Ondertongzenuw

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ondertongzenuw
Nervus hypoglossus
Zenuw
N. hypoglossus, plexus cervicalis, en hun vertakkingen.
N. hypoglossus, plexus cervicalis, en hun vertakkingen.
Schema van de n. hypoglossus.
Schema van de n. hypoglossus.
Synoniemen
Latijn Nervus loquens[1]

Nervus sublingualis[2][3]
Nervus linguae motorius[2]
Nervus lingualis medius[2]

Verloop
Innervatie genioglossus, hyoglossus, styloglossus, thyreohyoidicus, omohyoidicus, sternothyreoidicus en sternohyoidicus
Naar ansa cervicalis
Naslagwerken
Gray's Anatomy 207,914
MeSH A08.800.800.120.330
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De ondertongzenuw[4][5] of nervus hypoglossus[6] is de twaalfde hersenzenuw (N. XII).

De N. XII is volgens zijn ontwikkelingsgeschiedenis het overblijfsel van enkele cervicale zenuwen, die later in de hersenen werden opgenomen en waarvan de sensorische vezels verdwenen zijn.

Innervatie[bewerken]

De nervus hypoglossus is een zuiver somatomotorische zenuw voor de spieren van de tong (musculi genioglossus, hyoglossus, styloglossus, thyreohyoidicus, omohyoidicus, sternothyreoidicus en sternohyoidicus). De tong wordt per nervus hypoglossus zuiver eenzijdig geïnnerveerd.

Klinische evaluatie en relevantie[bewerken]

Bij beschadiging van de nervus hypoglossus ontstaat een halfzijdige verschrompeling van de tong (= hemiatrofie). De tong wordt uitgestoken naar de beschadigde kant, omdat de musculus genioglossus aan de intacte zijde de tong naar voren beweegt.

Bij een carotisendarteriëctomie, een operatie waarbij een arteriosclerotische plaque vaatchirurgisch uit de arteria carotis wordt verwijderd, kan de nervus hypoglossus beschadigd raken.

Literatuurverwijzingen
  1. Kraus, L.A. (1844). Kritisch-etymologisches medicinisches Lexikon (Dritte Auflage). Göttingen: Verlag der Deuerlich- und Dieterichschen Buchhandlung.
  2. a b c Schreger, C.H.Th.(1805). Synonymia anatomica. Synonymik der anatomischen Nomenclatur. Fürth: im Bureau für Literatur.
  3. Probstmayr, W. (1863). Etymologisches Wörterbuch der Veterinär-Medicin und ihrer Hilfswissenschaften. München: Verlag Jul. Grubert.
  4. Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. Haarlem: De Erven F. Bohn.
  5. Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2003). Coëlho Zakwoordenboek der geneeskunde (27ste druk). Doetinchem: ElsevierGezondheidszorg.
  6. His, W. (1895). Die anatomische Nomenclatur. Nomina Anatomica. Der von der Anatomischen Gesellschaft auf ihrer IX. Versammlung in Basel angenommenen Namen. Leipzig: Veit & Comp.