Schietlood

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Schietlood

Een schietlood of paslood is een gereedschap om te controleren of een vlak of lijn verticaal staat, dan wel om te zien of een punt zich loodrecht onder of boven een ander punt bevindt.

Een schietlood bestaat uit een massief messing cilinder- of prismavormig gewicht (oorspronkelijk van lood) met een conische onderkant. Aan de bovenkant is een koord is bevestigd. Aan het andere einde van het koord is een iets dikker klosje bevestigd. Door nu dit klosje tegen het te stellen voorwerp te houden en de afwijking van het schietlood te bekijken, is te zien of iets "in het lood", "te lood" oftewel loodrecht, staat. Het lood moet net vrijhangen en het te stellen voorwerp niet raken of er te ver vandaan hangen. Het verschil moet precies het dikteverschil zijn tussen het klosje en het lood.

Gebruik[bewerken]

In de bouw wordt het gebruikt door timmerlieden en metselaars voor het verticaal of te lood stellen van kozijnen, deuren en profielen voor het metselen van muren. Ook wordt hiervoor een lang waterpas gebruikt, het zogenaamde "stelwaterpas".

In de landmeetkunde werd het veel gebruikt voor het recht boven een meetpunt opstellen van een landmeetkundig instrument. Hiervoor wordt tegenwoordig vaak een kijkertje (optisch lood) of een laserstraal (laserlood) gebruikt in combinatie met het ingebouwde waterpas (buisniveau of (digitaal) doosniveau) omdat deze geen last van wind hebben.

Loodrecht[bewerken]

De richting van het koord wordt loodrecht of verticaal genoemd. Deze staat zo goed als exact haaks op de horizon.

In de meetkunde heeft loodrecht een andere afgeleide betekenis gekregen, namelijk "snijden onder een rechte hoek".