Souvenir de Florence
| Souvenir de Florence | ||||
| Tsjaikovski (rechts) met de violist Josif Kotek (links) | ||||
| Componist | Pjotr Iljitsj Tsjaikovski | |||
| Soort compositie | sextet | |||
| Gecomponeerd voor | strijksextet | |||
| Toonsoort | D majeur | |||
| Opusnummer | 70 | |||
| Gecomponeerd in | 1890-1892 | |||
| Première | 6 december 1892 | |||
| Opgedragen aan | Kamermuziekvereniging van St. Petersburg | |||
| Duur | 34 minuten | |||
| Oeuvre | Oeuvre van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski | |||
|
||||
Het Strijkerssextet in D Mineur "Souvenir de Florence", Op. 70, (voor 2 violen, 2 altviolen en 2 celli) is gecomponeerd door Pjotr Iljitsj Tsjaikovski in juni en juli 1890 en in december 1891 en januari 1892 gereviseerd. De première was op 6 december 1892 in Sint-Petersburg (de versie van 1891-1892). Tchaikovsky droeg het werk op aan de Kamermuziekvereniging van Sint Petersburg als antwoord op zijn toetreding tot deze vereniging. Het werk heeft een traditionele vierdelige vorm en de titel is ontstaan toen de componist het in Florence begon te schrijven. De Franse titel Souvenir de Florence kan vertaald worden als herinnering aan Florence.
Inhoud |
Delen [bewerken]
- I. Allegro con spirito (d mineur, ca. 10 minuten)
- II. Adagio cantabile e con moto (D majeur, ca. 11 minuten)
- III. Allegretto corto moderato (a mineur, ca. 6 minuten)
- IV. Allegro con brio e vivace (D majeur, ca. 7 minuten)
Analyse [bewerken]
Het eerste deel is in de sonatevorm geschreven. Zonder introductie wordt het heftige thema gepresenteerd in d mineur. Het tweede thema staat in de majeurparallelle toonsoort F majeur en is rustiger van karakter. Na een doorwerking en reprise eindigt het deel met een snel coda.
Deel 2, het langzame deel in D majeur klinkt onschuldig, het romantische thema wordt gestart door de eerste viool (met pizzicato begeleiding) en vervolgd door de cello. Dan volgt een onderbreking met een wat wilder tussenspel, waaraan alle instrumenten deelnemen, waarna het stuk eindigt met de herhaling van het hoofdthema.
De laatste twee delen met hun karakteristieke Russische en volksmuziekachtige melodiek en ritmiek contrasteert met de eerste twee delen.
Arrangementen [bewerken]
Het werk is ook verschenen in een versie voor strijkorkest.
Delen van dit werk zijn gebruikt in het ballet Anna Karenina uit 2005, onder choreografie van Boris Eifman.