Evangelie van de Hebreeën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Evangelie naar de Hebreeën is een verloren geraakt apocrief evangelisch geschrift dat slechts fragmentarisch overgeleverd is door de kerkvaders. Origenes noemde het één van de boeken waarover men het in zijn tijd niet eens was. Dit werk, dat in Transjordanië en Egypte werd gelezen door de Joods-christelijke groepen die Ebionieten genoemd werden, vertoonde enige verwantschap met het canonieke Evangelie volgens Matteüs. Misschien was het een onafhankelijke verbreiding van een Aramees geschrift dat verwant was aan onze Matteüs; sommige van de eerste kerkvaders kenden het in een Griekse vertaling.

Hiëronymus (347-420) meende dat dit evangelie aan de Hebreeën hetzelfde werk was dat hij in Syrië had gevonden en dat het Evangelie van de Nazareners genoemd werd. Hij dacht eerst, ten onrechte, dat dit de oorspronkelijke Hebreeuwse (of Aramese) tekst was van Matteüs. Het is mogelijk dat zijn veronderstelling, dat het hetzelfde was als het Evangelie volgens de Hebreeën, ook fout was; het Nazareense evangelie dat Hiëronymus vond (en in het Grieks en het Latijn vertaalde) was misschien alleen maar een Aramese vertaling van de canonieke Griekse Matteüs.