Nieuw-Zeelandse vruchtenduif

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nieuw-Zeelandse vruchtenduif
IUCN-status: Gevoelig[1] (2012)
Kereru001.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Columbiformes (Duifachtigen)
Familie: Columbidae (Duiven en tortels)
Geslacht: Hemiphaga
Soort
Hemiphaga novaeseelandiae
(Gmelin, 1789)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De Nieuw-Zeelandse vruchtenduif of de Nieuw-Zeelandse duif (Hemiphaga novaeseelandiae) is een vogel die endemisch is in Nieuw-Zeeland. De meest gebruikte naam is kererū, van oorsprong de Maori-naam.

Kenmerken[bewerken]

De Nieuw-Zeelandse duif wordt in het Nederlands soms ook wel tuinbroekduif genoemd, omdat zijn witte buik en witte schouderbanden doet denken dat de Nieuw-Zeelandse vruchtenduif een tuinbroek aan heeft. Het verenkleed is donker met iriserend bronskleurige en groene veren op de bovendelen en borst. Buik en onderdelen zijn wit. Het verenkleed bij beide geslachten is gelijk. De lichaamslengte bedraagt 46 tot 50 cm en het gewicht 600 tot 800 gram.

Leefwijze[bewerken]

De Nieuw-Zeelandse duif voedt zich vooral met de vruchten van de grote inheemse bomen, zoals karaka, tawa en Taraire. Ze voeden zich ook met bladeren, scheuten, bloemen en knoppen van inheemse en exotische soorten in de winter en het voorjaar, wanneer vruchten niet beschikbaar zijn.

Voortplanting[bewerken]

De Nieuw-Zeelandse duif is een langzame broeder, die slechts een ei bebroedt in de lente of zomer. Dit doen beide ouders beurtelings over een periode van 28 tot 30 dagen. Het nest is een broos platform van twijgen. Het kuiken blijft 36 tot 45 dagen in het nest en wordt gevoed met duivenmelk.

Bedreiging[bewerken]

De Nieuw-Zeelandse duif werd eerder bejaagd om zijn vlees en veren, door zowel Maori en Europeanen. Ook de boskap veroorzaakte een aanzienlijke daling van hun aantal.

Roofdieren zoals hermelijnen (Mustela erminea), katten, possums (Trichosurus vulpecula) en ratten (Rattus rattus), die werden ingevoerd om Nieuw-Zeeland door de Europeanen, zijn nu de belangrijkste bron van zorg. Zowel eieren als jonge kuikens worden het slachtoffer van deze roofdieren.

De Nieuw-Zeelandse duif wordt nog steeds beïnvloed door habitatverlies, vanwege afgrazen door herbivoren en ontginning van land voor de landbouw. Veel inheemse bomen zijn van deze vogels afhankelijk voor zaadverspreiding, waardoor de regeneratie van het bos ook in gevaar komt.

Bronnen, noten en/of referenties