Oriëntatieloop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Iemand vindt dat de tekst van Been (oriëntatieloop) in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen beide artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).
Oriëntatieloop
Internationaal symbool voor oriëntatieloop
Internationaal symbool voor oriëntatieloop
Algemene gegevens
Organisatie Vlag van België België: BVOS
Vlag van Nederland Nederland: NOLB
Mondiaal: IOF
Start 31 oktober 1897 (1e wedstrijd, nabij Oslo)
Type Individueel / Teamsport
Categorie Duursport
Locatie Bos, park/stad
Olympische sport Niet
Competities / Kampioenschappen
Kampioenschappen België
BK Sprint
BK Middle
BK Long
BK Relay
Nederland
NK Sprint
NK Middle
NK Long
NK Relay
Mondiaal:
WOC
Verwante sporten
Disciplines Sprint
Middellange afstand
lange afstand
estafette
Verwante sporten Atletiek
Portaal  Portaalicoon   Sport

Oriëntatieloop (of Oriënteringsloop[1]) is een loopsport waarbij door middel van navigatie met kaart en kompas zo snel mogelijk een omloop wordt afgelegd, individueel of in groepsverband (estafette). Een omloop is een af te leggen route op de oriëntatiekaart: vanaf de start komt de deelnemer via de gemarkeerde punten bij de finish uit. Deze route moet, om geklasseerd te worden, individueel en zonder andere hulpmiddelen afgelegd worden: de route tussen de punten mag de loper zelf uitstippelen. Per leeftijd en geslacht zijn er aparte omlopen die verschillen in lengte en moeilijkheidsgraad bieden. Bij de traditionele vorm (die in jargon als voet-O wordt aangeduid) navigeren de deelnemers te voet, maar er zijn ook andere vormen mogelijk, zoals het navigeren per ski of mountainbike. Tijdens de wedstrijden wordt de tijd opgenomen en gebruiken de deelnemers een speciaal vervaardigde kaart en een kompas om door divers terrein (vaak bos) te navigeren. De route langs de controlepunten wordt tot de start geheimgehouden, deelnemers starten met vaste intervallen en de deelnemers worden individueel geklokt. Voor de uitslag wordt gekeken wie de juiste controlepunten in de juiste volgorde het snelst heeft aangedaan.

De naam is afgeleid van het Zweedse woord orientering. Deze term werd voor het eerst in 1918 gebruikt om de sport te beschrijven door majoor Ernst Killander, de toenmalige voorzitter van de Atletiekbond van Stockholm, bij publiciteit voor de eerste grootschalige wedstrijd in Zweden.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Oriëntatielopen ontstond aan het einde van de 19e eeuw in Scandinavië als een militaire oefening. De wedstrijdsport begon in Noorwegen, waar door de Tjalve Sport Club de eerste wedstrijd organiseerde. Deze werd op 31 oktober 1897 vlakbij Oslo gelopen. Het traject was met 19,5 kilometer vrij lang naar moderne begrippen, en had maar drie controlepunten. Peder Fossum won deze wedstrijd in een tijd van 1 uur, 47 minuten en 7 seconden.[3] De eerste oriëntatieloopwedstrijd op grote schaal werd in 1918 door majoor Ernst Killander uit Stockholm georganiseerd. Killander was een scoutleider die zich tot deze sport wende om atletiek bij de jeugd te propageren. Deze wedstrijd werd ten zuiden van Stockholm georganiseerd en er waren 220 deelnemers.[3][4] Killander ging verder met het ontwikkelen van regels en principes van de sport en wordt vandaag de dag in Scandinavië nog steeds gezien als de "vader van het oriëntatielopen".

