Manu (mythologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Matsya, de avatara van Vishnoe trekt de boot van Manu, 1870
Matsya en Manu, 1840
Afbeelding uit 1890

Manu is een figuur uit de Satapatha Brahmana, een aanhangsel van de heilige Veda's uit India.

Manu is de Noach van het zondvloedverhaal uit India, maar veel ouder. Vermeende menselijke verdorvenheid en de redding van alle diersoorten komen hier niet voor. Betovergrootvader van Manu is Marichi.

Samenvatting[bewerken]

Manu is geschapen door Brahmã, de schepper van de taal met haar klanken en klinkers en alles wat wij hedendaags gebruiken aan cultuur, tot de medische wetenschap en architectuur toe. Al deze takken van kennis worden samen de Upapurãna genoemd. Svãyambhuva Manu was de eerst geschapen man en de vrouw heette Satarupã. Dit zal voor de Westerse wereld klinken als Adam en Eva.

Manu en zijn vrouw moesten ervoor zorgen dat er meer gedaan werd aan voortplanting, hierdoor kwamen er meer Manu's , mensen, op aarde. Manu ging met een van zijn negen dochters, namelijk Devahuti, en zijn vrouw op reis over de hele aarde. Op een dag bereikten ze een kluizenaarshut, zoals De Heer voorspeld had. Hier vroeg Svãuambhuva Manu of de kluizenaar Kardama Muni, leider der brãhmana's, die door de Heer was aangewezen als de juiste man voor Devahuti, of hij wilde trouwen met zijn dochter Devahuti. Kardama Muni stelde wel als voorwaarde dat het kuise meisje zijn zaad in haar lichaam zou dragen. (daar komen Manu's uit voort). Kardama Muni trouwde met haar volgens een Vedisch gebruik. Door het trouwen op basis van dit Vedisch gebruik kan Kardama Muni zijn leven wijden aan toegewijde dienst, naar het voorbeeld van de meest volmaakte mensen. Dat pad is beschreven door Heer Visnoe en het is vrij van afgunst.

Svãyambhuva Manu was heel gelukkig dat zijn dochter een echtgenoot had, maar vond het vreselijk om afscheid van haar te moeten nemen. Toch ging hij met zijn vrouw terug naar huis.

Tot op de dag van vandaag wordt er in de wereld nog altijd gebruikgemaakt van de benaming Manu's als er sprake is van de mensheid.

Op een dag waste Manu zijn handen en ving daarbij per ongeluk een klein visje. Het visje, Matsya, sprak hem aan en zei: voed mij op, later zal ik je leven redden. Het was namelijk bang door de grotere vissen verorberd te worden. Manu bracht het visje groot, eerst in een pot, daarna in een poel en tenslotte in de zee.

Op een dag waarschuwde de - inmiddels grote - vis Manu dat er een grote vloed ophanden was en dat hij een boot moest bouwen. En inderdaad begonnen de wateren te rijzen op de tijd die de vis aangegeven had. Manu scheepte in en maakte het schip vast aan de hoorn (vin?) van de vis die hem naar de bergen in het noorden toe trok. Daar kon Manu aan land gaan en maakte er zijn schip aan een boom op de berghelling vast. Toen de wateren, die alle andere mensen en zelfs de drie hemelen verzwolgen hadden, eenmaal gedaald waren, daalde hij van de berg af, die daarom Manoravataranam ofwel Manu's afdaling genoemd wordt.

Zie ook[bewerken]

Niet te verwarren met[bewerken]