Pṛthivī

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Prithvi (Sanskriet: pṛthvī, of pṛthivī) is de Hindoeïstische aard- en moedergodin. Volgens een traditie is zij de personificatie van de aarde, volgens een andere haar moeder, namelijk Prithivi Tattwa, het concept van de essentie van het element aarde.

Als Prithvi Mata "Moeder Aarde" staat zij in contrast tot Dyaus Pita, "Vader Hemel". In het Vedisch Sanskriet van de Rig Veda, worden Aarde en Hemel herhaaldelijk in de duale grammaticavorm benoemd, waarmee de idee van twee onafscheidelijke componenten wordt geopperd.

Prithu jaagt op Prithvi, die hier de vorm van een koe heeft aangenomen.

In de Hindoeïstische mythologie is zij de echtgenote van Dyays Pita. Zij is de moeder van de goden Indra en Agni. Toen volgens een bepaalde mythe Indra de vadergod doodde, juichte zij dat toe en trouwde daarna met hem. Prithivi wordt met een koe geassocieerd, het symbool van liefdevol voedsel geven. Als incarnatie van Vishnoe melkte Prithu haar.

Prithvi wordt ook Dhra, Dharti, Dhrithri, genoemd, hetgeen betekent: dat wat alles in stand houdt. Als Prithvi Devi, is zij een van de twee vrouwen van heer Vishnu. Zijn andere vrouw is Lakshmi. Vaak krijgt zij ook het epitheton Bhumi, Bhudevi of Bhuma Devi.

De Pṛithvī Sūkta (ook Bhūmī Sūkta) is een gevierde hymne uit de Atharva veda (AVŚ 12.1), toegewijd aan Prthivi (de Aarde). Zij bestaat uit 63 verzen.

In de kunst wordt zij voorgesteld als een vrouw met vier armen en een groene huid.

Referenties[bewerken]

Verder lezen[bewerken]

  • Kinsley David, Hindu Goddesses: Vision of the Divine Feminine in the Hindu Religious Traditions ISBN 8120803795