Pesjoenkelen
Pesjoenkelen is de naam voor een volks gebruik in de Katholieke Kerk dat gepaard ging met de kerk in-en-uitgaan.
Dit gebruik houdt verband met een aflaat die op Allerzielen werd verleend voor de zielen van de overledenen. Indien men in het kerkgebouw vijf Onze Vaders, vijf Wees Gegroetjes en vijf Eer aan de Vaders bad ter intentie van de Paus, verkreeg men de toties-quoties aflaat. Iedere aflaat redde een ziel uit het vagevuur. Als men de aflaat verkregen had ging men de kerk uit, waarna men weer binnenkwam om opnieuw de bovengenoemde gebeden te zeggen en opnieuw een aflaat te verkrijgen.
[bewerken] Etymologie van het woord
Een theorie is dat het woord pesjoenkelen komt van het Latijnse woord portiuncula, wat deurtje zou betekenen. Een probleem met deze theorie is evenwel dat portiuncula in het Latijn niet deurtje betekent. Het woord is een verkleinwoord van portio en betekent klein deel, kleine portie.
Een andere theorie is dat het een verbastering is van portiunculen, het verdienen van de Portiuncula-aflaat, die men op 2 augustus kan verkrijgen, de feestdag van de inwijding van de Basiliek van Portiuncula te Assisi. Portiuncula betekent dan: het klein stukje grond dat de heilige Franciscus van Assisi kreeg om daar de Santa Maria degli Angeli op te bouwen. De Basilica di Santa Maria degli Angeli is later over het kleine Portiuncula-kerkje heengebouwd. Ook de Portiuncula-aflaat is een toties-quoties aflaat, wat wil zeggen dat deze even zo vaak verkregen wordt als de verkrijger aan de voorwaarden voldoet (eenmaal voor ieder kerkbezoek), en is tevens een volle aflaat die ook voor zielen in het vagevuur kan worden verdiend. De geldigheid van de Portiuncula-aflaat is in 1967 herbevestigd door paus Paulus VI in de apostolische constitutie Indulgentiarum Doctrina.