Pentium III

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Pentium III
Achterkant van een PIII 600 core Coppermine
Achterkant van een PIII 600 core Coppermine
Registerbreedte 32-bits
Fabrikant Intel
Begonnen in 1999
Geëindigd in 2003
Klokfrequentie 400 MHz tot 1.4 GHz
Front-side bus 100 MHz tot 133 MHz
Schaal 0.25 µm tot 0.13 µm
Instructieset IA-32, MMX, SSE
Level-1 cache 16 kB + 16 kB
Level-2 cache 128 - 512 kB
Microarchitectuur P6
Sockets Slot 1, Socket 370
Kernnamen Katmai, Coppermine, Coppermine T, Tualatin
Details
Aantal transistors ~9.500.000 - ~50.000.000
Breedte adresbus 36 bits
Breedte databus 64 bits
Portaal  Portaalicoon   Informatica
Pentium III chip staat op het moederbord

De Pentium III is een processor voor pc's van fabrikant Intel.

De eerste Pentium III (P3)-modellen waren identiek aan de Pentium II, echter met toegevoegde instructies (SSE). SSE is vergelijkbaar aan MMX, echter waar MMX zich richt op gehele getallen is SSE de floatingpointvariant hiervan. 3DNow! (welke eerder geïntroduceerd werd met de K6) is de AMD-variant van SSE.

De eerste Pentium III-modellen hadden met de bestaande software geen performantievoordelen vergeleken met de Pentium II-modellen. De Pentium II maakte gebruik van een slot in plaats van het meer voorkomende socketprincipe. De Pentium II bestaat uit een printplaat met voornamelijk de processor zelf en een extra snel geheugen (cache). In voorgaande systemen werd deze cache (L2) op het moederbord zelf geplaatst, om snelheidsredenen (hogere frequenties mogelijk) werd deze bij de Pentium II dicht bij de CPU geplaatst. Dit pakket, CPU en geheugen werd onder de naam Pentium 2 aangeboden.

In de latere Pentium III-modellen (socket 370) werd door toenemende druk van de AMD Athlon de cache geïntegreerd in de (P2) CPU. Hiermee kon de cachefrequentie op dezelfde frequentie lopen als de CPU, in tegenstelling tot de Pentium II waar de cache op halve CPU-frequentie draaide. Dit gaf een enorme snelheidsverbetering. De cache was echt een onderdeel van de CPU-core en niet zoals bij de oudere (Pentium II-voorganger) Pentium Pro-modellen. Bij deze laatste werden de CPU en het geheugen door draadjes met elkaar verbonden en samen in één behuizing geplaatst. Dit werd geen succes vanwege productieproblemen, vandaar dat men het slotidee heeft bedacht. Deze latere Pentium-modellen waren weer als vanouds gebaseerd op het socketsysteem.