Nazoreeërs

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Dit artikel gaat over de sekte die ook wel Nazareners werd genoemd. Voor het overige gebruik van die term zie: Nazarener

De sekte van de Nazoreeërs (ook wel Nazareners) beweerde de oorspronkelijke, Joods-christelijke kerk op te volgen en de zuivere leer van Jezus Christus te leren zoals deze werd geloofd voordat Paulus op het toneel verscheen.

Epiphanius (ca. 310/315 - 403) beschreef hen als een Judaïstische sekte die vasthield aan gebruiken als de Sjabbat en de besnijdenis, maar geloofden ze niet in het noodlot of astrologie zoals de andere Joodse sektes die hij beschreef.[1] Volgens Hiëronymus hadden zij een "eigen" Evangelie van de Nazoreeërs dat in het Hebreeuws was geschreven en geloofden zij dat de Heilige Geest een vrouw was en de hemelse "moeder" van Christus.[2] De Nazoreeërs waren vergelijkbaar met de Ebionieten, omdat zij naar de Thora leefden, maar in tegenstelling tot de Ebionieten, aanvaardden de Nazoreeërs de geboorte van Jezus uit de maagd Maria.[3][4][5][6]

Hoewel Epiphanius de oorsprong van de sekte in de eerste eeuw plaatst (zelfs vóór het moment waarop de term "christenen" werd geïntroduceerd[7]), zijn er geen vroegere bronnen die naar de Nazoreeërs verwijzen dan Epiphanius en zijn tijdgenoot Hiëronymus. Er zijn drie theorieën met betrekking tot de oorsprong van de Nazoreeërs:

  1. F.C. Baur suggereerde dat de Ebionieten de directe opvolgers waren van de eerste Joodse christenen en een strikt anti-Paulus standpunt hanteerden. De Nazoreeërs zouden een latere, tolerantere afstamming vertegenwoordigen, die soepeler stond tegenover niet-Joodse invloeden.[8]
  2. A. Ritschl en R.A. Pritz stelden dat er geen dominant anti-Paulus standpunt kan zijn gehanteerd in de eerste-eeuwse kerk, omdat de Nazoreeërs Paulus wel accepteerden en zij de opvolgers waren van de eerste christengemeenschap in Jeruzalem. Pritz beweert dat de afkomst van de Nazoreeërs kan worden teruggevoerd tot deze vroege christengemeenschap en dat de Ebionieten er een afsplitsing van waren die ontstond aan het einde van de eerste eeuw. De afsplitsing ontstond waarschijnlijk door een afwijkende christologie. De doctrine van de Nazoreeërs was orthodox, hoewel zij de Joodse wet volgden. De Nazoreeërs bestonden dus vanaf de eerste eeuw, maar werden abusievelijk Ebionieten genoemd door kerkvaders als Origenes en Eusebius. Justinus (midden tweede eeuw) kende de Nazoreeërs waarschijnlijk, maar noemde hen niet met name. De vroegste beschrijvingen van ketterij noemden de Nazoreeërs niet omdat ze niet ketters genoeg zouden zijn.[9][10]
  3. A. Schmidtke stelde aan het begin van de twintigste eeuw dat de Nazoreeërs in Beroea (een oude naam van Aleppo) een zuiver locale gemeenschap was, zonder enige connectie met de vroege gemeenschap in Jeruzalem. De gemeenschap in Beroea had oorspronkelijk bestaan uit zowel Joodse als heidense christenen. In de eerste helft van de tweede eeuw hadden de Joodse christenen zich afgescheiden om zich beter te kunnen houden aan de Joodse gebruiken. Zij bleven zich echter beschouwen als onderdeel van de wereldwijde ecclesia.[11]

Ander gebruik van de term Nazareners/Nazoreeër[bewerken]

Nazareners/Nazoreeër is de gebruikelijke Joodse en Arabische term voor alle christenen. In Handelingen 24:5 wordt de apostel Paulus door de advocaat Tertullus "een van de voornaamste leiders van de sekte van de Nazoreeërs" genoemd. Omdat niet kan worden uitgesloten dat Tertullus de christenen verwarde met een andere sekte,[12] gebruiken veel vertalingen hier een andere term dan wanneer het rechtstreeks over Jezus gaat.

