Sleutel (slot)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Diverse sleutels: links twee sleutels voor een cilinderslot (met enkele resp. dubbele baard), rechts sleutels voor klaviersloten, in het midden een insteeksleutel voor een fietsslot. Onderaan een loper.
Sleutels met een Ceremoniële functie eind 18de eeuw.

Een sleutel is een handgereedschap om een slot te openen.

Omschrijving[bewerken]

Meestal bestaat een sleutel uit een speciaal geslepen stuk metaal, met bulten en gaten welke in het slot passen. Het deel van een sleutel dat het mechaniek bedient om het slot te ontgrendelen, heet de baard. Om een slot te openen moet veelal de sleutel erin worden gestoken en vervolgens naar links of naar rechts omgedraaid worden. Sleutels zijn meestal gemaakt om slechts op één slot te passen. Een uitzondering hierop vormt de loper.

De sleutel voor een elektronisch of digitaal slot bestaat uit een reeks van letters, getallen en andere leestekens, die bijvoorbeeld via een toetsenbordje moet worden ingetikt om het slot te openen. Ook kan een dergelijk slot door middel van een pasje worden ontgrendeld.

Symboliek[bewerken]

In de christelijke iconografie is de sleutel het attribuut van Petrus.

In het volksgeloof was de sleutel een voorwerp waarop ziektes konden worden afgedragen door deze in de palm van de hand te houden[1]. De sleutel was symbolisch voor het afsluiten van ziektes of het openen van het genezingsproces.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Lorie, P. (1992). Volksgeloof. Rijswijk: Uitgeverij Elmar B.V.