Slag bij Rocourt

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Rocourt
Onderdeel van Oostenrijkse Successieoorlog
Slag bij Rocourt
Slag bij Rocourt
Datum 11 oktober 1746
Locatie Rocourt (vroeger Rocoux), vlakbij Luik
Resultaat Franse overwinning
Strijdende partijen
Frankrijk Oostenrijk, Engeland, Nederlandse Republiek
Commandanten
Maurits van Saksen Karel van Lotharingen, John Ligonier, Maarschalk Waldeck
Troepensterkte
120.000 90.000 Geallieerden

(40.000 Oostenrijkers, 30.000 Nederlanders, 10.000 Hannoveranen, 5000 Hessen en 5000 Britten)

Verliezen
5000 dood of gewond 5000 dood of gewond

De Slag bij Rocourt vond plaats op 11 oktober 1746 ten tijde van de Oostenrijkse Successieoorlog. In het Engels worden de oude en soms foutieve namen Battle of Roucoux of Rocoux gebruikt. Het was een van de grootste veldslagen van de 18e eeuw met in totaal ongeveer 200.000 manschappen tegenover elkaar. De slag is vernoemd naar Rocourt waar de slag bij plaatsvond.

Historische context[bewerken]

Midden 18e eeuw werd de Oostenrijkse Successieoorlog uitgevochten. In de Nederlanden werden de Zuidelijke Nederlanden betwist door twee partijen. Enerzijds de Fransen, gesteund door Spanje, Pruisen, Beieren en anderzijds de Oostenrijkers, gesteund door Rusland, Engeland en de Nederlandse republiek. De oorlog in de Nederlanden werd gedomineerd door de Fransen onder aanvoering van maarschalk Maurits van Saksen. De Fransen hadden bijna de Oostenrijkse Nederlanden veroverd, en dreigden de Republiek zelf binnen te vallen.

De slag[bewerken]

De slag werd uitgevochten nabij Luik. De Geallieerden hadden een sterke, maar gevaarlijke positie met Luik en het riviertje de Jaar aan de flanken, maar de Maas in hun rug. Het leger stond opgesteld in een soort halve maan. De 30.000 Nederlanders vormden tussen Luik en Rocourt de linkervleugel, de 20.000 Britten, Hessen en Hannoveranen het centrum en de 40.000 Oostenrijkers de rechtervleugel tot aan de Jaar. Voor de geallieerde posities waren enkele versterkingen met artilleriebatterijen geplaatst.

Kaart van de slag. Linkervleugel tussen Luik en Rocourt

Maurits van Saksen probeerde veldslagen zo veel mogelijk te vermijden, immers veldslagen waren zeer risicovol. Maar nu had hij kans het geallieerde leger te vernietigen. Zijn plan was om eerst Luik af te snijden van het hoofdleger en daarna het geallieerde leger over de linkerflank aan te vallen. Zo kon hij de linkerflank overvleugelen en de gehele geallieerde linie oprollen. Hij viel met een overmacht van 60.000 man de geallieerde linkerflank van 40.000 man (voornamelijk Nederlanders) tussen Luik en Rocourt aan. Hij verwachtte weinig weerstand van de Staatse troepen.

De Nederlandse troepen weerden zich echter kranig en wisten enkele aanvallen af te slaan met gedisciplineerd pelotonsvuur. De overmacht was echter te groot en de linkerflank moest zich met zware verliezen terugtrekken achter de Britten en Hannoveranen in het centrum. Deze vormden samen met wat Nederlandse eenheden een achterhoede waardoor de rest van het geallieerde leger de Maas kon oversteken. Deze achterhoede leed tevens behoorlijke verliezen. De Oostenrijkers op de rechterflank werden niet aangevallen, maar deden ook geen poging het tij te keren. Het geallieerde leger trok zich in goede orde terug. Het was ontsnapt aan een vernietigende slag. Beide zijden verloren ongeveer 5000 manschappen. Aan geallieerde zijde waren dat vooral Nederlanders, Britten en Hannoveranen.

Vervolg[bewerken]

Luik werd onmiddellijk ingenomen door de Fransen. Het was echter te laat in het campagneseizoen om nog verdere veroveringen te doen. Voor de geallieerden werd het duidelijk dat de Fransen moeilijker te stoppen waren dan 40 jaar daarvoor. Na twee oorlogsjaren in de Oostenrijkse Nederlanden waren deze nu bijna volledig in handen van de Fransen.