Rocca al Mare

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rocca al Mare
Wijk van Tallinn
Tallinn rocca-al-mare asum.png
Kerngegevens
Gemeente Tallinn
Coördinaten 59° 26′ NB, 24° 38′ OL
Oppervlakte 0,84 km²  
Inwoners (2012) 0 (0 inw/km²)

Rocca al Mare is een subdistrict of wijk (Estisch: asum) binnen het stadsdistrict Haabersti in Tallinn, de hoofdstad van Estland. De wijk heeft als enige wijk van Tallinn geen permanente bewoners.[1] De oppervlakte is 0,84 km²; daarvan wordt het overgrote deel in beslag genomen door het gelijknamige openluchtmuseum. Daarnaast ligt in de wijk een particuliere middelbare school.

Rocca al Mare ligt aan de Baai van Kopli, een onderdeel van de Baai van Tallinn, op ca. 7 km van het centrum van Tallinn.

Geschiedenis[bewerken]

Windmolen uit Nätsi (gemeente Koonga)

Rocca al Mare is Italiaans voor ‘rots bij de zee’. Baron Arthur Girard de Soucanton (1813–1884), een Duitstalige burgemeester van Tallinn, kocht het gebied, dat toen bij het dorp Õismäe hoorde, in 1863. Hij liet er een zomerhuis bouwen en daaromheen een park aanleggen. De baron was enthousiast over Italië en gaf zijn landgoed daarom een Italiaanse naam, naar een rotspartij op het strand van het gebied. Door het park liep een weg die hij Via Appia noemde, naar de oude Romeinse heerweg. Langs de weg liet hij oude grafstenen opstellen, afkomstig uit de vroegere Sint-Catharinakerk, die bij een brand in 1531 verloren was gegaan en nooit is herbouwd.[2]

Later werd het gebied door Tallinn geannexeerd. In de jaren 1958-59 werden de grafstenen weer teruggebracht naar de plaats waar vroeger de Sint-Catharinakerk stond. Ze zijn daar te bezichtigen in de Catharinapassage (Estisch: Katariina käik).

Openluchtmuseum[bewerken]

Over een openluchtmuseum voor Tallinn werd al sinds 1913 gediscussieerd, toen in mei 1957 met de aanleg werd begonnen op het terrein dat ooit van burgemeester Girard de Soucanton was geweest. In de volgende jaren werden boerderijen, vissershuisjes en windmolens uit heel Estland naar Rocca al Mare overgebracht. In 1964 ging het museum (in het Estisch: Eesti Vabaõhumuuseum) open. Momenteel telt het museum 79 gebouwen met de bijbehorende inventaris en gereedschappen. Tezamen geven ze een beeld van het leven op het Estische platteland in de periode 1750-1900.

Het openluchtmuseum kent vier afdelingen: West-Estland (Lääne-Eesti), Noord-Estland (Põhja-Eesti), de Estische eilanden (saared) en Zuid-Estland (Lõuna-Eesti). Belangrijke attracties zijn de boerderij uit Sassi-Jaani (provincie Läänemaa), die dateert uit 1766-67 en daarmee het oudste gebouw uit het museum is, een aantal historische windmolens, de vissershuisjes uit Aarte, daterend uit het eind van de 19e eeuw, en de herberg uit Kolu (Estisch: Kolu kõrts, gemeente Kose), gebouwd in de jaren 1842–46. De herberg dient ook als restaurant van het openluchtmuseum; ze serveert traditionele Estische gerechten.

Verder bezit het museum een houten kerk uit Sutlepa (gemeente Noarootsi),een schooltje uit 1887, schommels (kiigud), sauna’s en een brandspuithuisje uit 1928.

In de zomer worden in het openluchtmuseum regelmatig rondleidingen en evenementen georganiseerd.

Vervoer[bewerken]

Langs het museum loopt de Vabaõhumuuseumi tee (‘Openluchtmuseumweg’). Bus 21 van het Baltische station naar de wijk Kakumäe rijdt over deze weg. Niet ver van het openluchtmuseum ligt een halte van de trolleylijnen 6 en 7.

Foto’s[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties