Numbat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Numbat
IUCN-status: Bedreigd[1] (2008)
Numbat gnangarra 03.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Mammalia (Zoogdieren)
Orde: Dasyuromorphia (Roofbuideldieren)
Familie: Myrmecobiidae
Waterhouse, 1841
Geslacht: Myrmecobius
Waterhouse, 1836
Soort
Myrmecobius fasciatus
Waterhouse, 1836
Leefgebied numbat
Leefgebied numbat
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De numbat of buidelmiereneter (Myrmecobius fasciatus) is een Australisch buideldier ter grootte van een eekhoorn, dat leeft in het zuidwestelijk deel van Australië. Het is de enige soort van de familie Myrmecobiidae.

Beschrijving[bewerken]

Zijn vacht heeft een rood-/bruin-/grijzige kleur met strepen. De bossige staart is vrij lang. Hoewel er geen buidel aanwezig is, is het toch een buideldier. De lichaamslengte bedraagt tussen 20 en 28 cm, met een 16 tot 21 cm lange staart. Het gewicht ligt tussen 300 en 725 gram.

Leefwijze[bewerken]

Dit solitaire dier is overdag actief en eet zowel mieren als termieten. De numbat heeft sterke voorpoten en de lange klauwen die daar aan zitten gebruikt hij om termietennesten open te maken. Hij gebruikt dan zijn 10 cm lange tong om de termieten op te likken. De 52 tanden zijn klein, maar ten opzichte van andere landzoogdieren zijn dat er heel wat. Soortgenoten worden niet geaccepteerd in zijn territorium en worden gelijk verjaagd. Het dier bewoont gematigde bossen of bosachtige terreinen.

Als slaapplaats hebben numbats meestal een holle boomstam of iets vergelijkbaars. De numbat kan de open kant van zijn slaapplaats afsluiten door met zijn rugspieren van zijn rug een schild te maken.

Verspreiding[bewerken]

De numbat is het West-Australische fauna-embleem. Vroeger kwam hij ook veel voor in West-Australië, maar nu is hij een bedreigde diersoort.

Voortplanting[bewerken]

De jongen hangen 4 maanden aan de 4 tepels van hun moeder en worden daarna nog 2 tot 3 maanden in het nest gezoogd.

Ondersoorten[bewerken]

Er bestaan twee ondersoorten: Myrmecobius fasciatus fasciatus en Myrmecobius fasciatus rufus.

Bronnen, noten en/of referenties