Snuitkevers (superfamilie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Snuitkevers (superfamilie)
Rhopalapion longirostre
Rhopalapion longirostre
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Coleoptera (Kevers)
Onderorde: Polyphaga
Infraorde: Cucujiformia
Superfamilie
Curculionoidea
Latreille, 1802[1]
Afbeeldingen Snuitkevers (superfamilie) op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Snuitkevers (superfamilie) op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De snuitkevers (Curculionoidea) zijn een superfamilie van kevers uit de infraorde Cucujiformia. Er zijn ongeveer 60.000 soorten.

In Nederland zijn 476 soorten waargenomen, 465 daarvan worden als inheems beschouwd.[2][3][4]

Kenmerken[bewerken]

Snuitkevers danken de naam aan de soms sterk verlengde kop met de tasters die vaak in het midden of helemaal vooraan zitten. Sommige soorten hebben een minder sterk verlengde snuit (bijvoorbeeld soorten uit de onderfamilie Scolytinae) en er zijn ook kevers uit andere infraorden die een wat verlengde 'snuit' hebben, zodat bij een aantal soorten verwarring kan ontstaan. De lichaamslengte varieert van 0,1 tot 9 cm. Het lichaam is vaak onopvallend gemarmerd, soms juist zeer kleurrijk met metaalglans of bonte vlekken. De antennen zijn meestal samengesteld uit 11 geledingen, die gebogen of geknikt zijn.

Schade aan planten[bewerken]

Een aantal soorten is zeer berucht om de schade die toegebracht wordt door de vraat aan granen en andere planten die dienen als voedsel voor de mens.

Taxonomie[bewerken]

De classificatie van de Curculionoidea is in voortdurende ontwikkeling. In 1999 werd de nomenclatuur aangegeven door Alonso-Zarazaga & Lyal de norm en werd in 2002 geupdate.[5], 2002[6]) Deze classificatie wordt ook gevolgd in het Europese project Fauna Europaea. In 2007 presenteerden Oberprieler et al.[7] een vereenvoudigde classificatie die bij een deel van de taxonomen gehoor vindt. Oberprieler et al. gaan in hun indeling niet verder dan het niveau van tribus (geslachtengroep) en zijn nog niet normgevend voor de classificatie. Bouchard "et al." (2011)[8] geeft een goed overzicht van de stand van zaken anno 2011 tot op subtribus niveau, inclusief fossiele taxa. Deze uitwerking is hieronder weergegeven. Voor de volledigheid is onderaan deze taxaboom ook nog de indeling volgens Oberprieler et al opgenomen.

Taxonomie Oberprieler et al.[bewerken]

Soorten[bewerken]

Enkele soorten zijn:

Galerij[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. a b c d e Latreille, P. A. (1802) Histoire naturelle, générale et particulière des crustacés et des insectes. Ouvrage faisant suite à l’histoire naturelle générale et particulière, composée par Leclerc de Buffon, et rédigée par C.S. Sonnini, membre de plusieurs sociétés savantes. Familles naturelles des genres. Tome troisième. F. Dufart, Paris, xii + 13–467 + [1] pp. [An X (title page, =1802); Nov 1802 (Evenhuis 1997)]
  2. Nederlands Soortenregister 08-12-09 [1]
  3. Heijerman Th. (1993) Naamlijst van de snuitkevers van Nederland en het omliggende gebied (Curculionoidea: Curculionidae, Apionidae, Attelabidae, Urodontidae, Anthribidae en Nemonychidae) Nederlandse Faunistische Mededelingen Vol. 5 p. 19-46 [2]
  4. Heijerman T. (2002) Veranderingen in de lijst van Nederlandse snuitkevers: Simo hirticornis vervalt voor onze fauna en S. variegates wordt toegevoegd (Coleoptera: Curculionidae) Nederlandse Faunistische Mededelingen Vol. 16 p. 91-98 PDF
  5. Alonso-Zarazaga (M.A.) & LYAL (C.H.C.). A World Catalogue of Families and Genera of Curculionoidea (excepting Scolytidae and Platypodidae). Barcelona, Entomopraxis, in collaboration with The Natural History Museum, London, and the Museo Nacional de Ciencias Naturales (CSIC), Madrid, 1999, 316pp.
  6. Alonso-Zarazaga (M.A.) & LYAL (C.H.C.). (2002) Addenda and corrigenda to ‘A World Catalogue of Families and Genera of Curculionoidea (Insecta: Coleoptera)’. In: Magnolia Press, Zootaxa, nr.63, 2002, pp.1–7.
  7. Oberprieler (R.G.), Marvaldi (A.E.) en Anderson (R.S.). Weevils, weevils, weevils everywhere. In: Zhang, Z.-Q. & Shear, W.A. (Eds).Linnaeus tercentenary: progress in invertebrate taxonomy. Magnolia Press, Zootaxa, nr.1668, 2007, pp.491-520.
  8. Bouchard, P. et al (2011) Family-group names in Coleoptera (Insecta). ZooKeys, 88: 1-972. DOI:10.3897/zookeys.88.807 ISBN 978-954-642-583-6 (hardback) ISBN 978-954-642-584-3 (paperback) ZooBank

