Sonny Boy Williamson II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Sonny Boy Williamson II (Glendora, Mississippi, 5 december 1899Helena, Arkansas, 25 mei 1965) was een Amerikaanse bluesmuzikant.[1] Hij was bekend als Sonny Boy Williamson, Sonny Boy Williamson II, Willie Williamson, Willie Miller, Little Boy Blue, The Goat en Footsie.

Sonny Boy Williamson II was een buitenechtelijke zoon van Millie Ford. Later nam hij de achternaam van zijn stiefvader Jim Miller aan. In de jaren 30 trad hij op in Mississippi en Arkansas. Hij ontmoette daar andere muzikanten zoals Elmore James, Big Joe Williams, Robert Lockwood Jr. en Robert Johnson.

In 1941 had Williamson zijn eerste radio-optreden. In die tijd nam hij de artiestennaam Sonny Boy Williamson aan. Omdat er al een andere bekende muzikant met dezelfde naam bestond wordt hij vaak aangeduid als Sonny Boy Williamson II.

In 1951 nam Williamson zijn eerste single "Eyesight to the Blind" op. Dit nummer werd vaak gecoverd, onder andere door The Who.

Toen Trumpet Records in 1955 failliet ging, kwam Williamson bij Chess Records terecht. Bij dit label kreeg hij zijn grootste bekendheid. Tussen 1955 en 1964 nam Williamson zeventig nummers op voor Checker Records, een zusteronderneming van Chess Records. Sonny Boy Williamsons eerste LP, met de titel "Down and Out Blues", kwam in 1959 bij Checker Records uit.

In 1955 had Williamson een grote hit met het nummer "Don´t start me talkin'". Op dit nummer zijn onder meer Willie Dixon, Muddy Waters, Otis Spann, Jimmy Rogers en Fred Below te horen.

In de jaren '60 trad Williamson in Europa op. Op 25 mei 1965 werd hij dood in zijn bed gevonden.

Bronnen

Referenties