Schaarste

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bioscoopjournaal uit november 1950: landelijke actie die de mensen vraagt om op piekuren zo weinig mogelijk electriciteit te gebruiken. Voor de electriciteitscentrales, die tijdens en tengevolge van de oorlog niet konden worden vernieuwd en uitgebreid, is de vraag té groot aan het worden.

Schaarste is een eigenschap van alle economische goederen en daarmee één van de centrale begrippen in de economie, doordat het het keuzeprobleem tussen onbeperkte behoeften en schaarse middelen oproept. Er zijn twee soorten schaarste.

  • Absolute schaarste: als er te weinig van een bepaald goed is. Bijvoorbeeld de schaarste aan voedsel in gebieden, waar hongersnood heerst.
  • Relatieve schaarste (ook wel schaarste in de economische zin): als er productiemiddelen of tijd moeten worden opgeofferd om het product voort te brengen. Bijvoorbeeld om een brood te produceren, moeten er eerst de productiemiddelen graan, energie, arbeid, tijd opgeofferd worden. Brood is daardoor een schaars goed.

Het tegenovergestelde van een economisch goed (dat schaars is) is een vrij goed. Een vrij goed is een goed waarbij men geen productiemiddelen of tijd hoeft op te offeren om het te produceren. Een voorbeeld is zonlicht: je hoeft geen productiemiddel of tijd op te offeren om zonlicht voort te brengen. Er is de laatste jaren discussie over de vraag of in welke mate vrije goederen nog echt vrije goederen zijn. Lucht die je inademt, is normaal vrij maar als lucht om gezondheidsredenen in de grote wereldsteden eerst gezuiverd moet worden, wordt lucht een schaars goed.

Schaarste en zeldzaamheid[bewerken]

Schaarste moet niet worden verward met zeldzaamheid. Een goed is zeldzaam als het weinig voorkomt.

Zo is het pokkenvirus door uitgebreide vaccinatiecampagnes uiterst zeldzaam geworden. Het is echter niet schaars, want niemand wil het virus hebben.