De sport won aan populariteit met de ontwikkeling van meer betrouwbare kompassen in de jaren 30. In 1932 werd in Noorwegen net buiten Oslo de eerste internationale wedstrijd voor Noorse en Zweedse oriëntatielopers gehouden. In 1933 introduceerde de Zweedse kompasfabrikant Silva Sweden AB een nieuw kompasontwerp, het protractorkompas. Tot de ontwikkeling van het duimkompas werd het protractorkompas het meest gebruikt in de sport. In 1934 waren meer dan een kwart miljoen Zweden actief in de sport en het oriëntatielopen had zich verspreid naar Finland, Zwitserland, de Sovjet-Unie en Hongarije. Finland, Noorwegen en Zweden organiseerden nationale kampioenschappen.[5] De oudste bond is de Zweedse nationale oriëntatieloopbond, Svenska Orienteringsförbundet, die in 1936 werd opgericht.[6]

Zevenenzestig verschillende nationale oriëntatieloopfederaties zijn vandaag de dag lid van de IOF.[7] Wereldkampioenschappen worden elk jaar gehouden (tweejaarlijks van 1961 tot 2003) en daarnaast zijn er enkele grote estafettewedstrijden: Jukola (Finland) en Tiomila (Zweden). De grootste individuele oriëntatieloopwedstrijd, O-Ringen in Zweden, wordt sinds 1965 jaarlijks gehouden en trekt tegenwoordig rond de 15.000 atleten.

Basis[bewerken]

Een oriëntatieloop wordt in paars of rood op een kaart aangegeven. Een driehoek geeft de start aan en een dubbele cirkel de finish. Cirkels worden gebruikt om een controlepunt aan te geven. Er wordt vaak gestart met één of twee minuten interval. De uitslag wordt gemaakt met de tijd die de deelnemers over de omloop hebben gedaan. Voorwaarde is dat alle controlepunten in de juiste volgorde zijn aangedaan.

Kompas

Snelheid is van belang in het oriëntatielopen, maar uiteindelijk is de sport door het individuele karakter (behalve de estafette) geschikt voor iedereen: jong en oud, hardlopend of niet. Om succesvol op (top)niveau mee te kunnen doen zijn een goede conditie en loopsnelheid vereist, evenals het juist kunnen omgaan met kaart en kompas. Het is echter cruciaal dat men een goed oriënteringsvermogen en oog voor de natuurlijke kenmerken van het landschap heeft. Succes hangt ook sterk af van het kiezen van de snelste route tussen de controlepunten. Deze zijn voor deelnemers aan dezelfde categorie hetzelfde, maar de gekozen route kan heel anders zijn. Meestal zijn er verschillende manieren om van de ene naar de andere controlepost te komen, de directe weg is daarbij zelden de snelste. Deelnemers moeten regelmatig door ruig, onontgonnen terrein lopen waar precies navigeren essentieel is. Hindernissen als jonge aanplant en hakhout kunnen het aanhouden van de juiste richting bemoeilijken. Een ander belangrijk punt is het kunnen schatten van afstanden, zowel in het landschap als op de kaart. Kennis van de lengte van de eigen pas in alle mogelijke soorten terrein en met verschillend tempo is ook van het grootste belang.

Oriëntatieloopwedstrijden bieden meestal verschillende omlopen die in lengte en technisch niveau variëren om alle deelnemers aan te spreken. Omlopen zijn vaak geordend naar leeftijd, bv. H35 voor mannen van 35 jaar en ouder. Soms zijn er meerdere omlopen voor een leeftijdsklasse, bv. D-18L: lange omloop voor vrouwen van 18 jaar en jonger; D70S: korte omloop voor vrouwen van 70 jaar en ouder; D21E: eliteomloop voor dames van 21 en ouder.

Sommige landen, zoals de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk gebruiken kleurgecodeerde omlopen om de moeilijkheid van een route aan te geven. Een "witte" omloop kan een korte makkelijke route zijn terwijl een "blauwe" omloop zowel technisch als conditioneel meer van een deelnemer eist.

