Sifo (mollusken)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Mya arenaria, een diep ingegraven soort met lange sifo (uit Herklots, 1859).[1]

De sifo (meervoud: sifo's, sifons of sifonen) is een orgaan bij de meeste groepen mollusken. Andere benamingen zijn in- en uitstroombuis en ademhalingsbuis.

Tweekleppigen of bivalven hebben één of twee sifonen die geheel of gedeeltelijk met elkaar vergroeid kunnen zijn. Door de buizen wordt een waterstroom geleid waarbij het water door een buis naar binnen stroomt en door de andere weer naar buiten gaat. Het dier haalt met behulp van de kieuwen voedsel en zuurstof uit het water. De term 'ademhalingsbuis' is dus niet geheel correct.

De lengte van de sifo verschilt per soort en is gerelateerd aan de levenswijze van het dier. Veel bivalven leven ingegraven in het sediment en omdat de schelp meestal op gelijke diepte blijft en de uiteinden van de sifonen boven het sedimentoppervlak moeten kunnen uitsteken bepaalt de lengte van de sifonen hoe diep de dieren zich kunnen ingraven. Bij sommige soorten zijn de gestrekte sifonen decimeters lang waardoor de schelpen ver buiten het bereik van predatoren kunnen blijven. Andere bivalven zijn nooit erg diep ingegraven maar hebben toch betrekkelijk lange sifonen. Deze soorten gebruiken hun sifonen om het sedimentoppervlak te kunnen 'afgrazen'. Er zijn ook veel ondiep ingegraven soorten of soorten die op de bodem of aangehecht aan een hard substraat leven. Over het algemeen hebben dergelijk soorten korte of geheel afwezige sifonen.

Slakken of gastropoden hebben meestal één ademhalingsbuis. Bij veel soorten, vooral landslakken is slechts een ademhalingsopening aanwezig. Bepaalde groepen zeeslakken beschermen hun lange sifo's met behulp van een meestal half open, buisvormige uitgroeiing van de schelp: het sifo- of sifonaal kanaal.

Afbeeldingen[bewerken]

Bronnen en verwijzingen

Voetnoten

  1. Herklots, J.A., 1859. De Weekdieren van Nederland. In: Natuurlijke Historie van Nederland. De Dieren van Nederland, Weekdieren. Kruseman, Haarlem, 465 pp.

Literatuur

  • Benthem Jutting, W.S.S. van, 1943. Mollusca (I) C. Lamellibranchia. Fauna van Nederland 12: 1-475.
  • Bruyne, R.H. de & Boer, Th.W. de, 2008. Schelpen van de Waddeneilanden. Gids van de schelpen en weekdieren van Texel, Vlieland, terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Fontaine Uitgevers. 359 pp., ISBN: 978-90-5956-2554.
  • Gittenberger, E., Janssen, A.W., Kuijper, W.J., Kuiper, J.G.J., Meijer, T., Velde, G. van der, Vries, J.N. de, 1998. De Nederlandse zoetwatermollusken. Recente en fossiele weekdieren uit zoet en brak water. Nederlandse Fauna 2. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden, 288 pp. ISBN 90-5011-201-3