  • escorte tijdens officiële verplaatsingen van de President van de Republiek Suriname;
  • escorte van buitenlandse bezoekende staatshoofden en opperofficieren;
  • escorte van militaire colonnes;
  • escorte van het Nationaal Leger tijdens parades, defilés en andere publieke optredens;
  • escorte bij begrafenis met militair eerbetoon;
  • ondersteuning aan het Korps Politie Suriname bij gemengde operaties.

Om de werkzaamheden bij de taakuitvoering zo efficiënt mogelijk uit te voeren en de kwaliteit van de motorfietsen te behouden, hebben de motorrijders van het Korps Militaire Politie van 10 tot en met 13 juni 2014 rij- en vaardigheidstrainingen gevolgd. Deze trainingen zijn verzorgd door experts van Yamaha Japan. Hierbij kregen de rijders per motorcapaciteit behendigheidsoefeningen en de meest elementaire onderhoudshandelingen. Verder werd hen de juiste zithouding bijgebracht en hoe te handelen bij calamiteiten.

11 leden van het Korps Militaire Politie hebben van 11 tot en met 15 april 2014 deelgenomen aan een cursus in Defensive Tactics for Military Law Enforcement and Security Operations. Deze cursus was de afronding van een serie trainingen waarbij er nieuwe tactieken zijn aangeleerd. Deze zijn afgeleid van de Combat Readiness Program's technieken en tactieken. De opgedane kennis en vaardigheden zullen bijdragen aan een effectievere en efficiëntere uitvoering van tactische operaties.

Commando structuur Surinaams Nationaal Leger[bewerken]

Het Ministerie van Defensie van Suriname bestaat uit het beleidscentrum en het operationeel deel (het Nationaal Leger) die samen de defensieorganisatie vormen. Het Ministerie van Defensie kent geen departementen. Er zijn wel verschillende diensten en eenheden. Het beleidscentrum is verantwoordelijk voor de zorg voor de krijgsmacht opdat deze tijdig en adequaat op een efficiënte en effectieve wijze haar bij wet opgedragen taken en missies kan uitvoeren.

Volgens de Grondwet voert de President van de Republiek Suriname het opperbevel over de strijdkrachten en heeft als zodanig het hoogste gezag over het Leger. De President dient bij de uitoefening van zijn functie en bevoegdheid de bepalingen van de Grondwet van de Republiek Suriname en andere wetten in acht te nemen. De Minister van Defensie is belast met het beheer over en de toezicht op de uitoefening van de taken van het leger met inachtneming van de aanwijzingen van de President . De bevelhebber is belast met bevelvoering van het leger in ondergeschiktheid aan de President en de Minister en met inachtneming van de door hen gegeven richtlijnen en instructies. De Bevelhebber wordt door de President na overleg met de Minister benoemd, buiten functie gesteld, geschorst en ontslagen. De Bevelhebber wordt telkens voor een tijdvak van drie jaren benoemd. De plaatsvervangend bevelhebber, is de chef van de staf, de commandanten van de landmacht, van de marine, van de luchtmacht, van de militaire politie en van het reservisten korps.

Het Surinaamse Nationaal leger bestaat uit de volgende krijgsmachtsdelen: de Landmacht, de Luchtmacht, de Marine, en voorts uit de zelfstandige onderdelen de Militaire Politie, het Reservisten Korps en de Kustwacht in oprichting, elk onder eigen commando.

  • President Desiré Bouterse is de Opperbevelhebber van de Strijdkrachten van het Nationaal Leger
  • Brigade Generaal Ronni Benschop is de Bevelhebber van de Strijdkrachten van het Nationaal Leger
  • Kolonel Adolf Jardim is de waarnemend (plaatsvervangend) Bevelhebber van de Strijdkrachten van het Nationaal Leger
  • Luitenant-Kolonel Egmond Letterboom is de Chefstaf van de Strijdkrachten van het Nationaal Leger
  • Luitenant-Kolonel Marino Acton is de Commandant van de Marine van het Nationaal Leger
  • Luitenant-Kolonel Robert Kartodikromo is de Commandant van de Luchtmacht van het Nationaal Leger
  • Luitenant-Kolonel Henri van Axeldongen is de Commandant van de Landmacht van het Nationaal Leger
  • Luitenant-Kolonel Cliff Ganpat is de Commandant van het Korps Militaire Politie van het Nationaal Leger
  • Kolonel Jerry Slijngaard is Directeur van de Kustwacht in oprichting van het Nationaal Leger

De taak van het Nationaal Leger is het verdedigen van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Suriname tegen buitenlandse gewapende militaire agressie. Dat wil zeggen de verdediging van niet alleen het grondgebied maar ook de territoriale wateren en het luchtruim daarboven.

Bevelhebbers van de Surinaamse strijdkrachten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Wim Hoogbergen en Dirk Kruijt: De oorlog van de sergeanten: Surinaamse militairen in de politiek. Amsterdam, Uitgeverij Bert Bakker, 2005. ISBN 90-351-2998-9