Kaart en controlepunt[bewerken]

Detail van een oriëntatieloopkaart, getekend door Tage Baun en Preben Jørgensen van Horsens OK

Kaarten worden speciaal gemaakt door oriëntatielopers en professionele kaarttekenaars. De kaarten zijn van een grotere schaal en meer gedetailleerd dan topografische kaarten. De meest voorkomende schalen zijn 1:15.000 of 1:10.000 met voorgetekende noordlijnen die het magnetisch noorden aanwijzen. Kaartsymbolen voor de schaal 1:15.000 zijn gestandaardiseerd door de IOF (Internationale specificatie voor oriëntatieloopkaarten - ISOM) en ontworpen om leesbaar te zijn voor alle deelnemers, ongeacht hun achtergrond of taal. Kaartsymbolen voor de schaal 1:10.000 zijn een 150% vergroting van de symbolen voor de schaal 1:15.000. Kaartlezen en terreinassociatie zijn erg belangrijk bij oriëntatieloopnavigatie en het kompasgebruik wordt meestal gereduceerd tot het oriënteren van de kaart naar het magnetische noorden.

Oriëntatieloopschoenen

Een controlepunt wordt meestal geplaatst bij een duidelijk terreinkenmerk en wordt verduidelijkt op de postomschrijving. Op het terrein is een controlepunt gemarkeerd met een wit-oranje (of wit-rode) vlag, zoals op de foto's in dit artikel. Een deelnemer registreert zijn of haar bezoek door een elektronische chip in een registratie-eenheid te leggen.

Uitrusting en kleding[bewerken]

De basisuitrusting nodig voor het oriëntatielopen is normaal een kompas, geschikte outdoor kleding en in sommige landen een fluitje. Het fluitje is om hulp te roepen in noodsituaties. Wedstrijd oriëntatielopers hebben vaak een duimkompas of een doorzichtige plastic houder (om de onderarm) om de postomschrijving in te doen. Wat deelnemers ook bij zich hebben is een elektronische registratie, waarvan twee systemen in gebruik zijn. Een is 'SportIdent': een kleine plastic eenheid die om je vinger vast gemaakt kan worden en in een speciale op batterijen werkende registratie-eenheid op het controlepunt past. Het andere systeem is 'EMIT' de eenheid is hier iets groter en past in de handpalm, het wordt gebruikt met registratie-eenheden waar deze kaart precies inpast. Verschillen voor de loper zijn beperkt: EMIT gebruikt een extra papieren kaartje als reservemiddel voor registratie, bij SportIdent worden alle doorkomsttijden van deelnemers ook in de unit van de controlepost opgeslagen.

Speciaal gemaakte lichtgewicht nylon of lycra pakjes geven het hele lichaam bescherming voor het hardlopen door gebieden met ondergroei. Scheenbeschermers worden ook vaak gedragen. Lichtgewicht oriëntatieloopschoenen met noppen worden het meest gebruikt. Atleten dragen soms een zonneklep om regen, stof en taken uit hun ogen te halen. GPS en andere elektronische navigatie-apparatuur zijn meestal niet toegestaan.

Wedstrijdtypes[bewerken]

Meerdaagse wedstrijd O-Ringen, Zweden, 2014

Wereldkampioenschap afstanden zijn Lang (winnende tijd 70 - 80 minuten voor vrouwen en 90 - 100 min voor mannen), Middel (30-35 min), Sprint (10-12 min) en Estafette.

