Tangut

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tangut-schrift

Tangut, Tanguten of Tangoeten is de naam van een volk en de door hen gesproken taal (ISO 639-3 txg) en het door hen gebruikte schrift uit Centraal Azië. Zelf noemden zij zich Mi, de Chinezen noemden hen Dangxian en de Mongolen Tang of Tangut.

Het volk stichtte in het begin van de elfde eeuw een rijk in het noordwesten van China, Xi Xia of de Grote Staat van Wit en Hoog genoemd met Yinchuan als hoofdstad. In 1227 veroverde Genghis Khan het rijk van de Tangut, dat wil zeggen de Ordos-regio in de kom van de Gele Rivier. (Chr. I. Beckwith, "Empires of the Silk Road", p. 188) De daaropvolgende Yuän-dynastie, een Mongoolse overheersing over China die in 1272 aan de macht kwam, maakte overwegend gebruik van ambtenaren en andere overheidsdienaren die oorspronkelijk uit Mongolië zelf kwamen, uit Central-Azië, uit Tibet, en uit het voormalige Tangut-rijk. (ibid. p. 193) Wat de Mongoolse cultuur uit genoemde dynastie in China genoemd wordt, voornamelijk architectuur, is in feite Tangut-cultuur.

In de 150 jaar van zijn onafhankelijke bestaan ontwikkelde het Tangut-rijk een indrukwekkende cultuur. In opdracht van Li Yuanhao die zich tot ergernis van de Song tot keizer uitriep ontwierp Yeli Renrong een eigen karakterschrift van ongeveer 6.000 tekens die oppervlakkig op de van China gelijken maar -met opzet- er niet van afgeleid zijn. Men bedreef een vroege vorm van boekdrukkunst en de literaire productie was erg groot. Zo drukte men bijvoorbeeld een Tangut versie van de Tripitaka, een corpus van Boeddhistische canonieke boeken. Het vergde niet minder dan 130.000 gesneden drukblokken ieder met honderden karakters. Er is ook een Xixia-versie van de Lotus Soetra, een mahāyāna-werk dat wel tot de boeddhistische canon behoort, maar van later datum is dan de vroeg-boeddhistische Tripitaka.

Het rijk was boeddhistisch. Archeologische vondsten wijzen op de aanwezigheid van met name veel Tibetaanse lama's uit de kagyütraditie van het Tibetaans boeddhisme in de 12de eeuw. Tibetologen als Matthew Kapstein zien in de ceremoniële banden tussen de heersers van dit rijk en deze lama's het begin van de Tibetaanse patroon-priesterrelatie. Het rijk was aanvankelijk een voorname tegenstander van Dzjengis Khan. Dat het volk bij de dood van Ghengis Khan vrijwel geheel werd uitgemoord is één versie van geschiedschrijving. Andere onderzoeken (Beckwith, 1987) tonen aan dat dit niet zo is, of maar ten dele waar, zoals blijkt uit de geschiedschrijving over de Yuän-dynastie en de culturele invloed van de Tangut-Mongolen.

Wel verdween de cultuur nagenoeg. Kleine dorpseenheden van Minak of Minyak leven begin 21ste eeuw nog in de Tibetaanse provincie Kham. De Minyak/Minak zijn van oorsprong Tangut/Xixia. De taal, die eerder aan Tibetaans dan aan Chinees verwant was, stierf uit, althans het is geen levende taal meer.

Dankzij de Russische onderzoeker Pjotr Kozlov werden er tussen 1908 en 1909 in Kharakhoto in het uiterste noordwesten van het voormalige Xi Xia-rijk een 10.000 tal documenten ontdekt waarvan veel in Tangut die nu in Sint-Petersburg bewaard worden. Later is ook in China belangstelling voor de Tangut ontstaan. Aan de Ningxia-universiteit van Yinchuan bevindt zich het Xi Xia-instituut.