Rotje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ontploffend rotje

Een rotje (ook wel firecracker, kanonslag, cracker of knaller(tje) genoemd) is een klein, cilindervormig stuk vuurwerk dat is ontworpen om een knal te produceren als het ontbrandt; visuele effecten zijn niet bedoeld voor te komen. Eén enkel rotje kan 100 decibel aan geluid produceren. Rotjes worden ontstoken door het uiteinde van de lont in open vuur te houden. De lont gaat hierdoor branden, tot het vuur het kruit bereikt dat in het rotje zit. Het in zeer korte tijd ontbranden van kruit zorgt voor een knal.

Herkomst[bewerken]

Vuurwerk werd uitgevonden door de Chinezen in de zevende eeuw en is rond de zestiende eeuw in Europa gekomen. Onder de vele soorten was ook knalvuurwerk, zoals "Klappers". In 1871 werd door Jan ter Gouw een wreed en gevaarlijk Amsterdams kwajongensspel beschreven waarin een "rot" (Amsterdams voor "rat") ingepakt werd in brandbaar materiaal, aangestoken en losgelaten werd, totdat hij door angstige en boze vrouwen in de gracht gejaagd werd. Dit gebruik was vermoedelijk de aanleiding om een klein soort knalvuurwerk "rotje" te noemen; dat gebeurde zeker al in 1895.[1]

Soorten[bewerken]

Er zijn verschillende soorten rotjes:

  • Kanonslagen
  • Rotjes
  • Matten of klappers

Kanonslagen zijn de meest gebruikte rotjes in Nederland. Ze zijn ongeveer 6,4 centimeter lang en 1,3 centimeter breed. Bekende soorten "kanonslag" zijn de 'astronaut', de 'shising', TNT en Wolff cracker.

Rotjes in verschillende maten

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Beelen, H. en N. van der Sijs, 'Vuurwerk', in Onze Taal 12 2013, blz. 351.