  • Estafette - Teams van deelnemers lopen individueel een omloop en het resultaat is gebaseerd op de totale tijd van het team. Estafettes hebben meestal een massastart in plaats van om de paar minuten. Om te voorkomen dat de deelnemers elkaar volgen zijn er parallelle routes (vertakkingen). Lopers die tegelijk lopen hebben verschillende posten, maar elk team heeft uiteindelijk hetzelfde gelopen. Elke loper die na de omloop op de aflossingslocatie verschijnt, pakt daarbij de oriëntatiekaart voor de volgende loper en geeft deze vervolgens aan de volgende loper door. Om estafettes voor de overige deelnemers en kijkers interessanter te maken zijn er één of meerdere gemeenschappelijke kijkposten waarmee aan de hand van de doorkomsten de tussenresultaten inzichtelijk worden.
  • Scoreloop – Deelnemers bezoeken zoveel posten als mogelijk binnen een van tevoren vastgestelde tijdslimiet. De controlepunten hebben meestal een verschillende waarde, afhangend van moeilijkheid en locatie ten opzichte van het start en finishpunt. Ook is er een puntenaftrek voor elke minuut dat een deelnemer te lang onderweg is. De deelnemer met de meeste punten is de winnaar.
  • Sprint - Korte wedstrijden, vaak gehouden in een stadspark of een andere stadsomgeving. De kaartschaal is meestal 1:5000 of 1:4000.
  • Nacht – Deelnemers gebruiken een hoofdlamp om te navigeren in het donker. De controlepunten zijn vaak gemarkeerd met reflectoren. Als een nachtwedstrijd start voor het donker is moet er een massastart zijn zodat elke deelnemer even lang in het licht loopt. De twee klassieke clubestafettes Tiomila en Jukola bevatten allebei nachtomlopen.
  • Lintjesloop – Deelnemers lopen een korte omloop waarbij er lintjes lang de hele route hangen. Deze omloop wordt meestal gedaan door jonge kinderen, alleen of met een begeleider.
  • Adventurerace - De deelnemers strijden meestal in een team van 2-4 personen en verplaatsen zich in minimaal 3 disciplines: mountainbike, hardlopen en kajak. De adventureraces zijn lange wedstrijden van vaak meerder dagen.

Erkende types van oriëntatie[bewerken]

De vier types van oriëntatie die erkend zijn door de Internationale Oriëntatieloop Federatie zijn voetoriëntatie, mountainbike oriëntatie, skioriëntatie en trailoriëntatie.

MTBO rijder: Robert Zabel (Polen)

Mountainbike oriëntatie[bewerken]

Dit is oriëntatie op een mountainbike, afgekort MTBO of MTB-O. Aangezien fietsen normaal gesproken niet het pad mogen verlaten ligt de focus op de routekeuzes terwijl je navigeert op fietssnelheid. Speciale uitrusting is een kaarthouder die vastzit aan het stuur van de fiets. Kaarten zijn meestal van kleinere schaal en minder gedetailleerd dan standaard oriëntatieloopkaarten.

Skioriëntatie[bewerken]

Een andere variant is oriëntatie op langlaufski's, ook wel Ski-O genoemd. Standaard oriëntatieloopkaarten worden gebruikt, maar met een speciale groene opdruk van sporen en paden om hun beloopbaarheid in de sneeuw aan te geven. Andere symbolen geven aan of paden bedekt zijn met sneeuw of sneeuwvrij zijn. Standaard cross-country ski-uitrusting wordt gebruikt samen met een kaarthouder aan de borst.

Trailoriëntatie[bewerken]

Een oriëntatie vorm die geschikt is voor invalide deelnemers waar het gaat om de juistheid en niet om de tijd. De deelnemers moeten bij een controlepunt bepalen welke van de verschillende posten degene is die op kaart staat aangegeven. De route is meestal verhard waardoor deze ook geschikt is voor mensen in een rolstoel. Kaarten zijn meestal in een schaal 1:5000.

Bekende oriëntatielopers[bewerken]

Oriëntatielopen en de Olympische Spelen[bewerken]

In 1996 begon de promotie om het oriëntatielopen op het programma van de Olympische Spelen te krijgen. De inspanningen zijn tot nu toe zonder succes gebleven, hoewel de sport in 2001 wel aan het programma van de World Games werd toegevoegd en de sport ook bij de Zomer Deaflympische Spelen wordt beoefend. Supporters erkennen dat de sport niet televisie- of toeschouwervriendelijk is, het wedstrijdterrein is vaak ver van grote steden en de duur van de wedstrijden is vaak langer dan van andere individuele wedstrijden.[8] Inspanningen om een format te ontwikkelen dat geschikt is voor de Olympische Spelen zijn voornamelijk gericht op parkoriëntatie, micro-oriëntatie en korteafstandsestafettes.

