Triage

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Diverse instrumenten voor medische triage

Triage is het beoordelen van slachtoffers bij grote(re) ongevallen, rampen en pandemieën, in verschillende categorieën verdeeld naar de ernst van de verwondingen of ziektebeeld. Bij ongevallen of rampen wordt dit uitgevoerd door de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Het wordt ook toegepast op de spoedeisende eerste hulp (SEH) afdeling van ziekenhuizen en op de huisartsenpost om de urgentie van binnenkomende patiënten en telefonische oproepen te bepalen.

Doel[bewerken]

Het doel is om prioriteiten te stellen en te bepalen welke patiënten het eerste medische hulp nodig hebben en welke patiënten korte of lange tijd kunnen wachten op hulp. Daarnaast wordt ook steeds meer aangegeven door wie de patiënt (eventueel) behandeld moet worden en wat het vervolgbeleid bij de klachten is. Er is echter nog geen voldoende objectieve methodiek om de hulpvragen in te delen. Daarom zoekt men naar een universele techniek waarmee de fout-marge bij het toekennen van een triagelevel zo veel mogelijk beperkt kan worden. Want overschatting van de hulpvraag kost hulpverleners onnodig veel tijd, en onderschatting kan tot zware gezondheidsproblemen leiden.

Etymologie[bewerken]

Triage is het Franse woord voor sorteren, waar het Latijnse drie (tri) nog in te herkennen is. Het werd in de Eerste Wereldoorlog voor het eerst in deze context gebruikt, om de slachtoffers op het slagveld in drie categorieën te verdelen (onbehandelbaar, ter plekke behandelen, naar het ziekenhuis).

Methodieken[bewerken]

Nationaal en internationaal zijn er verschillende methodieken ontwikkeld die na de nodige ervaringen ook regelmatig bijgesteld worden. Een voorbeeld van een dergelijke methodiek is de indeling in vier categorieën van slachtoffers:

  • T1 Onmiddellijk medische hulp, voor personen die zonder die hulp niet zullen overleven in verband met obstructie van de ademwegen, stoornissen van de ademhaling of problemen met de circulatie. Binnen deze categorie wordt weer triage toegepast: eerst worden de slachtoffers met een luchtwegobstructie geholpen, dan de slachtoffers met ademproblemen, dan de slachtoffers met circulatieproblemen. Behandeling dient binnen 2 uur aan te vangen maar uiteraard zo spoedig mogelijk.
  • T2 Personen die wel kunnen wachten maar continu gemonitord moeten worden op ademhaling, circulatie en acute problemen (dit kan door iemand met beperkte medische kennis gebeuren). Gewonden met (grote) kans op infecties of invaliditeit vallen bijvoorbeeld binnen deze categorie. Behandeling binnen 6 uur.
  • T3 Patiënten die kunnen wachten omdat ze geen problemen met ademweg, ademhaling en circulatie hebben en die weinig tot geen kans op infectie of invaliditeit hebben. Behandeling kan in veel gevallen door de patiënt zelf, een EHBO'er of een huisarts plaatsvinden, uiteraard is ziekenhuisbehandeling niet uitgesloten.
  • T4 slachtoffers die in de gegeven situatie niet gered kunnen worden doordat de ademweg niet vrijgemaakt kan worden, de ademhaling of circulatie niet op gang gebracht kunnen worden, bloedingen niet gestopt kunnen worden of shock niet bestreden kan worden. Het toekennen van de T4 status is iets wat uitermate zwaar weegt en in principe alleen zal voorkomen in oorlogstijd of bij rampen met grote aantallen gewonden. Aan overleden patiënten kan ook de status T4 toegekend worden, al worden ze soms ook gewoon als overleden aangeduid.

Omgekeerde triage[bewerken]

Bij zeer grote rampen zoals in oorlogssituaties en wanneer grote groepen hulpverleners zijn getroffen kan overgegaan worden op omgekeerde triage. De lichtste gevallen worden nu het eerste geholpen om zo spoedig mogelijk mee te kunnen helpen bij de verdere hulpverlening.

Externe links[bewerken]