Slag om Leuven (1914)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De universiteitsbibliotheek in 1915
Slag bij Leuven
Onderdeel van de Eerste Wereldoorlog
Datum 1914
Locatie Leuven
Resultaat Duitsers brandschatten Leuven.
Strijdende partijen
vermeende Belgische verzetsstrijders Duitsers
Commandanten
Geen  ?
Verliezen
Onbekend Onbekend
209 tot 218 burgerslachtoffers

De Slag om Leuven begon op 4 augustus 1914, toen de Duitsers België binnenvielen. De twintigste was Leuven bezet. De bezetting was rustig verlopen. Althans, zo leek het. Op 25 augustus ging het bericht rond dat er Engelse en Belgische soldaten onderweg zouden zijn. Op een bepaald moment werden er - volgens Duitse soldaten - vuurpijlen afgeschoten. Meteen daarna zou er vanuit enkele huizen geschoten zijn op de Duitse troepen, zelfs vanuit hotels waar Duitsers logeerden. De soldaten drongen die huizen binnen, schoten iedereen neer die ze gewapend vonden en staken de woningen in brand. De onrust duurde enkele dagen, totdat de inwoners uit Leuven moesten vertrekken, waarna op 29 augustus de stad in brand werd gestoken. Grote delen rond het station en in het centrum werden in de as gelegd. Alleen het stadhuis werd beschermd. Door toedoen van Professor Lodewijk Scharpé kon de buurt van het Groot begijnhof gevrijwaard blijven van zinloze vernieling. Het resultaat van de brandstichting: 1081 huizen werden helemaal vernield en 209 burgers kwamen om, waaronder eenentwintig vrouwen, zes geestelijken, elf kinderen (één van zes maanden) en drie tachtigjarigen.

De Belgische Regering gaf een andere, waarschijnlijk accuratere, beschrijving: het Belgische offensief had in het begin genoeg succes om een aantal Duitse eenheden op de vlucht te doen slaan, deze eenheden trokken zich terug op Leuven, ook al nadat het offensief gestrand was op een aantal kilometers van de oude universiteitsstad, in het donker zag de Duitse bezettingsmacht van Leuven de soldaten die naar de stad toe trokken als Belgen en openden het vuur, enkel na een bloedbad onder hun eigen mannen te hebben aangericht bemerkten ze dat ze geen Belgische soldaten tegenover zich hadden, mede omdat de Belgen al aan het terugtrekken waren naar Antwerpen. De woede en frustraties in het Duitse leger bereikten hierdoor het kookpunt. Handig gebruik makend van het franc-tireur fabeltje waar de soldaten zo bang voor waren, gaf de Duitse legerleiding het bevel om Leuven te brandschatten.

De Leuvense Sint-Pieterskerk verloor haar dak, de kunstwerken binnen vielen ten prooi aan de vlammen. Ook het raadhuis brandde af. Eén van de ergste vernielingen was die van de universiteitsbibliotheek. Naar schatting 1000 handschriften, 800 incunabelen en 300.000 boeken, verzameld doorheen de 500-jarige geschiedenis van de universiteit, gingen verloren. Deze daad leverde de Duitsers de naam van respectloze 'barbaren' op en veroorzaakte over de gehele wereld een schok van ongeloof en woede.

Zie ook[bewerken]

Externe links en beknopte bibliografie[bewerken]