Veelvraat (vlinder)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Veelvraat
Vrouwtje
Vrouwtje
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Orde: Lepidoptera (Vlinders)
Familie: Lasiocampidae (Spinners)
Geslacht: Macrothylacia
Soort
Macrothylacia rubi
(Linnaeus, 1758)
Chenille chevrefeuille.jpg
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De veelvraat (Macrothylacia rubi) is een grote diklijvige, dagactieve nachtvlinder behorende tot de familie van de spinners (Lasiocampidae).

Uiterlijk[bewerken]

Op de voorvleugels zijn twee lichte dwarsbanden te zien. De in de lengterichting lopende aders springen duidelijk naar voren. De mannetjes zijn roodbruin van kleur en hebben kamvormige voelsprieten. De vrouwtjes zijn bruin van kleur en hebben een dikker achterlijf dan de goedbehaarde borstzijde.

Voorkomen[bewerken]

Ze komen in Nederland wijdverbreid voor in bossen, heidevelden, zandgronden en duinen. Ze zijn ook wel te vinden langs wegbermen en droge taluds met veel braamstruiken.

Levenswijze[bewerken]

De mannetjes vliegen overdag, maar vliegen zo snel dat ze nauwelijks waarneembaar zijn, men ziet slechts een schim langsgaan. De vrouwtjes zitten meestal in de braamstruiken of in het gras. De vliegperiode is van mei tot en met augustus.

Waardplanten zijn voornamelijk de braam en de framboos, waarvan de bladeren door de rupsen worden gegeten. De rupsen zijn wel zeven centimeter groot en hebben een dichte roodbruine beharing met zwarte ringelbanden.