Geannoteerde literatuur[bewerken]

De volumes 10 en 11 van Die Käfer Mitteleuropas vormen het meest volledige determinatiewerk voor de midden-europese snuitkevers (Duitstalig). Naast determinatiekenmerken en -sleutels wordt een minimum aan faunistische gegevens vermeld.

  • Freude (H.), Harde (KW) en Lohse (GA). Die Käfer Mitteleuropas. Bruchidae - Curculionidae I. Keltern, Goecke & Evers, vol.10, 1981, 310pp.
  • Freude (H.), Harde (KW) en Lohse (GA). Die Käfer Mitteleuropas. Curculionidae II. Keltern, Goecke & Evers, vol.11, 1983, 342pp.

De vier volumes van Faune de France (Franstalig) vormen een geschikte aanvulling op Freude, Harde en Lohse. Het bereik van snuitkeversoorten verruimt hiermee tot het middellands zeegebied. De faunistische beschrijvingen per soort zijn uitgebreid.

  • Hoffmann (A.). Coléoptères Curculionidae. (I Partie). Parijs, Librairie de la Faculté des Sciences, Faune de France, vol.52, 1950, 486pp.
  • Hoffmann (A.). Coléoptères Curculionidae. (II Partie). Parijs, Federation Française des Societes des Sciences Naturelles, Faune de France, vol.59, 1954, 720pp.
  • Hoffmann (A.). Coléoptères Curculionidae. (III Partie). Parijs, Federation Française des Societes des Sciences Naturelles, Faune de France, vol.62, 1958, 632pp.
  • Tempere (G.) en Pericart (J.). Curculionidae. Quatrieme Partie. Complements Corrections et Reportoire. Parijs, Federation Française des Societes des Sciences Naturelles, Faune de France, vol.74, 1989, 534pp.

Een deel van Freude, Harde en Lohse is gebaseerd op de publicaties van Lothar Dieckmann. De zeven volumes van Dieckmann (Duitstalig)laten ruimte voor faunistische informatie. De determinatiekenmerken zijn in deze volumes meer gedetailleerd.

  • Dieckmann (L.). Curculionidae 1. Ceutorhynchinae. Insektenfauna der DDR, 1972, 125pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 2. Rhinomacerinae, Rhynchitinae. Insektenfauna der DDR, 1974, 50pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 3. Apioninae. Insektenfauna der DDR, 1977, 137pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 4. Brachycerinae, Otiorhynchinae. Insektenfauna der DDR, 1980, 166pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 5. Tanymecinae, Leptopiinae u.a. Insektenfauna der DDR, 1983, 125pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 6. Erirhinae. Insektenfauna der DDR, 1986, 63pp.
  • Dieckmann (L.). Curculionidae 7. Ellescini u.a. Insektenfauna der DDR, 1988, 104pp.

Verdere literatuur voor gespecialiseerde snuitkevergroepen. Palm presenteert uitstekend illustratiemateriaal met determinatiekenmerken (Deens met Engelse abstract per soort). Goenget is bijzonder gedetailleerd op kenmerken en faunistiek (Engelstalig). De moeilijke familie van de Apionidae wordt op een zeer toegankelijke wijze ontsloten.

  • Palm (E.). Nordeuropas Snudebiller (Coleoptera: Curculionidae), Part 1. The Subfamilies Brachycerinae and Otiorhyncerinae. Apollo Books, Danmarks Dyreliv (animal life of Denmark). vol.7, 1996, 356pp.
  • Goenget (H.). The Brentidae (Coleoptera) of Northern Europe. EJ Brill, NHBS Environment Bookstore, Fauna Entomologica Scandinavica, vol.34, 2004, 289pp.