De Mandaeërs verwezen soms ook naar zichzelf als Nazareners/Nazoreeërs.

Sommige bronnen leggen een link tussen de term Nazoreeër en de term Nazireeër (zoals die voorkomt in o.a. Richteren 13:5, 7).[13]

Jezus de Nazoreeër[bewerken]

In Matteüs 2:23 staat dat Jezus volgens een profetie een Nazoreeër zou zijn. Het kan een woordspeling van Matteüs zijn geweest op de woonplaats van Jezus: Nazaret; dan is het een synoniem van Nazarener.[14] Het is niet duidelijk naar welke profetie Matteüs 2:23 verwijst, misschien naar Jesaja 11:1, waarin sprake is van een nezer ("twijg") uit de stam van Isaï.[15] Het is ook mogelijk dat het betrekking heeft op de uitdrukking notsér chesed ("die goedheid bewijst") van Exodus 34:7.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Ephiphanius: Panarion, 1.18 ((en) Epiphanius: Adversus Haereses, 18) en 29 ((en) Epiphanius: Adversus Haereses, 29)
  2. Hiëronymus: Commentariorum in Esaiam, 40.9
  3. F.L. Cross en E.A. Livingston (1988-92) The Oxford Dictionary of the Christian Church, Oxford University Press, p 597 & 722.
  4. Mattheus 2:23; Handelingen 24:5
  5. "Volgens Handelingen 24:5 werden de Christenen zo genoemd" (Greek-English Lexicon of the New Testament, Bauer-Arndt-Gingrich-Danker, University of Chicago Press, 2nd ed., 1979)
  6. Thayers's Lexicon: "Ναζωραῖος (Nazōraios), Strong's G3480", Blue Letter Bible
  7. (en) Epiphanius: Adversus Haereses, 29
  8. F.C. Baur (1860): Das Christentum und die christliche Kirche der drei ersten Jahrhunderte, Tübingen, tweede editie
  9. A. Ritschl (1857): Die Entstehung der altkatholischen Kirche: Eine kirchen- und dogmengeschichtliche Monographie, Bonn, tweede editie, pp. 152-154
  10. R.A. Pritz (1988): Nazarene Jewish Christianity: From the End of the New Testament Period until Its Disappearance in the Fourth Century, Leiden, pp. 28, 82, 108-110
  11. A. Schmidtke (1911): Neue Fragmente und Untersuchungen zu den judenchristlichen Evangelien: Ein Beitrag zur Literatur und Geschichte der Judenchristen, Leipzig, pp. 41, 42, 105, 124, 125, 301, 302
  12. Vergelijk Handelingen 21:37, 38: "Vlak voordat Paulus de kazerne binnengebracht zou worden, zei hij tegen de tribuun: ‘Mag ik u iets vragen?’ De tribuun antwoordde: ‘Spreekt u Grieks? Bent u dan niet die Egyptenaar die onlangs in opstand kwam en met vierduizend oproerkraaiers de woestijn is ingetrokken?’" (Nieuwe Bijbelvertaling)
  13. G. Kittel, G. Friedrich: Theological dictionary of the New Testament, Eerdmans, blz. 625
  14. De verwijzing naar Petrus in Matteüs 26:71 wordt in de Willibrordvertaling als volgt weergegeven: "Die man daar was bij Jezus de Nazoreeër." De Nieuwe Bijbelvertaling geeft dit weer als: "Die man hoorde bij Jezus van Nazaret!"
  15. Vergelijk ook Jesaja 14:19