Skioriëntatie wordt gepromoot als het format dat de meeste kans heeft om op het programma van de Olympische Spelen te komen. Hoewel het geen officiële demonstratiesport was, werd er in Sugadaira in Japan een internationale skioriëntatiewedstrijd gehouden als deel van het Internationale Culturele Festival dat tegelijk met de Olympische Winterspelen 1998 in Nagano plaatsvond.[9] De Internationale Oriëntatieloop Federatie verzocht het Internationaal Olympisch Comité in 2002 om skioriëntatie op het programma van de Olympische Winterspelen 2006 te zetten, met de notitie dat het de wedstrijdlocatie kon delen met de biatlonwedstrijden.[10] In de formele aanbeveling om skioriëntatie niet in het programma van de Spelen op te nemen, noemde de Commissie van het Olympisch Programma het geringe aantal deelnemers van buiten de Noordse landen, "de uitdaging voor omroepen en toeschouwers om de wedstrijd makkelijk te volgen" en de kosten voor de nieuwe technologie en een nieuw resultatensysteem.[11] In 2005 bevestigde het Internationaal Olympisch Comité dat er werd overwogen skioriëntatie aan het programma voor de Olympische Winterspelen 2014 toe te voegen.[12] Op 28 november 2006 besliste het uitvoerend bestuur van het IOC echter om skioriëntatie niet toe te voegen aan het beoordelingsproces. [13]

Referenties[bewerken]

  1. http://jgeo.nl/o/2012/05/31/orienteringslopen-of-orientatielopen Oriënteringslopen of Oriëntatielopen?
  2. Palmer, Peter (1997). The Complete Orienteering Manual. Wiltshire, England: The Crowood Press Ltd., ISBN 1-86126-095-4, p. 19.
  3. a b Palmer, Peter (1997). The Complete Orienteering Manual. Wiltshire, England: The Crowood Press Ltd., ISBN 1-86126-095-4, p. 18-19.
  4. Boga, Steven (1997). Orienteering: The Sport of Navigating with Map & Compass. Mechanicsburg, Pennsylvania, USA: Stackpole Books. ISBN 0-8117-2870-6. p. 1.
  5. Palmer, Peter (1997). The Complete Orienteering Manual. Wiltshire, England: The Crowood Press Ltd., ISBN 1-86126-095-4, p. 20.
  6. Boga, Steven (1997). Orienteering: The Sport of Navigating with Map & Compass. Mechanicsburg, Pennsylvania, USA: Stackpole Books. ISBN 0-8117-2870-6. p. 2.
  7. Internationale Oriëntatieloop Federatie (2006). National Federations. Retrieved Feb. 19, 2006.
  8. Brady, Gerry (2000). "The Olympics, Orienteering and Ireland". The Irish Orienteer. Issue 94, June, 2000.
  9. International Orienteering Federation (1997). "Extensive discussion on the Olympic item". Press Release: IOF Council Meeting in Helsinki. Jan. 28, 1997
  10. Rönnberg, Barbro (2002). "Ski Orienteering's Olympic Bid". O-zine, Issue 02/1, March, 2002.
  11. Olympic Programme Commission, Carraro, Franco, Chairman (2002). "Review of the Olympic Programme and the Recommendations on the Programme of the XX Olympic Winter Games, Turin 2006". August, 2002. Retrieved Feb. 22, 2006.
  12. Rönnberg, Barbro (2005). "Green light for continued Olympic campaign". O-zine, Issue 05/4, December, 2005.
  13. http://web.archive.org/web/20070724030628/http://olympic.org/uk/news/olympic_news/full_story_uk.asp?id=1972 Olympic programme updates

Externe links[bewerken]